|
||
|
A.H. van Marrewijk, organisatieantropoloog Vrije Universiteit Amsterdam (2006)
Over informele dorpsorakels versus formele kloosterorakels in LadakhDr. ing. A.H. van Marrewijk, organisatieantropoloog verbonden aan de vakgroep Cultuur, Organisatie en Management van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam, leidde het congres 'Integriteit anders bekeken'. Alfons van Marrewijk houdt zich onder meer met cultuuronderzoek en organisatie- en cultuurverandering bezig. "Ik ben geen specialist op het gebied van integriteit," aldus Van Marrewijk ter inleiding van zijn bijdrage, "maar wel kom ik in de dagelijkse praktijk veel spanningsvelden tegen tussen voornemens enerzijds en de dagelijkse handelingspraktijk anderzijds." Alfons van Marrewijk deed onder meer uitgebreid cultuuronderzoek bij de aanleg van de HSL Zuid. Daar deed zich een grote vertrouwensbreuk voor tussen de overheid enerzijds en de bouwbedrijven anderzijds. Het onderzoek werd vervolgd met een project waarin de overheid en de bouwbedrijven samen gingen vaststellen welke cultuur nodig is voor een hersteld vertrouwen en een goede samenwerking. Van Marrewijk: "Tegenwoordig zitten er bij contractbesprekingen meer advocaten dan ingenieurs aan tafel. Is het contract eenmaal ondertekend, dan zit iedereen te haarkloven of er fouten in zitten, waardoor ze er financieel beter uit kunnen komen. Ondertussen blijft er ook op de werkvloer veel wantrouwen bestaan en wordt er nog steeds gewerkt volgens regels die naar de vorige eeuw teruggaan en volgens stereotyperende beelden van de overheid enerzijds en van wantoestanden bij de bouwbedrijven anderzijds. Dat zit allemaal vast, daar zit weinig beweging in. Op zich is dat heel interessant. Aan de ene kant heb je de formele regels, met strenge regelgeving, boetes en straffen en aan de andere kant heb je de dagelijkse informele praktijk die bijna losstaat van die regelgeving. Die formele versus informele praktijk is de invalshoek die we voor dit congres hebben gekozen." Samenleving onder drukHet formele versus het informele stond centraal in een onderzoek van Van Marrewijk in Ladakh, het grensgebied van India, Pakistan en China. Ladakh is een provincie van India en behoort tot de Tibetaanse hoogvlakte. Vanuit de besneeuwde bergen op 6.000 meter hoogte stromen diverse riviertjes de vallei in, op 3.500 à 4.000 meter hoogte. In de vallei stroomt de Indus. Aan de riviertjes en de Indus liggen enkele tientallen dorpen met elk zo'n twee- à driehonderd inwoners. In totaal wonen er circa 30.000 mensen in Ladakh. De hoofdstad is Leh. Ladakh is zelf sinds de tweede eeuw na Christus boeddhistisch (Tibetaans), maar vormt als het ware een kruispunt met het hindoeïsme (in India) en de islam (in Pakistan). Er staan verschillende grote kloosters in het gebied. De samenleving van de Ladakhi is in de afgelopen decennia behoorlijk onder druk komen te staan. In de jaren zeventig kwam er het Indiase leger, vanuit de angst dat China Ladakh zou binnenvallen, want het is in feite nog steeds een betwist gebied. In de jaren tachtig kwam er een enorme stroom van Westerse toeristen op gang, want het is ook een prachtig gebied, waar mooie wandelingen kunnen worden gemaakt. Nog meer spanningen ontstonden in het begin van de jaren negentig door aanslagen en grensgevechten tussen met name Pakistani en Indiërs. Alfons van Marrewijk was in 1990-1991 in Ladakh en deed daar toen onderzoek naar de rituelen van de orakels in het gebied, dat wil zeggen van de formele kloosterorakels en de informele dorpsorakels. Binding met de geesten"In de Tibetaans-boeddhistische dorpsgemeenschappen hebben orakels tot op de dag van vandaag een heel actief bestaan," vertelde Alfons van Marrewijk. "De Lhamo's, dat zijn de vrouwelijke orakels, en de Lhapa's, de mannelijke orakels, hebben een actieve rol in de samenleving. Ze verzorgen namelijk de binding tussen de samenleving en het geestenrijk. Dat geestenrijk is heel uitgebreid, kan ik u vertellen. Alle voorouders doen eraan mee tot en met alle historische figuren in de boeddhistische kerk. Gebeurt er bijvoorbeeld iets met iemands schapen of droogt het water op, dan is er iets aan de hand in het geestenrijk en moet er contact met het geestenrijk worden gezocht om de balans weer te herstellen. Er zijn twee soorten orakels: de kloosterorakels, die aan een van de kloosters zijn verbonden, en de dorpsorakels, die een eigen praktijk hebben." Formele kloosterorakels"Een kloosterorakel is een formeel orakel," vervolgde Van Marrewijk. "Het treedt maar een paar keer per jaar op, veelal bij formele festivals van het klooster. Dat heeft alles te maken met zaken als de vruchtbaarheid van het land en het veiligstellen van water. Het optreden van kloosterorakels is heel sterk geritualiseerd en geïnstitutionaliseerd. Ze gaan te werk volgens algemene voorschrijvende regels. Het is bijvoorbeeld voor een orakel voorgeschreven dat het eerst op plek a en dan op plek b moet regenen. Kloosterorakels zijn altijd mannen en ze kennen altijd een erfopvolging. De functie wordt dus overgedragen in de familie. Gaat er een kloosterorakel dood, dan wordt in zijn familie gekeken wie de beste opvolger is. Bij zo'n overdracht zijn dan honderden monniken betrokken. Ook dat is een sterk ritueel, een hele initiatie met prachtige gezangen." Alfons van Marrewijk liet bij zijn presentatie foto's zien van het klooster in Sabu, het dorp waar hij tijdens zijn onderzoek verbleef, en van het klooster in Shey. De foto's lieten onder meer zien hoe het kloosterorakel in Shey de mensen en de vallei met lokaal gerstebier zegende, waarbij alle aanwezigen flessen met sjaaltjes eraan omhoog hielden. Op een andere foto plaatste het kloosterorakel een bos takken op een dak als ware dat de woonplaats van de vooroudergeesten. Tijdens zijn verblijf in Ladakh had Van Marrewijk bij een in Delhi opgeleide Ladakhi historicus gewoond, die dagelijks meel en wierook voor zijn voorouders bij de takkenbos achterliet. "Rationaliteit en emotie liggen er heel dicht bij elkaar," aldus Van Marrewijk. Informele dorpsorakels"Kijken we dan naar de dorpsorakels aan de andere kant," zo ging hij verder, "dan zien we een heel ander patroon. De dorpsorakels zijn veel meer informele orakels, met een eigen praktijk in het dorp. 's Ochtends om half negen kun je er twintig à dertig mensen op een erfje zien zitten wachten tot het orakel gaat beginnen. Het dorpsorakel is dagelijks aanspreekbaar voor zaken die over geestelijke problemen gaan, bijvoorbeeld als je geesten hebt gezien, 's nachts door voorouders bent bezocht of sowieso slecht slaapt. Daarmee kun je dan naar een dorpsorakel toegaan en om raad vragen. Het kan ook zijn dat je ruzie met je buren hebt, bijvoorbeeld over grond, over rechten op water of over overpad. Ook dat kun je aan een dorpsorakel voorleggen. Een dorpsorakel is een breed medium voor het oplossen van zaken waar je zelf niet uitkomt en aan wie je hulp kunt vragen. Dat gebeurt dus bijna dagelijks. Zo'n sessie duurt een uur tot anderhalf uur, afhankelijk van het aantal aanwezigen. Mensen betalen daar een geringe vergoeding voor, maar dertig maal een geringe vergoeding is ook een aardig inkomen. Dat levert dus dagelijks voor zo'n orakel best wel wat op." 'Hier gebeurde wat'Ook van dorpsorakels en hun praktijken liet Van Marrewijk foto's zien. Deze waren in een donkere ruimte gemaakt, waar het orakel zat, in dit geval een vrouw, met een patiënt naast haar, een man die over buikpijn klaagde. Het orakel in kwestie was een medium dat geesten ontvangt (en niet zelf in het geestenrijk rondreist), waartoe het in trance moet zien te geraken. Soms stopt het daarvoor het hoofd in een emmer met water of het maakt een enorm kabaal met trommeltjes en bellen. Op het moment dat het orakel in trance raakt, komt er een geest in haar. Ze gaat dan met een andere stem spreken, drie octaven lager, ze gaat als het ware heel sterk hyperventileren en haar ogen draaien helemaal naar achteren, waardoor alleen nog het wit van de ogen is te zien. "Zit je daar dan bij," aldus Van Marrewijk, "dan heb je wel het gevoel: oké, hier gebeurt wat. Wat precies, dat weet ik niet. Ik zat daar als onderzoeker, een wetenschappelijk opgeleid antropoloog, maar kon toch niet duiden wat er gebeurde. Maar dat er iets gebeurde, was zeker." 'Vanuit de ratio kan het niet'"Als het orakel dan de geest heeft ontvangen," vervolgde hij, "komen de patiënten een voor een naar haar toe. Soms worden ze door familieleden geduwd, omdat ze zelf niet durven. In het geval van de man met buikpijn plaatste het orakel een lang zilveren pijpje op zijn buik en zoog er vervolgens een bloederige massa uit, die ze in een bakje uitspuugde. Ik ben een keer of dertig bij zo'n sessie geweest en heb natuurlijk gevraagd of ik, voor ze het in het vuur gooide, mocht zien wat dat was. Vanuit de ratio kan het niet. Ze kan niet door zo'n pijpje iets kwaadaardigs uit een lichaamsdeel zuigen. Toch deed ze het twintig, dertig keer achter elkaar en ze had echt geen mond vol varkensvlees of zoiets. Er gebeurden dus absoluut dingen die ik niet kon verklaren. De patiënten waren ervan overtuigd dat er gif uit het lichaam werd genomen, voelden zich opgelucht en waren hun problemen kwijt toen ze weer naar buiten gingen. Dat is natuurlijk een buitengewoon vitale en interessante functie van die dorpsorakels." Enorme toenameAlfons van Marrewijk zette vervolgens uiteen dat een Engelse collega-antropoloog in 1983 in ongeveer twintig dorpjes in totaal vierentwintig orakels had geteld en dat hij zelf nog geen tien jaar later er meer dan zestig telde. Dat was in een tijd van rationalisering - tenslotte was daar bijvoorbeeld ook satelliettelefoon mogelijk - op z'n zachtst gezegd opmerkelijk. Van Marrewijk behandelde verschillende oorzaken van die toename. Om te beginnen is het aantal personen dat orakel zou kunnen worden, toegenomen. Mensen met psychische problemen of bijna-dood-ervaringen, bezetenen van geesten of mensen met epileptische aanvallen, kunnen allemaal orakel worden. Dit wordt dan een herpositionering in de samenleving genoemd. Potentiële orakels moeten wel eerst een test bij een abt van een klooster afleggen, waarna ze kunnen worden afgekeurd of ze worden als dorpsorakel toegelaten. Een tweede oorzaak is dat de invloed van het formele klooster op het informele dorpsleven afneemt. De kloosterorakels worden als het ware buitenspel gezet en niet meer door dorpelingen bezocht. Andere oorzaken zijn de sociale mobiliteit die het dorpsorakel zijn, met zich meebrengt (men is eerst niet helemaal normaal, overspannen of van god los, maar vervolgens officieel genezer en een medium dat andere mensen helpt) en de economische mobiliteit ervan (men kan er behoorlijk mee verdienen en in ieder geval zichzelf in leven houden). Een laatste oorzaak die Van Marrewijk noemde was de beschikbaarheid van de dorpsorakels, die groter is dan de beschikbaarheid van de kloosterorakels. Iemand die een conflict heeft, gaat niet een halfjaar op een optreden van een kloosterorakel wachten, als hij al de volgende dag een dorpsorakel kan raadplegen. Meer krachtAlfons van Marrewijk: "Aldus kwam de conclusie naar voren dat een samenleving onder druk, dat wil zeggen onder culturele druk, religieuze druk, druk van machthebbers en toeristen, dat zo'n samenleving zich heruitvindt en zich opnieuw leven inblaast, niet via de formele kloosterorakels, maar wel via de informele dorpsorakels, die veel vitaler zijn en meer energie hebben dan de kloosterorakels. Dat is een interessant gegeven. De informele structuren hebben veel meer 'power' voor verandering, veel meer kracht, dan de formele structuren!" Verschenen in: Congresverslag 'Integriteit anders bekeken', Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2006) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |