A.F. van Weele, emeritus hoogleraar Civiele Techniek TU Delft (1997)

"De beroerde plekken blijven over en voor ons is dat juist prima"

In november 1988 ontving prof. ir. A.F. van Weele Sr., nu emeritus hoogleraar, Het Zilveren Heiblok van de NVAF voor zijn bijdrage aan het hele vakgebied van de funderingstechnieken. Nu, bijna tien jaar later, levert Van Weele nog steeds zijn bijdrage aan het vakgebied. Bijzonder is bijvoorbeeld zijn onderzoek naar het funderingsgedrag van het nieuwe kantoor van IFCO Funderingsexpertise BV in Waddinxveen. Van Weele is oprichter en mede-aandeelhouder van dit Instituut voor FunderingsCbOntrole. In het nieuwe gebouw is tussen elke paal en de funderingsbalk een krachtmeter geplaatst, die permanent aanwezig blijft. Bij zon op een van de gevels, wind uit een bepaalde hoek of vorst in de grond, ja zelfs als de medewerkers van IFCO in een groepje door de gangen lopen, zijn de wisselende paalbelastingen van minuut tot minuut in computerdiagrammen te volgen. Een gesprek met een expert.

Bram van Weele zit vijfenveertig jaar in het vak funderingstechnieken. Hij studeerde aan de Technische Universiteit in Delft af als civiel ingenieur en sindsdien heeft hij al zijn tijd, naast zijn managementtaken, aan funderingstechniek besteed. Hij begon zijn loopbaan in 1952 bij Grondmechanica in Delft, ging na twee jaar naar het Bureau Grondmechanica van de toenmalige Dienst der Publieke Werken in Amsterdam en kwam vervolgens, in 1957, in de aannemerij terecht, bij Nederhorst in Gouda, waar hij zeventien jaar heeft gewerkt. In 1972 werd Van Weele, die toen directeur van Nederhorst was, benoemd tot hoogleraar in deeltijd aan de faculteit der Civiele Techniek van de Technische Universiteit in Delft, voor het onderwijs in het vakgebied van de funderingstechniek. In die jaren schreef hij onder andere het leerboek Moderne funderingstechnieken, een standaardwerk voor studenten aan technische universiteiten en hogere technische scholen. Dit werk aan de universiteit heeft hij meer dan twintig jaar gedaan, tot zijn emeritaat in 1993. In 1974 begon Van Weele een eigen adviespraktijk, welke is uitgegroeid tot IFCO Funderingsexpertise BV te Gouda. Dit adviesbureau is gespecialiseerd in het verstrekken van funderingsadviezen, niet alleen in opdracht van bouwondernemingen maar ook voor verzekeringsmaatschappijen en juristen, en het uitvoeren van metingen, inclusief de ontwikkeling van meetapparatuur daarvoor, van funderingsgedragingen.

1,90 per kilo

Nu Van Weele een nieuw kantoor voor IFCO heeft laten bouwen aan de Limaweg in Waddinxveen kon hij het natuurlijk niet nalaten om "alles te meten wat er te meten valt," aldus Van Weele. Het kantoorgebouw telt drie lagen en is door middel van vijfenvijftig palen, in zes verschillende paalsoorten, op het diepe zandpakket gefundeerd. Tussen elke paal en de funderingsbalk is een krachtmeter geplaatst, die daar permanent aanwezig blijft. "Wij weten dus redelijk nauwkeurig hoeveel het gebouw in zijn totaliteit weegt," aldus Van Weele. "Uit metingen blijkt dat de stichtingskosten van het gebouw uitkomen op bijna één gulden negentig per kilo! Ook weten we hoe het gebouw zijn belasting verdeelt over de palen en hoe die verdeling verandert. Wij meten dag en nacht elk kwartier de belasting van de vijfenvijftig palen. Later zullen we nog vijzels gaan wegdrukken om het maximale draagvermogen van het grootste deel van de palen te bepalen. Zo kunnen we de kwaliteit van deze onderzochte paalsoorten, typen die in Nederland gebruikelijk zijn, onder werkelijke omstandigheden vergelijken. Zo'n onderzoek is nog nooit zo volledig gebeurd, ook internationaal niet, en het is daarom erg belangrijk voor het vakgebied." Voor dit onderzoek, dat een behoorlijke investering vraagt, is IFCO een samenwerkingsverband aangegaan met de zes leveranciers van de palen. Zij worden vanzelfsprekend met voorrang van de onderzoeksresultaten op de hoogte gehouden.

Statistiek handen en voeten geven

Volgens Van Weele strekt het belang van het onderzoek zich verder uit dan de kwaliteitsbeoordeling van de verschillende paalsoorten. "Een belangrijk ander punt is," aldus Van Weele, "wat de verwachtingen waren in de ontwerpfase van de bouw en wat er werkelijk uitgekomen is. Met andere woorden: hoe goed zijn wij in het ontwerpen? In ons kantoor zorgt bijvoorbeeld de gebouwstijfheid voor een andere belastingoverdracht dan waarvan de constructeur gebruikelijkerwijze uitgaat. Het gebouw blijkt wat zwaarder uit te vallen dan van tevoren werd verwacht. Onze metingen zijn daarom niet alleen van interesse voor funderingsmensen, maar ook voor ontwerpers van gebouwen." De metingen door IFCO kunnen ook van belang zijn als het gaat om een meer nauwkeurige regelgeving. Van Weele zegt: "Enkele jaren geleden zijn we overgegaan op nieuwe voorschriften voor het ontwerpen van funderingen. In die voorschriften is een statistische aanpak verwerkt, maar eigenlijk beschikken we helemaal niet over gegevens op het gebied van de statistiek van de fundering. Dat zijn vaak getallen die we uit de lucht grijpen en dan toepassen. In dit project is nu gelegenheid om die statistiek voor de allereerste keer bij een echte paalfundering handen en voeten te geven en die in getallen uit te drukken, gebaseerd op feiten. Op dit ogenblik zijn we opnieuw bezig met een aanpassing van de ontwerpvoorwaarden in de Europese regelgeving en juist daarom ook is dit onderzoek van betekenis. Want het gaat niet om voorschriften die vandaag belangrijk zijn, maar die voor de komende vijfentwintig jaar belangrijk zijn."

Toekomst

Voor de komende vijfentwintig jaar ziet Van Weele een aantal belangrijke uitdagingen in het vakgebied van de funderingstechniek. Hij noemt om te beginnen de aandacht voor de infrastructuur in Nederland. Steeds vaker zullen bijvoorbeeld bestaande wegen in slappe gebieden verbreed moeten worden, door een toevoeging die twintig, dertig of vijftig jaar jonger is, maar die na oplevering hetzelfde gedrag moet vertonen als de oude weg. Hij noemt ook het ondergronds bouwen: een activiteit die, gelet op het ruimtegebrek bovengronds, nog een hoge vlucht zal nemen "en dat werk ligt natuurlijk helemaal op het gebied van de funderingstechniek," aldus Van Weele. Nog een uitdaging is de wijze waarop in bouwputten met het grondwater wordt omgegaan. Het onttrekken van grondwater wordt vaak niet meer toegestaan en er zal dus gewerkt moeten worden met bijvoorbeeld verticale waterkerende schermen en horizontale afdichtingslagen onder de grond. Over een laatste uitdaging voor de toekomst zegt Van Weele: "Iedereen weet dat we in het verleden steeds op de beste plekken hebben gebouwd. De beroerdere plekken zijn overgebleven. Voor ons is dat prima. Ik denk dat er voor de funderingstechniek in ons land een uitstekende toekomst is weggelegd en dat er veel vraag zal zijn."

Internationale mogelijkheden

Tot slot vragen we Van Weele naar de uitzichten voor het Nederlandse funderingsbedrijf en de Nederlandse funderingstechnologie in internationaal verband. In zijn antwoord wijst Van Weele erop, dat het vakgebied in zijn algemeenheid zeer breed is en gericht is op alle grondsoorten, van graniet tot en met veen. "Wij stellen natuurlijk op het gebied van de gesteentemechanica, door het ontbreken van praktische ervaring op het gebied van de funderingstechniek, weinig voor," zegt hij, "onze specialiteit is echt de slappe grond. Daarin betekenen wij wel veel en blazen we een belangrijke toeter mee." Van Weele ziet voor de grote Nederlandse aannemers, en voor de kleinere specialistische aannemers indien die zich verenigen, in het bijzonder goede mogelijkheden in het Verre Oosten, in de landen met een gelijke grondstructuur als Nederland heeft. Hij zegt: "In landen als Indonesië, Vietnam en Thailand kunnen wij met onze ervaring en technische know-how heel goed terecht. Als straks China opengaat, met z'n geweldig grote rivierdelta's en een grondgesteldheid die direct vergelijkbaar is met die in Nederland, dan kunnen wij daar geweldige dingen doen. Deze landen maken een ontwikkeling door naar meer equipment-intensieve, technologisch moeilijkere werken dan tot nu toe. Nederlandse bedrijven zullen op basis van hun ervaring daar een geweldige bijdrage aan kunnen leveren. Wel zullen ze de opdrachten voor de poorten van de hel moeten wegslepen, want die worden niet hier naar toe gebracht!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl