A.H.M. de Jong, directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën (2004)

Prinsjesdag: 's morgens vroeg oranje tompoezen

Begrotingen voorbereiden, uitvoeren en verantwoorden is binnen de rijksoverheid een alledaagse zaak. Prinsjesdag is wel een hoogtepunt, maar zeker geen budgettair spitsuur. De belangrijkste knopen worden al in het voorjaar ontward. Een kijkje in de keuken van het directoraat-generaal Rijksbegroting.

Al meteen na Prinsjesdag start de voorbereiding van de nieuwe rijksbegroting. In oktober schrijft de minister van Financiën de vakministers voor waarmee zij in hun begroting rekening moeten houden. In maart begint het begrotingspel echt. Dan geven de vakministers in hun beleidsbrieven aan voor welke beleidsterreinen zij extra middelen wensen. De ambtenaren van Financiën zijn dan op hun scherpst. Ze beoordelen de beleidsbrieven en bereiden hun minister voor op de onderhandelingen met zijn collega's. Op basis van deze informatie en recente economische gegevens stuurt de minister van Financiën de zogenoemde Kaderbrief naar de ministerraad. Daarin staan de hoofdlijnen van de totale rijksuitgaven voor de komende jaren. Het is dan april, nog vijf maanden te gaan. De departementen starten nu met het opstellen van hun concept-ontwerpbegroting. In de maanden juni en juli zijn deze begrotingen dagelijks onderwerp van gesprek. Kloppen de cijfers en zijn de afspraken verwerkt zoals die door de politiek zijn vastgelegd? Medio augustus buigt de ministerraad zich over de begrotingen en worden nog openstaande discussiepunten beslecht. De definitieve begrotingen moeten uiterlijk 1 september bij Financiën zijn, waarna de Raad van State erover adviseert. Begin september moet dit advies gereed zijn, inclusief de reacties daarop van alle ministeries, waarna het op de derde dinsdag weer Prinsjesdag kan zijn.

Tweede dinsdag

Barbara Solleveld werkt bij de Inspectie der Rijksfinanciën. Zij en haar collega's begeleiden de ministeries bij de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van de begrotingen. Barbara legt uit dat elke periode voorafgaand aan een budgettaire nota of begroting telkens weer een race tegen de klok betekent, op Financiën, maar zeker ook bij de departementen. Eind augustus, ten tijde van het gesprek met haar, was het nog wachten op de laatste kabinetsbeslissingen (over de reparatie van koopkracht en de compensatie daarvan), de laatste economische gegevens van het Centraal Planbureau en het belastingplan. "Voor ons is niet de derde, maar de tweede dinsdag van september een absolute deadline," legt Barbara uit. "Dan zijn nog wijzigingen mogelijk, maar daarna moet alles naar de drukker. Op Prinsjesdag, 's ochtends om acht uur met tompoezen erbij, hebben we nog een laatste vergelijking van de drukproeven met de cijferstanden in ons financiële systeem. Zijn er verschillen, dan worden met een rode pen de allerlaatste wijzigingen aangebracht. Dat zijn de enige stukken die echt tellen. Gelukkig hebben we dit jaar een late Prinsjesdag en dus een weekje extra in september. Dat scheelt echt!"

Duizenden mutaties

Dirk de Groot werkt op het stafbureau van de Inspectie der Rijksfinancien. Hij zegt: "Als de ministerraad over maatregelen besluit, dan gebeurt dat aan de hand van een overzichtelijke reeks van bedragen. Daarachter zit een gigantische wereld aan begrotingsmutaties. De voorbereiding op Prinsjesdag betekent dat we rijksbreed soms wel duizenden boekhoudkundige mutaties moeten toetsen, bespreken en verwerken. Op budgettaire hoogtijdagen zijn binnnen de Inspectie zo'n vijftien mensen permanent met alleen al de cijfermatige verwerking bezig." Dirk benadrukt overigens dat de Inspectie der Rijksfinanciën niet alleen puur naar de cijfers kijkt. "Een getal is maar een getal," zegt hij. "Daar zit een beleid achter, met uitgangspunten, veronderstellingen en analyses. Daar denken wij ook over mee. Om ons hierover een goed beeld te kunnen vormen, beperken we ons niet tot geprekken met Haagse ambtenaren. We bezoeken bijvoorbeeld ook universiteiten en maatschappelijke instellingen. Hierdoor kunnen wij ons goed voorbereiden op discussies met beleidsambtenaren die misschien al tien jaar aan zo'n dossier werken."

Verbeteringen

André de Jong is directeur-generaal Rijksbegroting, net een jaar, en maakt dus in deze functie zijn eerste begrotingscyclus mee. Hij vindt dat Nederland een gedegen begrotingsproces heeft, dat voor andere landen als voorbeeld kan dienen, bijvoorbeeld landen die tot de EU toetreden. Toch wil hij aan verbeteringen blijven werken, in de beheersing van de overheidsuitgaven, maar bijvoorbeeld ook voor wat betreft de duidelijkheid van de begrotingen. Hij zegt: "Op dat gebied kunnen we ongetwijfeld nog een slag maken. We hebben in ieder geval afgesproken om het een stuk compacter te maken. Ook kunnen we in de begrotingen nog beter inzicht in de relatie tussen doelstellingen en middelen geven. Uiteindelijk gaat het erom de Kamer en daarmee het grote publiek zo goed mogelijk te informeren." André de Jong hecht daarnaast veel belang aan een goede beleidsevaluatie en -verantwoording. "We willen weten of beleid en ingezette middelen echt effectief hebben gewerkt. Dat is vaak moeilijk te onderzoeken. Je moet namelijk goed weten wat er bij ongewijzigd beleid zou zijn gebeurd. We hebben daarvoor betere methoden voor beleidsevaluatie nodig. Het is immers onze missie om zo effectief en doelmatig mogelijk te opereren met het geld dat beschikbaar is."

Verschenen op: Prinsjesdagsite van het ministerie van Financiën (2004)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl