L.C. Brinkman, voorzitter van het bestuur van ABP (2006)

Beleggen en besturen is wikken en beschikken

Wat het vermogensbeheer betreft, is het bestuur van ABP verantwoordelijk voor de vaststelling van de kaderregeling en van het strategisch en jaarlijks beleggingsplan. Daarnaast ziet het toe op de realisatie van de beleggingen. Is het bestuur daartoe in staat? Een gesprek met Elco Brinkman, voorzitter van het bestuur van ABP.

Goed bestuur begint bij de keuze van goede bestuurders. Toezichthouder De Nederlandsche Bank stelt daarom strenge eisen aan bestuurders van financiële instellingen. Kort gezegd moet worden aangetoond dat zij van onbesproken gedrag zijn en veel kennis van zaken hebben. "Voordat je aan zo'n klus begint, ga je helemaal door de molen en dat vind ik terecht," zegt Brinkman. "Bovendien kom je bij ABP in gezelschap van zeer hoogwaardige lieden. Je wordt geacht toe te zien op een buitengewoon professionele organisatie, die op haar beurt verwacht dat het bestuur een sparringpartner is, waarmee vakmatig hoor en wederhoor kan plaatsvinden."

Volledig kader

Voordat hij dieper op de bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van het vermogensbeheer ingaat, wil Brinkman het doel van dat vermogensbeheer in een volledig kader plaatsen. "Bij een pensioenfonds is het niet anders dan bij een huishouden of een bedrijf," legt hij uit. "Er komt geld binnen en er gaat geld uit. Aan de uitgavenkant heeft ABP verplichtingen in de zin van pensioenuitkeringen die nu en in de toekomst moeten worden betaald. Aan de inkomstenkant zijn er twee bronnen. De deelnemers aan het fonds betalen premie, waarmee een deel van de verplichtingen wordt gedekt, en dus blijft er een zeer belangrijk deel over wat uit de rendementen op de beleggingen moet komen. En over dit laatste praten we nu."

Inbreng van het bestuur

Bij het vermogensbeheer richt ABP zich vanzelfsprekend niet op toevalstreffers en snelle winsten, maar streeft zij op grond van strategische en tactische plannen een goed rendement op middellange en lange termijn na. Daartoe verricht ABP Vermogensbeheer zelf onderzoek, laat zij ook studies door anderen uitvoeren en vergelijkt zij de uitkomsten daarvan voortdurend met rapporten over macro-economische ontwikkelingen van De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en een groot aantal andere instellingen wereldwijd. Aan de hand daarvan wordt het beleggingsbeleid van ABP vastgesteld en waar nodig bijgesteld. De inbreng van het bestuur daarbij - "Natuurlijk zitten wij als bestuurders niet in de dealingroom," licht Brinkman toe - begint bij onder meer de niet eenvoudige afweging tussen zekerheid tegen gering rendement aan de ene kant en risico's met mogelijk meer rendement aan de andere kant.

Obligaties onvoldoende

Brinkman: "Wie ten aanzien van zijn pensioen geen risico wil lopen, moet in Nederlandse staatsobligaties gaan zitten. Hij moet zich daarbij wel realiseren dat het rendement op obligaties nauwelijks voldoende is om de prijsstijgingen bij te houden. Wil je werkelijk de pensioenverplichtingen bijhouden, dan kom je met het rendement op obligaties niet uit, zelfs al neem je de beste. Bovendien is voor rendement op obligaties noodzakelijk dat je ze lang vastzet en kun je dus niet switchen als over een paar jaar blijkt dat er betere beleggingen zijn. ABP gaat voor veel zekerheid, want het is geen gokfonds, maar we gaan niet voor absolute zekerheid, want dat kost te veel rendement. Onze stelling is dat de verhouding ongeveer - over de jaren heen zie je daar wat schommelingen in - vijftig procent vastrentende beleggingen en vijftig procent risicodragende beleggingen moet zijn. We hebben kunnen vaststellen dat beleggen in ongeveer deze verhouding over een lange reeks van jaren nog steeds profijtelijk is. En naarmate de rente lager is, wordt de afweging om in meer risicodragende investeringen te zitten, die toch over het algemeen meer rendement opleveren, alsmaar dwingender."

Categorieën beleggingen

Volgend op deze generale afweging gaat de inbreng van het bestuur aanzienlijk verder. Het vraagt advies, bespreekt en ziet toe waar het ook de categorieën risicodragende beleggingen betreft. "Dat zijn soms zeer exotische producten, waarbij risico op risico wordt gestapeld," aldus Brinkman. "Maar doordat daartussen toch nog lucratieve percentages zitten en er tegelijk enorme bedragen onderliggend in omgaan, heeft het uiteindelijk toch weer handelswaarde. En een aantal risico's die daarbij horen, kun je weer met andere financiële producten afdekken." Brinkman merkt overigens op dat niet alleen aan genoemde exotische producten risico's zijn verbonden, maar evenzeer aan bijvoorbeeld vastgoedbeleggingen. "Beleggen in stenen alleen heeft geen zin," zegt hij. "We moeten die panden kunnen verhuren of doorverkopen. We zijn daarom voortdurend op zoek, wereldwijd, naar panden met vijf sterren en door de jaren heen hebben we gemiddeld zo'n tien à twaalf procent in eersteklas vastgoed kunnen beleggen. Maar ook daar blijven risico's aan zitten. Vastgoed raakt op een gegeven moment uit de mode, een bepaalde plaats is niet meer zo populair of een huurder gaat failliet. Daarom willen we ook op dat gebied een zekere vrijheid van handelen houden. Eigenlijk zijn we bij al onze beleggingen voortdurend op zoek naar een zekere flexibiliteit, maar ook daar zit dan weer een prijs aan."

Bestuurlijke keuzes

Zaken aangaande vermogensbeheer die het bestuur worden voorgelegd en waarover het bestuur discussieert, betreffen vaak dergelijke afwegingen van risico's, rendementen, zekerheden en kosten van zeer specifieke beleggingscategorieën. "Een jaar geleden hebben we bijvoorbeeld uitvoerig gediscussieerd over verzekeringen bij natuurrampen," vertelt Brinkman. "Verzekeraars zijn geneigd om risico's, naarmate deze groter worden, te herverzekeren en vaak zit er achter die herverzekeraars ook nog een derde en vierde achtervang. Het zal duidelijk zijn dat zo'n achtervang, naarmate deze voor grotere risico's komt te staan, daar een hele hoge premie voor vraagt. Op de bestuurstafel kwam nu de vraag of ABP bereid zou zijn om samen met andere partijen die grote risico's te dragen. Een aardschok in San Francisco, ik noem maar een voorbeeld, kan een keer voorkomen en dan moet je fors uitbetalen, maar alle jaren dat er geen aardschok is, vang je een hoge premie. Nu kunnen vermogensbeheerders met kansberekeningen dit allemaal uitrekenen, maar er zit ook een bestuurlijke keuze in of je zo'n risico wel aandurft. Wij hebben er in dit geval voor gekozen om dit wel te doen, maar gelimiteerd. We gaan dus niet ineens voor tien miljard aan zulke risico's dragen, maar wel voor een aantal honderden miljoenen."

Afrekenen

Nadat het bestuur tot dergelijke keuzes is gekomen, geeft het als het ware een mandaat aan de directie van ABP Vermogensbeheer om een en ander uit te voeren, mocht zo'n belegging ook na verder specialistisch onderzoek door beleggingsexperts van ABP Vermogensbeheer nog steeds profijtelijk blijken. 'Doe maar zo' in de vorm van een stempel van het bestuur op het beleggingsplan en dat is het dan wel? "Nee," zegt Brinkman. "Jaar in jaar uit stelt het bestuur de doelstellingen en de ambities vast waaraan individuele beleggers en hun gezamenlijke directies per beleggingscategorie aan moeten voldoen en waar ze ook letterlijk op worden afgerekend. Ook naar aanleiding van de kwartaalrapportages kan het bestuur aangeven: vrienden, dit gaat niet goed en misschien moeten jullie dus wat bijsturen. Het bestuur wil daarom ook voortdurend maatstaven hebben waaraan we onze beleggers kunnen meten. Daarbij willen we niet alleen maar op het oordeel van accountants en actuarissen van toezichthouder De Nederlandsche Bank varen, maar willen we ook zien hoe de collega's in Nederland en in de rest van de wereld presteren. Dat werkt zeer stimulerend en ook controlerend."

Controle op controle

In het toezicht op het vermogensbeheer en de toetsing van de resultaten daarvan staat het bestuur van ABP natuurlijk niet alleen. Die controle begint al bij de individuele beleggers, aan wie strikte antifraudemaatregelen zijn opgelegd en die bovendien niet individueel, maar in samenwerking met collega's opereren. "Niemand kan in zijn eentje even een telefoontje plegen en een paar miljard beleggen, zo werkt dat niet," zegt Brinkman. Controle is er bovendien dagelijks van de bedragen die binnenkomen en die worden uitgegeven, niet alleen door ABP Vermogensbeheer, maar ook door de accountants en actuarissen van ABP in zijn geheel. "Dat wil niet zeggen dat er nooit iets mis kan gaan," aldus Brinkman, "maar het is niet zo dat pas na een jaar kan blijken dat er iemand heeft zitten slapen." Vervolgens zijn er natuurlijk de talloze rapportages, voor de externe accountants, de toezichthouder en de beleggingsadviescommissie, maar veel frequenter voor de directie van ABP Vermogensbeheer en voor de directieraad van ABP. Voor het bestuur worden kwartaalrapportages opgesteld, "die zoals gezegd het bestuur nog wel degelijk ertoe kunnen brengen om bijstellingen te overwegen," zegt Brinkman. Tot slot is er de deelnemersraad, waarvan Brinkman eveneens voorzitter is.

Schrikreactie onverstandig

"De deelnemersraad heeft herhaaldelijk opgemerkt," aldus Brinkman, "dat wel voortdurend wordt gezegd dat we meer risicovol moeten beleggen, vanwege het hogere rendement, maar als het even tegenzit, aldus de deelnemersraad, kachelen we gelijk met miljarden terug. De deelnemersraad wilde daarom opnieuw de discussie met elkaar hebben of dat wel verstandig beleid is. Daar zijn vervolgens zeer forse debatten over gevoerd, ook over de premies, want die kunnen we natuurlijk wel verhogen, maar daardoor vermindert dan het inkomen van de mensen. We hebben elkaar ervan kunnen overtuigen dat honderd procent in obligaties beleggen niet een verstandig beleid zou zijn, maar wel zijn er op onderdelen bepaalde bijstellingen geweest. Er zijn meer reserves ingebouwd, waardoor de voorzichtigheid is toegenomen, ook als je het over een langere periode bekijkt. Je ziet dus dat de stem van het volk, als ik het zo mag formuleren, een belangrijke controle in het geheel is. Als vermogensbeheerder moet je in zulke omstandigheden lang praten en sterk in je schoenen staan, om aan te geven dat je toch in aandelen wilt blijven zitten. Hulde wat dat betreft aan de vorige directeur van ABP Vermogensbeheer Jean Frijns en zijn collega's, die in de moeilijkste twee jaren van achteruitgang niet alleen de deelnemers, maar ook Den Haag en De Nederlandsche Bank ervan hebben kunnen overtuigen dat een schrikreactie gewoon niet verstandig zou zijn."

Dekkingsgraad

"Uiteindelijk, als je het hele verhaal samenvat," aldus Brinkman, "dan zal de individuele gepensioneerde zeggen: prachtig, het is natuurlijk ingewikkeld en daar zijn dan ook deskundigen voor ingehuurd, maar wat betekent het nu voor mijn pensioen? Zit dat in de kas? Dit laatste wordt in termen van de dekkingsgraad uitgedrukt, dus de verhouding van de inkomsten ten opzichte van de uitgaven. Voor die dekkingsgraad stelt De Nederlandsche Bank een normgetal vast en daar moeten we boven blijven. Wij kunnen bij wijze van spreken heel goed scoren met een hedgefunds, het prachtig doen met dollars en wat minder met aandelen in Japan, maar hoewel het vaak om miljarden gaat, zijn dat toch kleine onderdelen van het grote geheel. Uiteindelijk is de dekkingsgraad de ultieme graadmeter of we goed met het geld omgaan. Het zal duidelijk zijn dat er heel veel bellen gaan rinkelen, zeker ook in ambtelijk en politiek Den Haag, in het geval ABP onder de norm zou komen."

Verschenen in: ABP Wereld (2006)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl