|
||
|
W.J. de Bruïne, directeur patiëntenzaken Gemini Ziekenhuis Den Helder (1997)
De juiste patiënt op de juiste plaatsLandelijke ontwikkelingen in de gezondheidszorg zullen grotendeels de toekomst van het Gemini Ziekenhuis bepalen. Het is aan de directie van het ziekenhuis om daar ruimte voor te creëren en om er de beleidskaders voor aan te geven. Het strategisch beleid van het ziekenhuis in de komende jaren is nog in ontwikkeling - tot nu toe heeft de directie de beleidslijnen van de vorige directie nagenoeg onveranderd kunnen voortzetten - maar enkele markante onderdelen van het nieuwe beleid zijn toch nu al met zekerheid aan te geven. Een gesprek hierover met W.J. de Bruïne, directeur patiëntenzaken van het Gemini Ziekenhuis. De Bruïne is van huis uit arts en heeft daarna tien jaar lang als bedrijfskundige in het internationale bedrijfsleven gewerkt. Daarna heeft hij ruim drie jaar bij het ministerie van volksgezondheid gewerkt, waar hij zich met name heeft beziggehouden met het van de grond tillen van de zogenoemde 'lokale initiatieven': experimenten in ziekenhuizen zoals het experiment 'Tijd voor vernieuwing' in de gezondheidsregio Alkmaar. Eind 1995, toen de vorige directie op zoek was naar opvolging, kwam voor De Bruïne het Gemini Ziekenhuis 'in beeld'. Eén noemerVolgens De Bruïne kunnen tal van toekomstige ontwikkelingen in de gezondheidszorg onder één noemer worden samengenomen: het streven om de juiste patiënt op de juiste plaats te behandelen, op het juiste moment, met de juiste hulpmiddelen en menskracht en tegen de juiste prijs. "In de komende jaren," zegt De Bruïne, "moet dit de uitkomst zijn van alle discussies tussen ziekenhuizen, specialisten, huisartsen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, zorgverzekeraars en overheid. Het is een operationeel credo voor alle spelers in de curatieve gezondheidszorg, in dit credo ligt de oplossing van veel vraagstukken." Verkeerde prikkelsDe Bruïne wijst erop dat in het verleden de discussie in de gezondheidszorg vooral was toegespitst op de vraag wie waarvoor verantwoordelijk was. Dit had te maken met de manier waarop de zorg in financiële zin is ingericht. Er zijn onvoldoende - of juist de verkeerde - financiële 'incentives', prikkels, om ervoor te zorgen dat de juiste patiënt op het juiste moment op de juiste plaats wordt behandeld, met alle consequenties wat betreft de inzet van de juiste hulpmiddelen en menskracht en wat betreft de juiste prijs. Zo kunnen bijvoorbeeld beslissingen tot stand komen om patiënten ten onrechte naar het ziekenhuis te verwijzen. "Zulke beslissingen worden duizenden keren per jaar genomen," zegt De Bruïne, "en daardoor ontstaat een probleem op systeemniveau. Daar is maar één oplossing voor: de juiste patiënt op het juiste moment op de juiste plaats behandelen." Helder perspectief"Dit credo zet veel ontwikkelingen in een helder perspectief," vervolgt De Bruïne. "Transmuraal werken bijvoorbeeld is niets anders dan een vertaling ervan. Als wij ons iedere keer afvragen of de patiënt nog wel in het ziekenhuis hoort en of het ziekenhuis nog wel iets voor hem kan betekenen, dan komen we al heel snel tot antwoorden in transmurale termen. Hetzelfde geldt voor de afspraken à la 'Tijd voor vernieuwing' en ook voor de integratie van de medisch specialisten in de ziekenhuisorganisatie. Deze integratie is in wezen niets anders dan een uitdrukking van de onderliggende wens om hetgeen in het credo is uitgedrukt, te vergemakkelijken. Het gaat erom dat het ziekenhuis als organisatie en de specialisten als groep dichter naar elkaar toegroeien en zich meer aan elkaar gelegen laten liggen. Dat proces is inmiddels begonnen en dat zal zonder meer doorgaan, met alle consequenties voor de wijze waarop we in de organisatie met elkaar om zullen gaan." ProfileringDe Bruïne noemt nog een aantal andere ontwikkelingen die bijdragen aan de verwerkelijking van de doelstelling, de juiste patiënt op de juiste plaats etcetera. De ontwikkeling van zorgnetwerken bijvoorbeeld, die in de kop van Noord-Holland al voor een groot deel zijn uitgekristalliseerd, maar in de toekomst tot nog intensievere samenwerkingsvormen zullen leiden. De Bruïne noemt ook de profilering van de ziekenhuisorganisatie en van de individuele specialist, zodat huisartsen en patiënten zich een goed beeld kunnen vormen van wie 'de juiste man of vrouw op het juiste moment' is. Hij zegt: "Je kunt van ziekenhuizen en individuele specialisten vaststellen waar ze goed in zijn of zelfs beter dan andere ziekenhuizen of specialisten. Specialisatietendensen zullen daarom steeds explicieter aan de orde zijn en waar die tendensen zich al voordoen, zullen ze alleen nog maar worden versterkt." "Dit alles betekent," zo besluit De Bruïne, "dat er al werkende weg zaken veranderen. Niet alleen in het Gemini Ziekenhuis - het geldt voor alle ziekenhuizen in Nederland - maar er zullen wel verschillen in tempi zijn. Ik denk dat wij hier in de kop van Noord-Holland vooroplopen en een zekere pioniersfunctie vervullen. Hoe de ziekenhuisorganisatie op alle ontwikkelingen zal inspelen, laat zich nu nog raden. Maar ik denk dat ze daar goed op zal inspelen, want het Gemini Ziekenhuis heeft de reputatie, gebaseerd op het verleden, dat het goed met pionierssituaties om kan gaan!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |