M.S.A. Boddaert, arts palliatieve zorg VUmc (2009)

Meer kwaliteit in de laatste levensfase

VUmc heeft een naam als het gaat om vraagstukken rondom het levenseinde. Maar liefst zes van veertien door ZonMw gesubsidieerde onderzoeksprojecten op het gebied van palliatieve zorg worden binnen VUmc uitgevoerd. In een van deze projecten onderzoekt drs. Manon Boddaert, arts palliatieve zorg bij de afdeling medische oncologie, wat de juiste medicatie is om delier bij kankerpatiënten te behandelen.

In Nederland is palliatieve geneeskunde geen specialisme. "Was het maar waar!" zegt Manon Boddaert. "Wel is het vakgebied in opkomst. Naarmate we mensen langer in leven kunnen houden, zien we regelmatig patiënten met complexe symptomen die thuis moeilijk zijn te behandelen. Dan is het goed om specialisten te hebben die weten hoe je die symptomen het beste kunt bestrijden. Daarom heeft VUmc besloten om van palliatieve zorg een speerpunt te maken." Het vakgebied kent inmiddels verschillende hoogleraren. Binnen de VU zijn dat hoogleraar pijnbestrijding en palliatieve zorg Wouter Zuurmond, hoogleraar publieke gezondheid en palliatieve zorg Luc Deliens en, sinds 1 september, bijzonder hoogleraar verpleging en verzorging in de laatste levensfase Anneke Francke. "Maar of palliatieve geneeskunde al snel een specialisme of subspecialisme wordt… Een van de makkes is, dat het lastig is om klinisch onderzoek te doen. Er zijn vaak medisch-ethische bezwaren tegen placebogecontroleerde studies bij mensen in de laatste levensfase. Ook grote uitval door de fragiliteit van de patiënten maakt het ingewikkeld om onderzoek te doen. Palliatieve geneeskunde is daardoor nog te weinig 'evidence based'."

Patiënten met delier

De door ZonMw gesubsidieerde studie van Manon Boddaert is niet placebogecontroleerd opgezet. In het onderzoek worden onder leiding van hoogleraar medische oncologie Henk Verheul en in samenwerking met hoogleraar psychiatrie Aartjan Beekman twee vermoedelijk werkzame medicijnen, haloperidol (haldol) en olanzapine, met elkaar vergeleken. "Het onderzoek is op kankerpatiënten met delier gericht", legt Boddaert uit. "Bij mensen met delier willen we de oorzaken daarvan behandelen, maar ook het symptoom van verwardheid bestrijden. Daarvoor wordt in alle relevante richtlijnen haldol voorgeschreven, hoewel daar maar weinig 'evidence' voor is. Daarnaast is er één kleine open studie waarin kankerpatiënten met olanzapine worden behandeld. Het lijkt alsof ze daar iets beter en sneller op reageren. Het is 'peanuts' aan 'evidence', maar het verschil is de moeite waard om verder te onderzoeken." In de komende drie jaar zullen alle opgenomen patiënten bij medische oncologie systematisch op delier worden gescreend. Vervolgens krijgen random honderd patiënten haldol en eveneens honderd patiënten olanzapine toegediend. Manon Boddaert: "Volgens de literatuur leidt haldol in de helft van de gevallen tot herstel van het delier. In de andere helft blijft het delier tot het overlijden bestaan. Olanzapine zou volgens die ene studie in 76 procent van de situaties tot herstel leiden. Kunnen we dat met een goede studie aantonen, dan hebben we medicatie in handen die een verbetering van de kwaliteit van leven en van de mogelijkheid tot communicatie oplevert." Het onderzoek is opgezet als een vierjarig promotietraject met Henk Verheul als promotor.

Echt centraal

Palliatieve geneeskunde is voor Manon Boddaert een roeping. Na haar studie aan de VU werkte ze met ongeneeslijk zieke kinderen op een afdeling oncologie-immunologie. Sinds 1999 werkt ze voor de afdeling medische oncologie van VUmc, destijds onder leiding van hoogleraar Bob Pinedo. Hij gaf haar gelegenheid om aan de University of Wales College of Medicine in Cardiff een postdoctorale opleiding voor palliatieve geneeskunde te volgen. Deze opleiding rondde ze in 2004 met een mastersgraad af. Terug in Amsterdam werd ze staflid bij de afdeling medische oncologie. Ze zit in het dagelijks bestuur van het Expertisecentrum Palliatieve Zorg VUmc en was mede-initiatiefnemer van het opzetten van vier palliatieve kamers op de afdeling medische oncologie, bestemd voor patiënten met complexe symptomatologie en hun naasten. Ook participeert ze in de helpdesk palliatieve zorg Amsterdam van het Integraal Kankercentrum, bedoeld voor professionals in de eerste lijn. Met het expertisecentrum, de palliatieve kamers en de helpdesk toont VUmc aan, dat de palliatieve zorg binnen het ziekenhuis optimaal invulling krijgt. "We bieden patiënten veel meerwaarde", zegt Manon Boddaert. "We zetten sterk in op de bejegening en aandacht voor de patiënt en de familie. Alles is erop gericht de patiënt echt centraal te hebben."

[Kadertekst]

ZonMw honoreerde zes VUmc-projecten

Voor het programma Palliatieve Zorg stelt ZonMw in totaal 9.650.000 euro beschikbaar. In mei 2009 werden 14 nieuwe subsidieaanvragen gehonoreerd, waarvan 6 van VUmc. 1) Roeline Pasman, sociale geneeskunde, onderzoekt hoe ziekenhuisopname aan het levenseinde kan worden voorkomen. 2) Michael Echteld, sociale geneeskunde, onderzoekt hoe de palliatieve fase vroeg kan worden herkend. 3) Bregje Onwuteaka-Philipsen, sociale geneeskunde, evalueert casemanagement in de palliatieve zorg. 4) Jenny van der Steen, verpleeghuisgeneeskunde en sociale geneeskunde, doet onderzoek naar palliatieve zorg in verpleeghuizen. 5) Manon Boddaert en Henk Verheul, medische oncologie, doen onderzoek naar de juiste medicatie voor de behandeling van delier bij kankerpatiënten. 6) Irma Verdonck, KNO, onderzoekt de werkzaamheid van een levensverhaalprotocol bij depressieve palliatieve patiënten. Geïnteresseerden kunnen de projectvoorstellen raadplegen op de webpagina's van het Expertisecentrum Palliatieve Zorg VUmc.

Verschenen in: Synaps (2009)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl