S.E. Kranendonk, vaatchirurg en J. Seelen, radioloog Maria Ziekenhuis Tilburg (1996)

Stenten bij vaatvernauwing: na een dag weer naar huis

Het Maria Ziekenhuis heeft ongeveer twee keer zoveel vaatpatiënten in behandeling als andere ziekenhuizen van gelijke grootte. Dit is met name te danken aan dr. S.E. Kranendonk, chirurg-vaatchirurg. In vijftien jaar tijd bouwde hij in het Maria Ziekenhuis een gerenommeerde vaatpraktijk op. Dr. Kranendonk en ook dr. J. Seelen, radioloog van het Maria Ziekenhuis, behoren tot de pioniers in Nederland wat het gebruik van 'stents' betreft. Stents zijn buisjes van, zeg maar, veredeld kippengaas die in bloedvaten kunnen worden geplaatst om vernauwingen op te heffen. De stent heeft ervoor gezorgd dat minder patiënten met een vaatvernauwing een ingrijpende operatie hoeven te ondergaan.

Dr. Kranendonk kwam in 1981 van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam naar het Maria Ziekenhuis. Hij moest in Tilburg 'de kar gaan trekken', want op dat moment bood het Maria Ziekenhuis nauwelijks zorg op het gebied van de vaatchirurgie. Vaatpatiënten werden naar andere ziekenhuizen verwezen. Sinds Kranendonks komst naar Tilburg is dat flink veranderd. Nu worden de patiënten van elders naar het Maria Ziekenhuis verwezen. "Ik heb dat destijds opgepakt en gesteund door een collega uitgebouwd," vertelt Kranendonk. "We hebben onze schouders eronder gezet, regelmatig in ons vakgebied gepubliceerd en altijd ons werk goed gedaan." Jaarlijks melden zich nu in het Maria Ziekenhuis honderden vaatpatiënten voor uiteenlopende behandelingen. Het ziekenhuis beschikt inmiddels over een uitstekend vaatlaboratorium met gekwalificeerde vaatlaboranten. Een lipide-polikliniek, voor regulatie van afwijkende vetspectrums, is in oprichting, "want," zegt Kranendonk, "bij de behandeling van patiënten blijft natuurlijk altijd de vraag: waardoor wordt de vaatziekte veroorzaakt?!"

Dotteren en stenten

Vaatpatiënten kunnen in grote lijnen op drie manieren worden behandeld. De conservatieve manier, en de minst invasieve, is de patiënt looptrainingen en medicijnen voorschrijven. De meest invasieve ingreep is opereren. Daartussen zitten de weinig-invasieve behandelingen, bijvoorbeeld het dotteren. Hierbij wordt in een vernauwd bloedvat een ballonnetje opgeblazen, waardoor het vat wordt opgerekt. De laatste jaren is daar het stenten bijgekomen. Bij het stenten wordt op de plaats van de vaatvernauwing gedotterd en daarna een buisje geplaatst, een stent. De stent wordt via een punctie in de lies en met behulp van een katheter in het bloedvat naar de juiste plek gebracht. Daar wordt de stent door middel van een ballonnetje ontplooid, vervolgens wordt het ballonnetje eruit gehaald en blijft de stent zitten. Deze stentingsprocedure is nu nog het meest geschikt voor de buik- en bekkenvaten. Kranendonk: "Patiënten met een uitgebreide vaatvernauwing en veel klachten werden vijftien jaar geleden uitsluitend nog geopereerd, bijvoorbeeld om de bekende 'broek-protheses' aan te brengen, een bye-pass in de buik. Nu wordt het merendeel van de patiënten niet meer geopereerd, maar ze worden gedotterd en er wordt eventueel een stent geplaatst. Met name het stenten zal alleen nog maar toenemen." Kranendonk voegt er nog aan toe dat onlangs in het Maria Ziekenhuis, voor het eerst in Nederland, ook een patiënt met een vaatverwijding met behulp van een stent is geholpen. Hierbij wordt dan een 'stent-graft' toegepast, een stent met een jasje eromheen. "Over een jaar kunnen wij ook hele grote verwijdingen op deze manier behandelen," aldus Kranendonk.

Demonstraties van deskundigheid

In het Maria Ziekenhuis bestaat een nauwe samenwerking tussen de vaatchirurgen en de radiologen, zeker ook op het gebied van stenten. Net als dr. Kranendonk, vaatchirurg, heeft ook dr. Seelen, radioloog, zich erin gespecialiseerd. Beiden bezoeken frequent de belangrijkste internationale congressen over het onderwerp en leveren daar ook bijdragen aan. Onlangs nog werd dr. Seelen verzocht in een academisch ziekenhuis zijn deskundigheid op dit gebied te komen demonstreren. Inmiddels wordt het stenten ook elders toegepast, maar nog niet op grote schaal. Vernauwingen in de aorta bijvoorbeeld, die in het Maria Ziekenhuis al verschillende keren met stents zijn behandeld, worden elders nog operatief behandeld. Seelen zegt: "Normale stentingsprocedures, dus een prik in de lies en het inbrengen van de stent, doen de radiologen helemaal zelf. Deze patiënten hoeven niet te worden geopereerd en kunnen de dag na de ingreep naar huis." Is er dan nog nazorg nodig? "De stent blijft er in feite levenslang in zitten," zegt Seelen. "We hebben in de wereld nu zo'n twaalf jaar stentervaringen, en dus weet niemand nog echt wat er met een stent gebeurt als die er veertig jaar in zit, maar op zich verwachten we daar weinig problemen mee. Tot nu toe is er geen enkele aanwijzing dat het plaatsen van een stent enig nadeel voor de patiënt zou geven."

Samenwerking

De samenwerking tussen de verschillende disciplines in het Maria Ziekenhuis steekt bijzonder gunstig af tegen die in andere ziekenhuizen. Dr. Kranendonk heeft daar zelf de basis voor gelegd door een hart-vaat-werkgroep in te stellen. Hierin zitten een vaatchirurg, een neuroloog, een radioloog, een cardioloog, een biochemicus en een internist. In deze werkgroep worden wekelijks de problemen van nieuwe patiënten besproken. Dr. Seelen zegt tot slot hierover: "Een goede samenwerking is essentieel. In het Maria Ziekenhuis is die fantastisch en voor Nederlandse begrippen redelijk uniek. Voor de kwaliteit is dat enorm belangrijk en evengoed voor de sfeer op het werk. Zonder zo'n samenwerking zou dit alles niet van de grond zijn te krijgen of zou dat in ieder geval veel moeilijker zijn!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1996

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl