|
||
|
W. Sorgdrager, voorzitter van de Raad voor Cultuur (2003)
"Een kunstenaar wil ook werken""Juist in tijden waarin het materialisme de overhand dreigt te krijgen, moet je zaken als cultuur in ere houden," zegt Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Dit college adviseert de regering over algemene culturele zaken en ook, eens in de vier jaar, over de subsidies voor culturele instellingen. Het kunstenaarsverzet in de Tweede Wereldoorlog is in feite de kiem van de Raad voor Cultuur. Vanuit die kringen ontstond na de oorlog, na veel heen en weer gepraat, de Raad voor de Kunst. Deze raad had de pretentie een 'kunstparlement' te zijn en hoewel die missie nooit helemaal uit de verf is gekomen, werd toch decennia lang door een grote groep kunstenaars en aanverwanten, 'het veld' zelf, het nationale cultuurbeleid als het ware voorgeschreven. In 1995 bracht de Kaderwet Adviescolleges daar verandering in. Deze 'woestijnwet', zo genoemd omdat er een kaalslag in het stelsel van adviesraden mee werd beoogd, leidde tot de fusie van de Raad voor de Kunst, de Raad voor Cultuurbeheer (Monumentenraad), de Mediaraad en de Bibliotheekraad en tegelijkertijd tot de instelling van de Raad voor Cultuur. Het was de opzet dat deze raad, net als de overige raden die onder de Kaderwet Adviescolleges vallen, uit vijftien leden zou bestaan. Het veld vond dit echter een te forse, onuitvoerbare inkrimping - alleen al de Raad voor de Kunst telde meer dan honderd raadsleden en medewerkers - en daarom werd destijds een compromis in een aantal van vijfentwintig raadsleden gevonden. Inmiddels is dit aantal tot negentien teruggebracht, inclusief de voorzitter, en is voorgesteld om het geleidelijk, dat wil zeggen in de loop van enkele jaren, tot vijftien te verminderen. Wel kent de Raad voor Cultuur maar liefst veertien vaste commissies, naast diverse bijzondere commissies, ad-hoccommissies en groepen voorstellingsbezoekers. Deze vaste commissies, met in totaal zo'n zestig benoemde commissieleden en ook commissieleden die voor specifieke adviezen worden aangetrokken, houden zich bezig met respectievelijk archieven, musea, letteren, amateurkunst en cultuureducatie, bibliotheken, monumenten en archeologie, beeldende kunst en vormgeving, theater, dans, muziek en muziektheater, architectuur en stedenbouw, media, film en tot slot bovensectorale activiteiten (met name internationaal, intercultureel en educatie). De Raad voor Cultuur heeft een bureau van 40 fte's en is in een statige villa aan de R.J. Schimmelpennincklaan in Den Haag gehuisvest. Cultureel bestuurderDe laatste voorzitter van de Raad voor de Kunst was Job de Ruiter, die daarvoor onder meer minister van Justitie was in drie kabinetten Van Agt en vervolgens minister van Defensie in het eerste kabinet Lubbers. De eerste voorzitter van de Raad voor Cultuur was Jan Jessurun, die eerder onder meer directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg was en, in de jaren negentig, plaatsvervangend secretaris-generaal van het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Hij werd op 1 januari 2000 door Winnie Sorgdrager opgevolgd, ook oud-minister van Justitie, maar dan in het eerste kabinet Kok. Het waren echter niet vooral haar functies binnen het Openbaar Ministerie en als minister van Justitie die haar voor de functie van voorzitter van de Raad voor Cultuur kwalificeerden, maar wel haar grote culturele belangstelling en de vele bestuursfuncties die zij in het verleden in de culturele wereld had bekleed. In Enschede was zij voorzitter van een muziekschool, voorzitter van de Academie voor Beeldende Kunst, commissaris van de schouwburg en bestuurslid van operagezelschap en symfonieorkest Forum. Na haar ministerschap was ze onder meer voorzitter van het bestuur van de Stichting Nes-theaters, van de Stichting Nederlandse Dansdagen en van de Stichting Dansers Studio. "Ik heb, kort samengevat, ongeveer heel Twente cultureel bestuurd," zegt Winnie Sorgdrager, "en heb in de loop van de tijd ook alle disciplines op mijn weg gehad." Heeft ze een persoonlijke voorkeur voor een discipline? "Dat hangt helemaal van het genre binnen de discipline af," zegt de raadsvoorzitter diplomatiek. Advies aan de KamersDe Raad voor Cultuur heeft een tweeledige taak. Vergelijkbaar met de taak van andere adviesraden is de advisering, gevraagd en ongevraagd, over algemeen beleid en regelgeving, in dit geval op het gebied van kunst, cultureel erfgoed, media en informatie. In de afgelopen acht jaar heeft de raad meer dan duizend van dergelijke adviezen uitgebracht, waarvan sommige uitgebreid en diepgravend waren en andere, bijvoorbeeld concrete adviezen over bepaalde monumenten of archieven, op één A4 konden worden beschreven. De Raad voor Cultuur heeft recent geadviseerd of heeft adviezen in voorbereiding over bijvoorbeeld e-cultuur, internationaal cultuurbeleid, cultuureducatie, het Verdrag van Malta (over de bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling) en de vaste boekenprijs. Over dit laatste onderwerp adviseerde de raad onlangs nog om de vaste boekenprijs onverkort te handhaven. "Wij bekijken zo'n onderwerp puur inhoudelijk," zegt Winnie Sorgdrager. "De economische aspecten, kartelvorming, daar gaan wij niet over. Wij buigen ons over de vraag wat voor gevolgen het voor het culturele boek zou hebben, gesteld dat er geen vaste boekenprijs is. Zou het dan om commerciële redenen niet meer worden gepubliceerd? Pluriformiteit is wat dat betreft het belang waar wij voor gaan." Het advies over de vaste boekenprijs was door de Tweede Kamer aangevraagd. Behalve bewindslieden, in de eerste plaats de staatssecretaris van Cultuur, hebben ook de Eerste en Tweede Kamer op grond van de Kaderwet Adviescolleges het recht om advies te vragen, maar beide kamers maken daar vooralsnog zelden gebruik van. Voor de Raad voor Cultuur was het in ieder geval de eerste keer. "We hopen dat het vaker gebeurt," zegt Winnie Sorgdrager. "Want de Kamer behandelt soms onderwerpen waarbij het zeker niet slecht zou zijn om ook de Raad voor Cultuur eens om advies te vragen!" CultuurnotaDe tweede, meer bijzondere taak van de Raad voor Cultuur is de concrete advisering over de subsidieaanvragen van culturele instellingen. Deze subsidies worden eens in de vier jaar, voor een periode van vier jaar, toegekend. Doorgaans gaat dit met veel ophef gepaard. Bijvoorbeeld het toneelgezelschap dat veel minder of zelfs geen subsidie meer krijgt of het symfonieorkest dat noodgedwongen met een ander orkest moet samengaan, vindt doorgaans gemakkelijk de weg naar veel publiciteit over zijn grieven. De beslissingen over de subsidies worden door de staatssecretaris van Cultuur genomen en in de zogenoemde Cultuurnota vastgelegd. Dit gebeurt op grond van het Cultuurnota-advies van de Raad voor Cultuur. Dit advies heeft een wettelijke basis en ook de totstandkoming ervan is wettelijk geregeld. "Voor ons is het heel veel werk," zegt Winnie Sorgdrager, "niet alleen eens in de vier jaar, maar ook door alle jaren heen. Vanaf het moment dat de nieuwe subsidieperiode ingaat, gaan wij al weer materiaal voor de volgende advisering opbouwen. Dat is een hele uitgebreide taak die wij erbij hebben." In 2000 werden de subsidies voor de periode 2001-2004 toegekend en momenteel is de Cultuurnota voor 2005-2008 in voorbereiding. In april heeft de Raad voor Cultuur het zogenoemde Vooradvies uitgebracht. Nu is het aan Medy van der Laan, staatssecretaris van Cultuur en Media, om de Uitgangspuntennota op te stellen, dat wil zeggen een beleidsstudie waarin een kabinetsvisie op de ontwikkeling van de cultuur is geschetst en waarin ook is aangegeven aan welke vereisten de subsidieaanvragen moeten voldoen. Na de verschijning van de Uitgangspuntennota stromen de subsidieaanvragen binnen, welke alle door de Raad voor Cultuur van een advies worden voorzien. Uiteindelijk neemt de staatssecretaris - in de huidige cyclus zal dat in juni 2004 zijn - een beslissing. Klopt gedurende die periode niet heel cultureel Nederland bij de voorzitter van de Raad voor Cultuur persoonlijk aan om een positief advies in de wacht te slepen? "Nee," zegt Sorgdrager. "Misschien komt dat wel, omdat men weet dat ik niet gevoelig voor lobbyen ben." TeleurstellingenOngetwijfeld is een negatief advies over een subsidieaanvraag geven, de minst dankbare taak van de Raad voor Cultuur. "Dat klopt," zegt Winnie Sorgdrager. "Als er van de 750 aanvragen 420 worden gehonoreerd, zoals in 2000, dan weet je dat er 330 teleurstellingen zullen zijn. En dat is niet leuk. In de vorige Cultuurnota hadden