|
||
|
B.J. Kiekebeld, directeur van de divisie belastingadviseurs van Ernst & Young (2011)
De innovatieboxBen Kiekebeld, director bij de divisie tax advisors van Ernst & Young, prijst de Belastingdienst voor de verbeteringen van de innovatiebox. Een probleem speelt nog wel bij gegadigden met een S&O-verklaring. Zij beschikken niet altijd over het immaterieel actief. Waarover hebben we het?'De innovatiebox is een faciliteit binnen de vennootschapsbelasting. Winsten die aan bepaalde innovaties zijn toe te rekenen, worden niet tegen het normale tarief van 25 procent belast, maar slechts tegen 5 procent. Deze regeling geldt alleen voor innovaties die door een patent, een octrooi of het kwekersrecht worden gedekt of waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven: een verklaring 'Speur- en Ontwikkelingswerk' van Agentschap NL.' Is het de oude octrooibox?'Klopt. Toen de regeling in 2007 werd ingevoerd, gold die alleen met een maximum voor innovaties met een octrooi of kwekersrecht. Vanwege de administratieve rompslomp en omdat bedrijven vaak geen octrooi aanvragen, maakten maar weinig bedrijven er gebruik van. Doordat de Belastingdienst zich pragmatisch heeft opgesteld en een aantal knelpunten in de uitvoering heeft kunnen oplossen, is dat veranderd. Belangrijk was de wetsuitbreiding met de S&O-verklaring, later met verruimde toepassing. Bedrijven konden aanvankelijk slechts vier ton in de box stoppen voor door een S&O-verklaring gedekte innovaties, maar in 2010 zijn alle maxima losgelaten. Vanaf 2011 mogen zelfs de voordelen voordat een octrooi is toegekend, wat soms wel drie jaar of nog langer kan duren, binnen bepaalde grenzen in de box worden ingebracht.' Dus dat is nu goed geregeld?'Nog niet helemaal. Voor de Belastingdienst is het een uitdaging om het kaf van het koren te scheiden. Er zijn bijvoorbeeld bedrijven die voor een verbetering van het productieproces een S&O-verklaring hebben gekregen. Vaak is daarbij sprake van een ondersteunende activiteit. Sommige bedrijven willen dan toch bijna alle winst daaraan toerekenen. Het zou niet goed zijn als de regeling weer zou worden beperkt vanwege een te groot beroep erop door deze bedrijven. Daarnaast zijn er bedrijven die innovatie echt als kernactiviteit hebben, waarvoor de regeling destijds is ingesteld. Soms is het lastig te duiden welk deel van de winst van deze bedrijven aan een innovatie kan worden toegerekend, bijvoorbeeld als daarnaast een behoorlijke marketingcampagne is gevoerd. Precies hierover gaan veel van onze onderhandelingen namens onze cliënten met de Belastingdienst.' Is de regeling op zich nog te verbeteren?'Ja. De regeling eist dat een bedrijf naast een S&O-verklaring ook het intellectueel eigendom van het product moet hebben, dus het immaterieel actief ofwel het bedrijfsmiddel. Maar bijvoorbeeld wanneer een bedrijf een goed innovatief idee door een andere partij laat uitwerken, in de vorm van contract-'research & development', dan heeft het eerste bedrijf het immaterieel actief en het tweede krijgt de S&O-verklaring, omdat die aan de WBSO is gekoppeld, een faciliteit in de loonheffing. Beide bedrijven komen dan niet in aanmerking voor de innovatiebox en dat is natuurlijk zuur. De oplossing is om wel bij de S&O-verklaring aan te blijven sluiten, maar als de activiteiten voor rekening en risico van een opdrachtgever zijn verricht, zou die opdrachtgever zijn winst in de innovatiebox moeten mogen inbrengen.' Verschenen in: Ernst & Young Magazine (2011) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|