R.J. Schouten, directeur van de Vereniging Nederlandse Scheepsbouwindustrie (2005)

Garantieregeling en innovatiesubsidie voor de Nederlandse scheepsbouwindustrie

De VNSI, Vereniging Nederlandse Scheepsbouwindustrie, zet zich in voor de 'maritieme maakindustrie' in Nederland. Ook Smits Machinefabriek en Scheepsreparatie is lid van de VNSI. We hadden een gesprek met Ruud Schouten, directeur van het VNSI-bureau in Zoetermeer, over de vereniging en over zaken betreffende imago en toekomst van de sector.

De VNSI behartigt de belangen van circa negentig scheepswerven in Nederland en van ongeveer evenveel toeleveranciers daarvan. Praktische alle Nederlandse werven zijn lid van de vereniging. De naam VNSI dateert van 1990, toen een fusie van scheepsbouwverenigingen plaatsvond. De grootste daarvan was de Cebosine, de Centrale bond voor scheepsbouwmeesters in Nederland. Deze bond werd al in 1900 opgericht. Voorzitter van de VNSI is, sinds zijn pensionering, M.A. Busker, oud-kapitein en oud-directeur van Shell Tankers en oud-president-directeur van Smits Internationale. De VNSI is op tal van terreinen actief, zoals onderwijs, arbo en milieu, techniek, statistiek, onderzoek, ontwikkeling en overheid, maar niet op het gebied van sociale regelingen, arbeidsovereenkomsten en dergelijke (die immers tot het werkveld van de FME en de Metaalunie horen). De activiteiten van de VNSI zijn enerzijds op individuele ondernemers gericht, in de vorm van ondersteuning in de bedrijfsvoering, en anderzijds op de totale branche. In dit laatste geval richt de VNSI zich op een positieve beeldvorming ten aanzien van de scheepsbouwindustrie bij toekomstige leerlingen en studenten, in de pers, binnen de overheid en in de politiek.

Positief beeld

"Het imago van de scheepsbouwindustrie is de laatste jaren sterk verbeterd," zegt Ruud Schouten. "De aantallen studenten voor scheepsbouw op MBO, HBO en TU Delft zijn zeer bevredigend. Scheepsbouw is zelfs een van de best draaiende opleidingsrichtingen in deze schooltypen. Voor de afgestudeerden is er volop werk. Vergeet niet dat er nog altijd zo'n tienduizend mensen direct in de scheepsbouw werkzaam zijn en bovendien zo'n twintig- à dertigduizend bij de toeleveranciers. Ook bij de scheepvaartinspectie, het ministerie van Verkeer & Waterstaat, havendiensten, gemeenten en nog andere overheidsdiensten werken mensen die verstand van scheepvaart of scheepsbouw moeten hebben." Volgens Ruud Schouten heeft ook de politiek inmiddels - of nog steeds - een positief beeld van de Nederlandse scheepsbouwindustrie. "Nadat we met vierduizend man op het Binnenhof wat acties hadden gevoerd, omdat het een en ander fout dreigde te gaan, zei minister Brinkhorst van Economische Zaken mij dat hij de scheepsbouwindustrie een innovatieve industrie vond, die het waard is om in Nederland te behouden. Dus ook wat dat betreft zijn we niet ontevreden."

Conrete maatregelen

De positieve stemming bij overheid en politiek moet wel nog in concrete maatregelen worden omgezet, maar Schouten is daar niet pessimistische over. Hij zegt: "We onderhandelen met de overheid over een garantieregeling voor de financiering van de bouw van schepen. Zo'n regeling is noodzakelijk nu banken op dit vlak terugtrekkende bewegingen maken. Ook voor een bedrijf als Smits Machinefabriek en Scheepsreparatie zal zo'n regeling van groot belang zijn. Het concept van de regeling is klaar, er ligt ook al een kabinetsbesluit en er is al twintigmiljoen euro voor uitgetrokken, dus ik hoop dat die zaak binnen enkele maanden in werking zal kunnen treden." Een tweede speerpunt in het overleg tussen VNSI en de rijksoverheid betreft de subsidieregeling voor innovatieve scheepsbouw. In de scheepsbouwindustrie worden geen prototypes gemaakt en kan als gevolg daarvan minder een beroep op bestaande innovatieregelingen worden gedaan. Door minister Brinkhorst is inmiddels toegezegd dat er daarom voor de scheepsbouw een specifieke regeling zal komen. Ruud Schouten: "Ook die regeling zal voor bedrijven als Smits Machinefabriek en Scheepsreparatie van belang zijn. Gemiddeld zit er toch zo'n tien procent innovatie op elk schip, blijkt uit onderzoek. Op gespecialiseerde schepen kan dat tot zelfs twintig procent oplopen. Ik hoop dat die innovatieregeling begin 2005 in werking zal kunnen treden."

Koppositie

Ruud Schouten verwacht dat de Nederlandse scheepsbouwindustrie goede jaren staan te wachten. Brusselse stimuleringsregelingen, een groeiende binnenvaart en een grote vervangingsvraag in zowel West- als Oost-Europa zullen de productie in Nederland direct of indirect sterk verhogen. Hij zegt: "Nederland heeft op deze markt een koppositie. Het marktaandeel in de bouw en het onderhoud van binnenvaartschepen in Europa ligt boven tachtig procent. Dat is heel hoog. De Duitse binnenvaartscheepsbouwindustrie is op sterven na dood, België heeft nog anderhalve werf en Frankrijk nog twee of drie kleintjes. De rest doet Nederland, want wij zijn in die markt gebleven. Wij hebben het uitgehouden en dat betaalt zich nu terug. Ook de infrastructuur en de deskundigheid is bewaard gebleven, binnen de onderwijsinstellingen, de onderzoeksinstituten, op de werven en bij de toeleveranciers. Die unieke combinatie is in andere landen gewoon weg. De omzetgroei in de Nederlandse scheepsbouwindustrie die er in 2004 al weer is geweest, zal zich daarom in de komende jaren alleen maar doorzetten!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts (2005)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl