G.A.M. van den Berg, directeur van Univé Utrecht (2006)

Aantrekkelijk voor groot met toegevoegde waarde voor klein

In dit derde en laatste artikel over de verenigingsstructuur van de FOV is het woord aan Gijs van den Berg, voorzitter van het district brand regionaal West-Zuid. Gijs van den Berg, directeur van Univé Utrecht in Zeist, werd tijdens de Algemene Vergadering in mei 2006 tot lid van het bestuur en meteen ook tot voorzitter van het district benoemd. "Het is dus voor mij allemaal vrij nieuw," zegt Van den Berg, "en eigenlijk moet ik het district nog goed leren kennen?"

Het district West-Zuid omvat grofweg de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Utrecht, Brabant en Limburg. In dit gebied zijn eenenvijftig brandonderlingen gevestigd. Dit is aanmerkelijk meer dan in de districten Noord met twintig brandleden en Midden met twaalf brandleden. Nadat veel brandonderlingen in het zuiden in Interpolis waren opgegaan, leek het de bestuurders van destijds verstandig, zo vermoedt Van den Berg, om de districten West en Zuid samen te voegen. Daardoor is echter, zo kan nu worden geconstateerd, een scheve verhouding in aantallen ontstaan. Omdat bovendien in het district West-Zuid de vergaderingen nog steeds op twee locaties plaatsvinden, te weten Akersloot en Bilthoven of Zeist, zou het te overwegen zijn de samenvoeging terug te draaien, maar dat lijkt Van den Berg geen haalbare kaart. "Er is eerder een tendens naar schaalvergroting dan naar schaalverkleining," zo zegt hij. "Ik verwacht daarom niet dat ons district weer wordt opgesplitst. En zouden we ook niet met één in plaats van twee vergaderlocaties toekunnen? Zover ben ik echter nog niet. Ik zou dan eerst willen weten hoe de leden daarover denken, want voor een aantal betekent het gewoon meer reistijd. Dat past dan weer niet goed bij de cultuur van de FOV, want we willen graag dichtbij de leden zitten."

Voor groot en klein

Mocht het tot een nieuwe districtsindeling moeten komen, dan zou Gijs van den Berg kiezen voor een nieuwe verdeling van de circa vijfenzeventig kleinere brandonderlingen over drie nieuw gevormde districten. De grotere maatschappijen zou hij daar dan buiten laten. "De regionale branddistricten zijn toch vooral voor de kleinere brandonderlingen bedoeld," zegt hij. "Met de hele grote onderlingen heb je als districtsbestuur niet veel te maken. Die komen niet naar de regionale brandvergaderingen, hoewel ze natuurlijk altijd welkom zijn, daar gaat het niet om. In zijn algemeenheid echter is de diversiteit van de leden van de FOV een lastig punt. Want waar vind je de grootste gemene deler? Natuurlijk zijn er best wel gemeenschappelijke belangen, voor groot en klein. Kijk bijvoorbeeld naar preventie, wetgeving en compliance, daar is iedereen mee bezig. Maar het is bijna onmogelijk om voor groot en klein een interessante vergadering over zo'n onderwerp te organiseren. Het is een vraagstuk waar de FOV mee worstelt, niet alleen in de districten, maar ook landelijk. Hoe zorgen we ervoor dat de FOV aantrekkelijk voor de grote leden blijft en dat deze het nut en de noodzaak ervan blijven inzien, terwijl de FOV ook voor de kleine leden toegevoegde waarde blijft houden? Je kunt er niet twee kampen van maken, want dan heb je geen belangenvereniging meer."

Discussie

Of in een nieuwe opzet van de districten ook niet-brandonderlingen moeten worden opgenomen, zoals voorzitter van district Noord Cor Ensing in het vorige nummer van de Onderlinge suggereerde, betwijfelt Gijs van den Berg. "Er zijn argumenten voor en er zijn argumenten tegen," zegt hij. "Door andere branches toe te laten, maak je het niet eenvoudiger om de grootste gemene deler te vinden. In een aantal gevallen kan het interessant zijn en maakt het niet uit of je brandverzekeringen of autoverzekeringen doet, maar er zijn natuurlijk ook hele specifieke brandonderwerpen. Veel leden in het district komen juist daarvoor naar de vergaderingen en het zou jammer zijn als die voortaan zouden wegblijven. Neem bijvoorbeeld naturaherstel, het onderwerp van de voorjaarsvergaderingen dit jaar. In feite zijn autoverzekeraars daar al veel verder mee, maar brandverzekeraars zitten daar natuurlijk toch weer wat anders in. Voor brandverzekeraars is naturaherstel ook wat complexer. Dus ik weet het nog niet. Zoals Cor Ensing al aangaf, moet deze discussie ook in het bestuur nog plaatsvinden."

Toegevoegde waarde

Gijs van den Berg heeft zich voorgenomen om samen met de andere bestuursleden van district West-Zuid de leden in het district binnenkort te bezoeken en hen te vragen naar hun specifieke behoeften in de toekomst voor wat betreft de activiteiten van de FOV. "Dat bezoek aan de leden staat nu voorop," zegt hij, "want dat is in ons district nog blijven liggen. Sommige leden zien de FOV nog te veel op afstand en weten misschien niet wat ze aan de FOV kunnen hebben. In het ledenonderzoek dat onlangs is gehouden, zie je over het algemeen veel betrokkenheid. Tachtig à negentig procent ziet de toegevoegde waarde van de FOV. Ik ben geïnteresseerd in de tien à twintig procent die die toegevoegde waarde niet ziet. Dit onderzoek was een nulmeting, dus we kunnen geen beweging zien, maar we willen natuurlijk niet dat deze groep groter wordt. Want de toegevoegde waarde van de FOV is er op een aantal terreinen natuurlijk wel degelijk. Een aantal onderlingen merkt dat misschien niet zo, omdat de contacten wat dat betreft toch gering in aantal zijn. Iedereen is met zijn dagelijkse werk bezig en dan is de FOV slechts een orgaan op de achtergrond, waar je misschien heel lang geen gebruik van maakt, maar dan ineens kun je de federatie toch heel hard ergens voor nodig hebben!"

Plannen en ideeën

Het bestuur van district West-Zuid bestaat momenteel uit vijf leden. Naast voorzitter Gijs van den Berg, die tevens bestuurslid van de FOV is, zijn dat J.J. Bekhof, oud-voorzitter van het district en bestuurder van Univé Stellingland, A.W. van Sprang, bestuurder van Univé Het Zuiden, A.W.J.M. Verkroost, bestuurder van de SOBH en plaatsvervangend bestuurslid van de FOV, en W. Geluk, directeur van OBM Verzekeringen. "Voordat ik voorzitter werd," aldus Van den Berg, "had het bestuur al een plan voor de ledenraadpleging in ons district, maar dat komt een beetje moeizaam van de grond. Het is in feite gewoon te veel. Om eenenvijftig onderlingen te bezoeken, ben je een jaar bezig als je er elke week één doet. Dat vraagt natuurlijk veel tijd van de bestuursleden, want het komt naast ons normale werk. Wel is het heel leuk om te doen. Je krijgt veel nieuwe indrukken en er zijn veel plannen en ideeën. We zullen als districtsbestuur nog behoorlijk wat actiever moeten worden om die allemaal vorm en inhoud te geven. Wat dat betreft is er in het district West-Zuid nog wel het een en ander te doen in de komende jaren!"

Verschenen in: de Onderlinge (2006)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl