J.J.M. van het Bolscher, directeur van de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering (2004)

Intergemeentelijke samenwerking dankzij diepgewortelde solidariteit

Jos van het Bolscher is sinds 2001 directeur van de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering. Van het Bolscher is in zijn dagelijks werk hoofd bestuurlijke zaken bij de provincie Noord-Brabant. Eric van Nistelrooij werkt ook bij de provincie, als bedrijfskundig medewerker bij personeelszaken. Van Nistelrooij houdt de administratie van de onderlinge bij. Een gesprek met beiden over de actuele ontwikkelingen binnen de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering.

Voor een profielschets van de OGB bezochten we in juni 2000 de toenmalige directeur, de heer Boll, in zijn woning in Vught. Tijdens de algemene vergadering in mei 2002, waarbij de heer Boll wegens ziekte niet aanwezig kon zijn, werd hij tot buitengewoon adviseur van het bestuur benoemd. De dag erna echter kreeg het bestuur het droeve bericht dat de heer Boll de dag ervoor was overleden. Enige tijd voor zijn afscheid had hij zijn opvolger bij de provincie Noord-Brabant, Jos van het Bolscher, gevraagd hem ook als directeur van de OGB op te volgen. Na gesprekken met het bestuur van de onderlinge stemde Van het Bolscher daarin toe. Omdat hij bij de provincie een volledige baan heeft én een eenmanszaak te kwetsbaar vindt, vroeg hij Eric van Nistelrooij, destijds medewerker op zijn afdeling, om de administratie van de onderlinge te verzorgen. Van Nistelrooij heeft de altijd min of meer met de hand bijgehouden administratie van de onderlinge inmiddels geautomatiseerd. "Daar is veel tijd en moeite in gaan zitten," zegt Van Nistelrooij, "maar het is leerzaam en ik doe het met veel plezier."

Herverzekeringsplicht van de baan

Juist in 2002 ook, vrijwel direct na de directiewisseling, was de OGB met de Pensioen- & Verzekeringskamer in een discussie verwikkeld omtrent de herverzekeringsplicht van de onderlinge. "Wij waren de grens van 91.000 euro premie-inkomen net gepasseerd," vertelt Van het Bolscher, "en kregen daarom van de Pensioen- & Verzekeringskamer een aanwijzing dat we een herverzekering moesten afsluiten. Herverzekeren was echter in die tijd, nog geen jaar na 11 september 2001, enorm moeilijk, zeker voor kleine onderlingen. We hebben verschillende offertes opgevraagd, maar konden met de maatschappijen niet tot een herverzekering komen. We hebben daarom bij de PVK een bezwaarschrift tegen de aanwijzing ingediend en uitgebreid toegelicht. Dat heeft vervolgens wat lang geduurd, mede doordat, denk ik, ook de PVK de juiste overwegingen en argumenten moest vinden. Uiteindelijk heeft de PVK mede op basis van onze argumenten de aanwijzing ingetrokken en ermee ingestemd dat de OGB zich niet hoeft te herverzekeren." Een van de argumenten was, dat de OGB een nieuw beleid omtrent het vermogen had ingezet. Besloten werd om de premies in fasen te verhogen en de premierestituties tijdelijk te vervangen door stortingen op de ledenrekening en in de reserve van de OGB. Zo kon het vermogen flink worden opgekrikt. Van het Bolscher: "De PVK zag ook wel in dat de leden van de onderlinge allemaal zeer kredietwaardige organisaties zijn en dat bovendien de onderlinge verzekering als een gemeenschappelijke regeling kan worden beschouwd, een publiekrechtelijke regeling die doorgaans ook is bedoeld om risico's met elkaar te delen." De Pensioen- & Verzekeringskamer verlangde daarnaast dat het bestuur van de OGB alle leden een brief zou schrijven, waarin nog eens duidelijk op de statutaire bepaling werd gewezen dat de leden bij een bovenmatige schade een deel daarvan voor eigen rekening zullen moeten nemen. Van Nistelrooij: "Weliswaar komen zeer grote schades slechts zelden voor, maar bijvoorbeeld de storm die in december 1999 over Frankrijk, Duitsland en België trok, Nederland spaarde en boven Denemarken weer tot volle kracht kwam, had ook bestuur en directie van de OGB nog eens aan het denken gezet."

Diepgeworteld

De discussies met de Pensioen- & Verzekeringskamer, waarbij de onderlinge intensief door FOV-directeur Chris van Toor werd ondersteund, zijn inmiddels allemaal afgerond. De OGB kan nu, wat de bedrijfsvoering betreft, in rustiger vaarwater voortgaan. Belangrijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Weliswaar zijn in het recente verleden nog gesprekken gevoerd over een mogelijk samengaan met de enige collega-bossenverzekeraar, de Onderlinge Bossen Verzekering, maar het bestuur zal op de eerstvolgende algemene vergadering in juni 2005 aan de leden voorstellen om zelfstandig door te gaan. Enkele bestuurswisselingen zijn wellicht nog de meest ingrijpende wijzigingen op korte termijn. Het bestuur van de OGB bestaat uit vertegenwoordigers van deelnemende instellingen, die voor vijf jaar worden benoemd en daarna kunnen worden herbenoemd, mits zij dan nog in functie zijn. Momenteel zijn lid de burgemeesters Opsteegh (Schijndel) en Van Soest (Boxmeer) en de oud-burgemeesters Bouwmans (Boxmeer), Van Elk (Helmond) en Franssen (Wijchen). Franssen, die lange tijd voorzitter van de onderlinge is geweest, en Van Elk zijn komend jaar aftredend en niet herbenoembaar. Ingrijpende ontwikkelingen op bijvoorbeeld het gebied van marketing en acquisitie zijn evenmin te verwachten. "Acquisitie is een vak apart," zegt Van Nistelrooij. "Nu de OGB in rustiger vaarwater is gekomen, ontstaat daar wellicht ruimte voor, maar in combinatie met een baan van veertig uur komt de OGB meestal in de avonduren terecht. Acquisitie wordt dan heel moeilijk. In onze statuten is opgenomen dat alleen gemeenten, andere publiekrechtelijke lichamen en rechtspersoonlijkheid bezittende stichtingen of verenigingen van algemeen nut lid kunnen worden en die zijn natuurlijk in de avonduren allemaal gesloten. Wel proberen we er alles aan te doen, bijvoorbeeld bij fusies van gemeenten, om bestaande leden te behouden, maar zegt een gemeente het lidmaatschap op, bijvoorbeeld vanwege de huidige bezuinigingen, dan is het onze ervaring dat het weinig nut heeft om nog te proberen daarop terug te komen." Van het Bolscher zegt tot slot: "Op het gebied van acquisitie zijn we op dit moment nog niet actief. We hebben inmiddels wel een website, www.ogb-wa.nl, waarop de meest essentiële gegevens staan. Daar kunnen we wellicht nog wat meer ruchtbaarheid aan geven. Van belang is dat de leden de OGB als een vorm van intergemeentelijke samenwerking zien, zij het in een andere juridische vorm, en juist die intergemeentelijke samenwerking is binnen gemeenten diepgeworteld."

Kadertekst:

OGB

Bijna negentig jaar geleden nam een inspecteur van de Dienst Staatsbossen en Ontginning het initiatief om bossen van gemeenten te verzekeren. De gemeenten kozen ervoor dit op onderlinge basis te doen en richtten daartoe, op 1 mei 1915, de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering W.A. op. Momenteel zijn ruim zestig gemeenten en daarnaast een tiental waterleidingbedrijven en stichtingen en verenigingen van algemeen nut lid van de OGB. Gezamenlijk hebben zij circa 21.000 hectare bos bij de onderlinge verzekerd. Sinds jaar en dag is de directie en administratie van de OGB in handen van de functionaris die bij de provincie Noord-Brabant toezicht op de financiën van de gemeenten houdt of heeft gehouden. Het bestuur van de onderlinge bestaat momenteel uit twee burgemeesters en drie oud-burgemeesters van deelnemende gemeenten.

Verschenen in: 'de Onderlinge', FOV, 2004

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl