|
||
|
L.E. Verwer, directeur van de Nationale OWM tegen Brandschade (2010)
Op orde voor de toekomstLauritz (Lau) Verwer is ruim twee jaar directeur van de Nationale Onderlinge. Hij is geen nieuwkomer in de branche, integendeel. Al meer dan vijfendertig jaar is hij in verzekeringsbedrijven werkzaam geweest, het langst bij Aon Nederland, met name als specialist op het terrein van internationale contracten en later in diverse managementfuncties. De onderlinge wereld is echter wel nieuw voor hem. "Het is een plezierige wereld, waarin ik me inmiddels helemaal thuis voel", zo zegt hij. Bij de Nationale Onderlinge zijn circa 150 bedrijven in de houtbranche aangesloten. Deze deelgenoten, zoals de leden van de onderlinge worden genoemd, behoren tot de grote spelers in de markt, maar er zijn ook veel kleine bedrijven bij. De belangrijkste concurrent is van oudsher eveneens een onderlinge waarborgmaatschappij, de NOWM. Deze verzekeraar is groter dan de Nationale Onderlinge, maar werkt niet meer zelfstandig. Enige jaren geleden werd het bedrijf door het inmiddels beursgenoteerde Delta Lloyd overgenomen. De Nationale Onderlinge heeft geen eigen personeel, alle capaciteit wordt ingehuurd. Twee medewerkers van Aon Nederland, onder wie Lau Verwer, werken voltijds voor de onderlinge en circa tien medewerkers in deeltijd. De premieomzet van de maatschappij bedroeg decennia lang 3 à 4 miljoen euro, maar zal het lopende boekjaar niet boven de 3 miljoen uitkomen. Moeilijke periode"De Nationale Onderlinge gaat momenteel door een moeilijke periode", legt Lau Verwer uit. "We zitten in een scherp concurrerende markt. Er is veel capaciteit voorhanden, tegen lage premies. We zien partijen in de markt die normaal gesproken geen interesse in dit soort risico's tonen, maar nu premiehonger hebben en wel tekenen. Ze doen dat op een onverantwoorde manier, vinden wij, tegen te lage premies, maar er zijn deelgenoten die daar bevattelijk voor zijn en dus overstappen. Daardoor is er geen groei, maar een afname van de portefeuille." Verwer wijst daarnaast op de afnemende solidariteit in de samenleving als geheel, op de neiging tot kortetermijndenken bij verzekeringnemers en op het feit dat bij familiebedrijven die al decennia lang deelgenoot van de onderlinge zijn, het financieel beheer nu in handen van managers is die minder 'feeling' met de onderlinge hebben en vanuit een kortetermijnvisie de kosten proberen te beheersen. Spijtoptanten"Toch blijf ik beweren dat we op lange termijn gezien zullen kunnen overleven", zegt Lau Verwer. "Daar sta ik voor honderd procent achter. Straks komt er weer een periode van krimpende capaciteit. De partijen die op een opportunistische manier premie naar binnen hebben geharkt, stappen dan als eerste uit. De bedrijven die zo op straat komen te staan, zullen weer bij ons aankloppen." Deze spijtoptanten zullen welkom zijn, aldus Verwer, maar niet tot elke prijs. "De deelgenoten die ons trouw zijn gebleven en hun premie altijd hebben betaald, zullen die bedrijven niet meteen willen belonen als ze weer bij ons aankloppen. Ik mag aannemen dat dit niet al te veel verbazing wekt. We zeggen geen nee, maar ja op voorwaarden en die voorwaarden zouden wel eens strenger kunnen zijn dan voor de zittende deelgenoten. Maar deuren sluiten, dat doen we niet." Technische inspectieHet is een gunstige bijkomstigheid in deze moeilijke periode dat de Nationale Onderlinge in de afgelopen jaren geen grote branden heeft gehad. Voor een belangrijk deel is dat te danken aan de technische inspectie voorafgaande aan de acceptatie en vervolgens doorlopend volgens een strak schema. "Wij verzekeren niets zonder een technische inspectie", aldus Lau Verwer. "De inspecteur schrijft een rapport met aanbevelingen en als die zijn uitgevoerd en er is vervolgens een polis, dan betaalt de onderlinge de inspectie. Behalve een bouwkundige inspectie is er ook een inspectie op elektrische apparatuur. Beide inspecties kunnen ertoe leiden dat we besluiten om een bepaald object niet te verzekeren. Grote bedrijven worden elk jaar door een inspecteur bezocht en kleine bedrijven eens in de vijf jaar. We weten daardoor heel goed hoe ons bestand in elkaar zit en dat is natuurlijk een prima basis om een brandportefeuille in stand te houden." ToezichteisenDe onderlinge is inmiddels ook behoorlijk op orde voor wat betreft alle toezichteisen van De Nederlandsche Bank. "Daar hebben we in de afgelopen periode heel hard aan gewerkt", zegt Verwer. "Onze onderlinge was zeker geen 'brandonveilig huis', in de termen van De Nederlandsche Bank, "maar we voldeden niet aan alle normen. Dat had bijvoorbeeld te maken met onze uitbestedingcontracten, de directie- en commissarisreglementen, een 'audit committee', de inrichting van de compliance enzovoort. We hebben daar nogal wat veranderingen in moeten doorvoeren. In de loop van 2008 hebben we in onze reguliere toezichtgesprekken met De Nederlandsche Bank kunnen onderbouwen welke stappen we hebben gezet en dat werd bijzonder op prijs gesteld. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen, dat we erg kunnen leunen op de kennis en kunde op dit terrein die we bij bepaalde Aon-entiteiten kunnen inhuren. Overigens hebben we, opererend vanuit deze positie, De Nederlandsche Bank ervan kunnen overtuigen dat we geen 'speeltje' van Aon zijn, maar een volledig zelfstandige en onafhankelijke maatschappij." Amstel Hotel passéDe Nationale Onderlinge besloot circa zeven jaar geleden, na een complexe grote schade bij een van de deelgenoten, om een deel van de portefeuille, 55 procent om precies te zijn, bij coassuradeuren onder te brengen, onder meer bij Allianz en Hannover. De stabiliteit van het 'cover' is daarmee aanzienlijk vergroot. Daarnaast is de onderlinge via Aon Benfield goed herverzekerd. Bovendien wordt onder leiding van de huidige directie scherp op de kosten gelet. De jaarvergadering bijvoorbeeld wordt niet meer in het Amstel Hotel gehouden, wat lang een traditie is geweest, maar in een iets bescheidener ambiance (namelijk, in 2009, in Huis ter Duin in Noordwijk). Nu komt het er nog op aan de zittende deelgenoten aan de onderlinge te binden en nieuwe bedrijven tot deelgenoot te maken. Lau Verwer gaat daartoe zelf op pad. "Dat was ook de uitdrukkelijke vraag bij mijn aanstelling. Besteed meer aandacht aan de deelgenoten, laat hen weer het gevoel krijgen dat ze deel uitmaken van een belangrijke club. Dat kan maar op één manier en dat is door regelmatig bij hen op bezoek te gaan. Ik hoop dit werk zeker nog de komende jaren te doen en in die tijd wil ik zo veel mogelijk bij de deelgenoten zijn - met groot enthousiasme!" [Kadertekst] HoutbrancheDe Nationale Onderlinge Waarborg Maatschappij tegen Brandschade U.A. werd in 1903 door een aantal bedrijven in de houtbranche opgericht. Het brandrisico in de houthandel en de houtverwerking kon destijds alleen nog maar tegen zware condities of in het geheel niet worden verzekerd. Nog steeds is het op lange termijn verzekerbaar houden van dit risico de primaire doelstelling van de Nationale Onderlinge. Van het begin af aan werden de directievoering en de totale administratie aan een externe partij uitbesteed. Lange tijd was dat het Amsterdamse makelaarskantoor Schlenker. Dit kantoor werd door de grotere makelaar Sedgwick overgenomen en Sedgwick werd door de nog grotere makelaar Marsh overgenomen. Tijdens de directievoering door Marsh besloot de raad van commissarissen van de onderlinge met een nieuwe partij te gaan samenwerken, te weten Dorhout Mees Assurantiën. In 2006 ging dit kantoor op in Aon Nederland en daarmee ging ook de directievoering en de administratie van de Nationale Onderlinge naar dit bedrijf over. Hoewel de onderlinge statutair nog steeds in Amsterdam is gevestigd, wordt nu dus al het werk vanuit Rotterdam gedaan. Verschenen in: 'de Onderlinge' (2010) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|