|
||
|
R.C.J. Galle, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (2009)
"De financiële crisis is het faillissement van het harde Wall-Street-kapitalisme"De voedselcrisis, dat wil zeggen het mondiale tekort aan de basisvoedselproducten maïs, soja, tarwe en rijst, vraagt om investeringen in nieuwe oogsten. Helaas blijven die investeringen momenteel uit als gevolg van de economische crisis. Deze is op haar beurt het gevolg van de financiële crisis. "Het is geen gemakkelijke tijd, maar alles bij elkaar is het wel een boeiende problematiek", zegt prof. mr. R.C.J. Galle, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw (NCR). Volgens Ruud Galle hebben de Nederlandse coöperaties niet zo zeer door de financiële, maar wel door de economische crisis te lijden. "De economische crisis raakt immers de individuele boeren en tuinders", legt hij uit. "We horen dat het voor de boeren en tuinders lastiger wordt om hun bank in nieuwe investeringen mee te krijgen. Dit geluid moeten we heel serieus nemen. Nederland is immers bij uitstek een landbouwstaat. Twintig procent van onze export is agrarisch. Daarmee zijn we na Amerika, maar nog vóór Frankrijk de tweede agrarische exporteur ter wereld. We hebben met ons kleine land zo'n mooie positie kunnen opbouwen, omdat we al decennia lang vooroplopen. We zijn in de land- en tuinbouw zeer innovatief geweest en hebben nu hele mooie producten met veel toegevoegde waarde. Door te stoppen met investeren, zouden we die voorsprong kunnen kwijtraken en daar moeten we voor waken. Omdat de Nederlandse agribusiness voor negentig procent coöperatief is, houdt dit de NCR natuurlijk erg bezig. De ernst van de zaak verschilt wel van sector tot sector. Het hangt ervan af of je in een luxe product zit, bijvoorbeeld bloemen, of in een levensmiddel. En binnen een sector maakt het uit hoe je portfolio eruit ziet. Produceer je alleen kaas of produceer je tweeduizend verschillende zuivelproducten? Dat maakt nogal uit, maar we zien dus wel de gevolgen van de economische crisis." Nergens een noodsituatieDuidelijk anders zijn de gevolgen van de financiële crisis, die als het ware de moeder van de economische crisis is. Ruud Galle: "De financiële crisis heeft ons natuurlijk allemaal erg doen schrikken. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen zijn er hard door geraakt. Tot nu toe zijn de coöperatieve bank en de coöperatieve verzekeraars betrekkelijk buiten schot gebleven, zeker hier in Nederland. Ongetwijfeld heeft iedereen een tik gehad. Portefeuilles kunnen minder waard zijn geworden en misschien zijn eigen vermogens minder groot dan een jaar geleden. Toch is er bij de coöperatieve financiële dienstverleners nergens sprake van een noodsituatie. Kennelijk waren de vermogensposities zodanig, dat men een teruggang kon opvangen. Daardoor hebben de Rabobank en de onderlinge verzekeraars meneer Bos niet nodig gehad. Dat is mooi, dat is goed nieuws." Niet voor het snelle geld"Een en ander komt natuurlijk doordat een coöperatie toch wat anders in elkaar steekt dan een beursgenoteerde onderneming", vervolgt Galle. "Er kunnen twee redenen zijn om een coöperatie op te richten: je wilt een product leveren wat er anders niet zou zijn of je wilt een product leveren tegen betere condities dan die van een ander. Coöperaties in de financiële dienstverlening zijn er soms nog om de eerste reden, bijvoorbeeld voor de verzekering van medische aansprakelijkheid, maar geld lenen en je tegen brand verzekeren kun je in Nederland natuurlijk ook bij niet-coöperatieve ondernemingen. Wel kun je dat bij coöperaties tegen zo gunstig mogelijke tarieven. Daarnaast is het eigen aan coöperaties dat men oog heeft voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarom gaan we niet voor het snelle geld en de riskante beleggingen en dat heeft nu, met deze financiële crisis, goed uitgepakt." FaillissementVolgens Ruud Galle mag de financiële crisis als het faillissement van het harde Wall-Street-kapitalisme worden beschouwd. "We willen in de toekomst niet weer met luchtbellen worden geconfronteerd", zo zegt hij. "De oriëntatie wordt daarom een andere en die oriëntatie kennen we in de coöperatieve wereld al langer. Je gaat voor continuïteit en voor faire condities, maar niet voor rendement op ingebracht vermogen. Men ziet een onderneming niet langer als een geldverdienmachine die een zo hoog mogelijk rendement op ingebracht vermogen oplevert, maar meer en meer als een producent van bepaalde producten of diensten die van uitstekende kwaliteit moeten zijn en tegen een redelijk tarief op de markt moeten worden gezet. Dat is een andere oriëntatie en daar is meer oog voor. Het beursmechanisme is een techniek om vermogen aan te trekken. Op zich is daar niets mis mee. Wel is daarbij het 'mission statement' van ondernemingen belangrijk. Je ziet dat die 'mission statements' door de ontwikkelingen rondom maatschappelijk verantwoord ondernemen breder worden en dat men nevendoeleinden formuleert. Sommige farmaceutische industrieën bijvoorbeeld willen een zo groot mogelijke winst voor de aandeelhouders, terwijl andere zo goed mogelijke medicijnen tegen een zo laag mogelijke prijs willen, in het belang van de patiënt. Deze producenten moeten daarom veel in onderzoek en ontwikkeling investeren en hun aandeelhouders moeten dus met een gematigd rendement genoegen nemen. Van deze twee heel verschillende oriëntaties is de laatste meer coöperatief. Je gaat niet primair voor het rendement en je brengt niet een product op de markt om uitsluitend geld te verdienen. Je brengt een product op de markt omdat iemand daar behoefte aan heeft. Dat is even wat anders. Het voordeel van deze financiële crisis is dan ook, dat daar nu echt over wordt nagedacht." Belangrijk signaalDat desastreuze gevolgen van de financiële crisis tot nu toe voor coöperaties zijn uitgebleven, moet volgens Ruud Galle een belangrijk signaal voor minister Bos zijn. Hij zegt: "We hebben nu naast de beursgenoteerde ondernemingen de overheids- of semi-overheidsaangestuurde bedrijven. Deze laatste vorm was natuurlijk niet de bedoeling en is ook niet gezond. Ik begrijp wel dat Bos zich met symptoombestrijding moet bezighouden, want dat is het, maar het kan niet de bedoeling zijn dat we naar staatsbedrijven overstappen. Naast beursgenoteerd is er nog een andere weg, namelijk de coöperatie. Ik vind dat die modaliteit te gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. De coöperatie leent zich heel goed voor bepaalde typen producten. Denk maar aan de openbare nutsbedrijven. Waarom zou een waterleidingbedrijf, een elektriciteitsbedrijf of een gasbedrijf niet aan leden kunnen toebehoren? In Amerika zijn daar hele mooie voorbeelden van. Amerika is coöperatiever dan menigeen denkt. Veel taken die in Europa door de overheden zijn opgepakt, hebben de burgers in Amerika zelf voor hun rekening genomen. Je ziet daar heel veel coöperaties op het vlak van energie, ICT-netwerken en wat dies meer zij." Eensgezindheid en krachtRuud Galle prijst tot slot de eensgezindheid en de kracht van het Nederlandse coöperatieve bestel. Hij zegt: "De Nederlandse coöperaties zijn erg sterk. We hebben ook een paar hele grote coöperaties. Nederland loopt echt ver vooruit op een land als Duitsland, waar een grote verdeeldheid heerst. In Duitsland zijn er relatief veel kleine 'Genossenschaften', die vaak financieel niet altijd even sterk en zeker ook niet innovatief zijn. Niet voor niets hebben Nederlandse coöperaties in de omringende landen veel bedrijven kunnen opkopen. Ook niet voor niets kunnen Nederlandse coöperaties internationaliseren, niet alleen wat de export betreft, maar ook aan de aanvoerkant. Friesland Campina en AVEBE hebben beide een paar duizend Duitse leden. Wij hebben dat beter gedaan dan de Duitsers. We hebben niet alleen een concentratieproces achter de rug, waardoor er nu een paar hele grote gezonde ondernemingen staan, maar we lopen ook voorop voor wat betreft 'the state of the art' van het product. In deze moeilijke tijden komt dat natuurlijk heel goed uit. De consument ziet nu bewaarheid worden, dat coöperaties voor een gezonde onderneming met continuïteit gaan. Ook de NCR brengt dat nu zo veel mogelijk naar buiten, want dat is waar we voor staan!" Verschenen in: de Onderlinge (2009) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|