|
||
|
S. Harchaoui, voorzitter van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2008)
'De samenleving is nooit uitontwikkeld'Het huidige kabinet streeft naar een slankere en effectievere rijksdienst. In dat kader wordt het mes gezet in onder meer het stelsel van adviesraden. Ook de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) kon worden gemist, vond destijds het verantwoordelijke Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Tweede Kamer dacht daar echter anders over. Mr. Seddik Harchaoui is sinds ruim een jaar voorzitter van de RMO. Hij volgde Hans Adriaansens op, de deken en hoogleraar sociologie van de Roosevelt Academy in Middelburg, die gedurende acht jaar voorzitter was geweest. Na zijn vertrek in 2007 besloten de leden van de RMO, in de context van de herziening van het adviesstelsel, om niet extern een nieuwe voorzitter te werven, maar om iemand uit hun midden te laten benoemen. Na een korte periode waarin raadslid en vicevoorzitter Yolan Koster-Dreese plaatsvervangend voorzitter was, werd de leiding overgedragen aan Seddik Harchaoui, directeur van FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling in Utrecht. De overige leden van de RMO zijn sociologe Talja Blokland (buitengewoon hoogleraar Wetenschappelijke grondslagen van het opbouwwerk aan de Erasmus Universiteit), Paul Frissen (hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg), José Manshanden (directeur Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling bij de gemeente Utrecht), Lucas Meijs (bijzonder hoogleraar Vrijwilligerswerk, Civil Society en Ondernemingen aan de Erasmus Universiteit), Maurits Barendrecht (hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg), Anneke van Doorne-Huiskes (hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht) en Micha de Winter (faculteitshoogleraar Maatschappelijke opvoedingvraagstukken aan de Universiteit Utrecht). De leden van de raad worden voor een termijn van vier jaar benoemd. Ze kunnen daarna voor een tweede termijn worden benoemd en zelfs voor een derde, maar dit laatste vindt Harchaoui ongewenst. Eind 2008 wordt de derde termijn van de RMO geėvalueerd en zullen enkele leden aftreden. Harchaoui hoopt dat dan een econoom of iemand uit het bedrijfsleven zal kunnen worden benoemd. Focus op het werkSeddik Harchaoui heeft zich in het afgelopen jaar als voorzitter van de RMO vooral ingezet om de focus van de raadsleden en de medewerkers van het secretariaat op het raadswerk te houden, zonder al te veel door de discussies over het al of niet voortbestaan van de raad te worden afgeleid. "Die discussies gaan gewoon door," zegt Harchaoui. "Wij zijn niet tegen verandering, integendeel, wij vinden dat er best de nodige verbeteringen kunnen plaatsvinden. Toch is onze insteek altijd geweest dat het om de focus op ons werk gaat. Het gaat niet om het pluche. Zeker onze raadsleden zijn daar helemaal niet in geļnteresseerd. Het gaat om sociale stabiliteit, participatie, sociale context, burgerschap, integratie; dat zijn de thema's die in de komende jaren alleen nog maar belangrijker zullen worden. Wij vinden dat de overheid het zich niet kan permitteren om over deze thema's geen kritische denkkracht te organiseren. Daarom vinden wij de hele discussie over het adviesstelsel prima, wij zitten daar constructief en effectief in, maar we willen vooral gewoon ons werk doen." Geen masterplan, geen checklistDe RMO werd in 1997 opgericht om de regering en de beide Kamers te adviseren over de hoofdlijnen van beleid voor wat betreft de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen voor zover deze van invloed zijn op de participatie van burgers in en de stabiliteit van de samenleving. Kernwoorden in deze taakstelling zijn 'participatie' en 'stabiliteit'. "Je kunt het op verschillende manier bekijken," licht Seddik Harchaoui toe. "Met onze adviezen beogen wij de randvoorwaarden te scheppen, want dat is wat beleid kan doen, ofwel een vruchtbare omgeving te creėren, waarin burgers, instellingen, organisaties et cetera hun rollen kunnen oppakken en zich kunnen ontwikkelen tot, bijvoorbeeld, een zelfredzame burger, een solidaire burger, een goede arbeidskracht op de arbeidsmarkt, een 'outreachende' effectieve organisatie enzovoort. Dat proces kun je niet van bovenaf aftekenen. Je moet dat dagelijks met elkaar zien te verwezenlijken. Je moet eraan blijven sleutelen om uiteindelijk tot het grote doel te komen: sociale stabiliteit en participatie. Dat proces is nooit af, want als je denkt er te zijn, zie je wel weer iets dat veel beter kan. We hebben geen masterplan, geen checklist en ook niet de verwachting dat we in bijvoorbeeld 2024 zijn waar we willen komen. Dat is een utopie. De samenleving is nooit uitontwikkeld." Doorwerking van de adviezenSinds de instelling van de RMO in 1997 heeft de raad 44 adviezen uitgebracht. De eerste vijf gingen over vereenzaming in de samenleving, stedelijke vernieuwing, sociale activering en arbeidsactivering, kwaliteit in de buurt en vrijwilligerswerk. De laatste vijf adviezen betroffen de Wet maatschappelijke ondersteuning, de bestraffing van delictplegers met psychische en psychiatrische problemen, democratische gezindheid, hangjongeren en de ontkokering van publieke organisaties. "Over de reacties op onze adviezen hebben wij absoluut niet te klagen," aldus Seddik Harchaoui. "Veel van onze rapporten worden zeer veel gebruikt, ook op lokaal niveau. Ons rapport over integratie bijvoorbeeld wordt nog steeds door gemeenten en dergelijke vaak aangevraagd. Hetzelfde geldt voor het rapport over de Wet maatschappelijke ondersteuning, ook dat wordt gigantisch veel gebruikt in het land. Wij mogen dus echt niet over de doorwerking van onze adviezen klagen, er wordt goed naar geluisterd. Dat schept ook wel verplichtingen, hele hoge verplichtingen, dat zijn we ons zeer wel bewust." De RMO is overigens niet voortdurend op lof en instemming uit, integendeel. Harchaoui: "Een onafhankelijk adviesorgaan schrijft, als het goed is, natuurlijk ook rapporten die de wenkbrauwen doen fronsen. Word je steeds met complimenten overladen en krijg je nooit kritiek, dan voelt dat ook weer niet goed. Het gaat echt om kritisch denkvermogen. Het is, denk ik, ook heel belangrijk dat de overheid eigen kritiek organiseert en in huis haalt. Je moet je kritisch laten bevragen, daar ben ik van overtuigd, omdat daarmee datgene wat je doet, evident beter wordt." Geen kapotgepolderDe RMO gaat te werk vanuit een jaarplan. De vaststelling hiervan geschiedt in verschillende stappen: eerst een verkenning van belangrijke thema's door de leden van de raad en medewerkers van het secretariaat en vervolgens overleg met collega-adviesraden, met vertegenwoordigers van diverse departementen en met het penvoerend Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tot slot wordt het jaarplan in de ministerraad formeel vastgesteld. De thema's worden in commissies uitgewerkt waarin twee of drie raadsleden en een aantal medewerkers van het secretariaat zitting hebben. Bij die uitwerking worden vaak externe deskundigen ingeschakeld. "Wij zijn erg 'van buiten naar binnen'," zegt Seddik Harchaoui. "We nodigen vaak mensen uit om iets in de raad te komen vertellen en gaan zelf veel de samenleving in. Daar zijn wij voor, dat hebben we in onze missie. We moeten natuurlijk het gevoel dat in de samenleving leeft, goed kunnen pakken. Gelukkig hebben we mensen in de raad die echt wel kunnen vertellen hoe het leven buiten de studeerkamer is." De commissieleden stellen gezamenlijk concepten op die in de raad worden besproken. Na twee of drie discussieronden wordt geprobeerd het advies vast te stellen, waarbij het dan de taak van Seddik Harchaoui is, als voorzitter, om alle raadsleden achter het advies te krijgen. "Ik ben voor veel vrijheid in de gedachtegang," zegt hij. "Vanzelfsprekend stuur ik richting besluitvorming, als voorzitter moet ik het advies goed aftimmeren en afhechten, maar in de gedachtegang naar dat besluit ben ik voor ruimte en vrijheid en voor verschillende perspectieven. Ik vind dat prettig. Ik ben ook niet gauw onder de indruk als twee raadsleden het totaal met elkaar oneens zijn. Dat vind ik alleen maar vruchtbaar en dat mag ook in de adviezen doorklinken. Natuurlijk hebben we geen systeem van 'dissenting opinions', we moeten wel allemaal onze handtekening eronder kunnen zetten, overigens zonder in 'kapotgepolder' te vervallen." Persoonlijk stempel?Seddik Harchaoui heeft in zijn periode als voorzitter van de raad niet geprobeerd om een persoonlijk stempel op het raadswerk te zetten. Hij heeft zich vooral ingezet om de raad, ondanks de dreigende veranderingen in het kader van de stelselherziening, optimaal te laten functioneren. "Mensen konden die onzekerheid niet meer aan en dat leidde op een gegeven moment tot een kleinere staf. Ik heb daarom aandacht moeten besteden aan de sfeer en aan het weer aantrekken van goede mensen. Ik denk dat dit goed is gegaan. Ik heb er niet voor gekozen om een heel duidelijk profiel van de RMO neer te zetten of van het gedachtegoed van de RMO en van mezelf als belichaming daarvan. Ik heb voor een rustigere benadering gekozen, meer op de achtergrond, randvoorwaardenscheppend voor mijn collega's. Ik heb ook niet de ervaring van mijn voorganger, Hans Adriaansens. Ik heb weer andere vaardigheden en andere kennisvelden die ik als raadslid inbreng. Ik vind het leuk om als voorzitter principiėle discussies te leiden, waarbij de leden van de raad hun hele wetenschappelijke carričre inbrengen. Dan is het niet altijd gemakkelijk om een communis opinio te krijgen, maar dat hoeft ook niet. We hoeven de samenleving niet uit te leggen dat het allemaal zo gemakkelijk is." Dit is de elfde aflevering in een serie artikelen over adviesorganen. In de vorige afleveringen werd het profiel geschetst van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, de Gezondheidsraad, de Raad voor Cultuur, de Raad voor het openbaar bestuur, de Raad voor de financiėle verhoudingen, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Onderwijsraad, de Raad voor het Landelijk Gebied, het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Algemene Energieraad. Verschenen in: ABP Wereld Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|