we bijvoorbeeld ongelooflijk veel subsidieaanvragen in de muzieksector, alle van hoge kwaliteit. Wij moeten dan de kwaliteit van die aanvragen beoordelen en de diversiteit in het veld in de gaten houden. Uiteindelijk hebben we toen geadviseerd om twee symfonieorkesten te laten fuseren. Dat is heel moeilijk, misschien niet technisch, maar wel omdat er zo veel omheen zit van geschiedenis, emoties, werkgelegenheid en noem maar op. Dat zijn problemen waar we helaas mee te maken hebben. Eigenlijk zouden we iedereen wel een kans willen geven, maar dat kan nou eenmaal niet. Het is een rijkssubsidie en een criterium is daarom, dat het van nationaal belang moet zijn. Ook betekent het, dat we de kwaliteitlat vrij hoog leggen. Hoewel de raad in eerste instantie naar kwaliteit kijkt, hoeft een afwijzing niet per definitie te betekenen dat de kwaliteit slecht is. Er kunnen ook andere overwegingen een rol hebben gespeeld. Sommige aanvragen kunnen bijvoorbeeld beter bij de regionale autoriteiten worden ingediend. En als een aanvraag door een instelling is ingediend die per project werkt en geen vierjarige continuïteit nastreeft, dan moet die ook naar een ander loket, want wij zijn bezig met subsidies die wel continu voor vier jaar zijn." Ook in juni 2004 zullen weer tal van gezelschappen en instellingen moeten worden teleurgesteld, terwijl zij eigenlijk nu al kunnen voorzien dat zij geen hooggespannen verwachtingen mogen hebben. Winnie Sorgdrager: "Iedereen ziet natuurlijk heus wel hoe de vlag erbij hangt. Iedereen moet bezuinigen, in alle maatschappelijke sectoren. Veel instellingen zullen er daarom wel rekening mee houden dat hun aanvraag niet wordt gehonoreerd, maar ze hopen daar natuurlijk toch wel op. Een kunstenaar wil ook werken, wil ook zijn beroep uitoefenen en probeert daar wegen voor te vinden. En daar hoort ook subsidie bij." Geen politiek?De Raad voor Cultuur past in de Nederlandse traditie dat de overheid zich over de cultuurhistorische en artistieke aspecten van het cultuurbeleid geen inhoudelijk oordeel aanmatigt. "De raad is apolitiek," benadrukt Sorgdrager. "Niemand zit er vanwege zijn politieke kleur, ook de voorzitter niet. Dat is althans niet de bedoeling. Van veel mensen weet ik helemaal niet welke politieke richting ze hebben en misschien hebben ze die ook wel niet. Het is gewoon niet van belang. Ook de hele procedure staat los van de politieke kleur van de bewindspersoon. In het verleden zijn er wel onderzoeken gedaan naar de relatie tussen politieke visies en wat er in het veld gebeurt. Die relatie is er nauwelijks, wat natuurlijk teleurstellend is voor politici met hooggestemde ideeën. De ervaring wijst uit dat de subsidieaanvragen vanuit het veld niet politiek gekleurd zijn en dat het dus moeilijk is om daar politiek in te bedrijven." Niettemin is het natuurlijk mogelijk dat de bewindspersoon zijn Uitgangspuntennota vanuit een bepaalde politieke achtergrond schrijft en ook zijn politieke ideeën bij zijn toe- en afwijzingen laat meewegen. Cultuur werd bijvoorbeeld in de jaren zeventig op deze wijze de hele welzijnsgedachte min of meer opgedrongen en minder lang geleden nog wierp staatssecretaris Rick van der Ploeg zich op, met extra investeringen, als hoeder van 'culturele identiteit'. Sorgdrager: "Sommige bewindslieden doen dat bewust niet, omdat ze niet politiek in cultuur willen sturen, en andere bewindslieden doen dat wel. Dat is prima. Dat geld gaat dan naar instellingen die op een specifiek gebied activiteiten ontplooien, die dan volgens een bepaald kwaliteitssysteem worden beoordeeld. Wel heeft de raad nu in het Vooradvies aangegeven - maar of de bewindspersoon dat gaat doen, is punt twee - dat er een onderscheid zou moeten worden gemaakt. Als de bewindspersoon bepaalde accenten wil leggen en daar extra in wil investeren, dan moet het duidelijk zijn, juist ook om politiek en artistieke kwaliteit toch zo veel mogelijk los te koppelen, dat die investering via een politieke weg gaat en dat dat een andere weg is dan de weg die de overige culturele instellingen bewandelen. Dat onderscheid moet je maken, want het gaat over verschillende subsidiëringen, waarvoor ook verschillende criteria gelden." ? en geen vriendjespolitiekWinnie Sorgdrager vindt dat de Raad voor Cultuur in de afgelopen jaren gezag heeft opgebouwd. "Ik heb de indruk dat de adviezen van de raad er behoorlijk toe doen," zegt ze, "en niet zomaar in een la verdwijnen. Wanneer een advies niet helemaal wordt overgenomen, dan wordt ons duidelijk gemeld waarom niet en kunnen we ons daar meestal wel iets bij voorstellen." Is de raad bij de instellingen even gezaghebbend? "Het kan altijd beter," zegt ze, "maar ik denk het toch wel. Ongetwijfeld zullen er straks bij de Cultuurnota weer een hele hoop commentaren in de pers verschijnen, dat het allemaal weer niet goed is, maar dat is een beetje inherent aan dit soort werk." Zij betoogt dat het gezag van de Raad voor Cultuur op twee poten is gestoeld: het oordeel door deskundigen en transparantie van de procedures. Ze zegt: "Wij moeten ervoor zorgen dat onze advisering inzichtelijk is, dus dat men weet hoe het gaat, op grond van welke criteria wij adviseren en ook wie het hebben geadviseerd, dus wie er in de commissies zitten. Wij proberen altijd mensen in de raad en de commissies te krijgen van wie het veld zegt dat het mensen met gezag zijn. Wij hechten heel erg aan dat deskundigenoordeel. We hebben in verschillende adviezen over procedures ook altijd duidelijk laten weten dat wij vinden, dat het oordeel door deskundigen moet worden uitgesproken. Wel zit daar één probleem aan vast, namelijk dat die deskundigen bijna altijd met hun voeten in het veld staan. In Nederland ontkom je daar niet aan. We willen daarom heel goed weten welke functies de mensen hebben en organiseren het daarom zo, dat duidelijk is dat mensen niet meeadviseren over de instellingen waar ze zelf iets mee hebben. We zijn daar heel precies in, want wat we absoluut niet willen, is vriendjespolitiek. Daarvan te worden beschuldigd, is heel ernstig en ik durf te zeggen dat het in de Raad voor Cultuur niet gebeurt." Belangrijker dan ooitDe leden van de Raad voor Cultuur worden door de Kroon benoemd, voor een periode van vier jaar. Zij kunnen één keer worden herbenoemd. Winnie Sorgdrager meent - ze weet het niet zeker - dat de voorzitter nog een tweede keer kan worden herbenoemd, "maar dat moet je nooit willen," zegt ze, "dat is veel te lang." Haar eerste termijn eindigt op 1 januari 2004. Ze heeft nog niet besloten of ze zich herkiesbaar zal stellen, maar vindt los daarvan dat het moment van voorzitterswisseling, een half jaar voor de afronding van de Cultuurnota 2005-2008, ongelukkig valt. "Achteraf gezien ben ik destijds op het meest ongelukkige moment voorzitter geworden," zegt ze, "namelijk midden in de hele Cultuurnotaprocedure 2001-2004. Ik kwam in een rijdende trein en kon alleen maar kijken waar die naar toe reed. Dat was voor mij vervelend en het was ook voor de raad vervelend. Ik zou dus een keer die termijn moeten inkorten of oprekken. Bij mij staat in ieder geval voorop dat ik deze Cultuurnota-advisering wil afmaken." Het is haar doelstelling daarbij om een Cultuurnota-advies af te leveren, waarop weliswaar ongetwijfeld (zelf)kritiek mogelijk zal zijn op inhoudelijke punten, maar niet op procedurele punten. "Het veld zal het met bepaalde dingen niet eens zijn, maar moet wel vinden dat het goed is gegaan. En daar werken we hard aan," aldus Sorgdrager. Over een eventuele persoonlijke doelstelling om als voorzitter van de Raad voor Cultuur de politiek tot ruimere budgetten voor cultuur te bewegen, zegt ze tot slot: "Ik zal het belang van cultuur altijd en op elke plek verdedigen en proberen er zo veel mogelijk voor binnen te halen. Maar welke ambitie kun je in deze tijd hebben? We moeten wel realistisch blijven. Ik vind - en dat staat ook boven ons Vooradvies - dat cultuur nu meer dan ooit van belang is. Dat is niet zomaar een losse kreet. Juist in tijden waarin het materialisme de overhand dreigt te krijgen, moet je zaken als cultuur in ere houden. Het zou een reden moeten zijn om in ieder geval niet op het cultuurbudget te gaan bezuinigen. Bovendien zijn het relatief kleine bedragen die je binnenhaalt door hierop te bezuinigen, maar vaak met enorme gevolgen. Er zijn mensen die denken: ach, cultuur, het is maar franje. Maar pas als het wegvalt, ontdekken ook zij hoe essentieel cultuur is voor de kwaliteit van de samenleving." Verschenen in: ABP Wereld (2003) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |