|
||
|
R. Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars (2006)
Nog zwaarder inzetten op lobby en dienstverleningSinds 1 maart 2006 is mr. Richard Weurding algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars. Weurding werkt al bijna twintig jaar bij het Verbond, is sinds mei 2000 lid van de directie en mag zich daarom met recht een 'company man' noemen. Richard Weurding is Eric Fischer opgevolgd, die wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is teruggetreden. Richard Weurding (44) kwam in 1987 bij het Verbond van Verzekeraars werken. Hij had toen net zijn militaire dienst erop zitten, tijdens welke hij bij de Koninklijke Landmacht als stafjurist op het gebied van arbeidsvoorwaarden werkzaam was geweest. Vanuit die achtergrond kon hij een link naar het Verbond leggen, toen hij een advertentie las waarin een beleidsmedewerker op de afdeling arbeidsvoorwaarden werd gevraagd. Nadat hij dit werk enkele jaren had gedaan, ging hij ook andere taken bij het Verbond op zich nemen. Hij werd bijvoorbeeld secretaris van de Nederlandse Organisatie van Rechtsbijstand Assuradeuren (de NORA, het Verbond bestond destijds nog uit zelfstandige brancheverenigingen) en ook van het Platform Schade (een in die tijd roemrucht gremium, voortgekomen uit het COS, waarin de schadeverzekeraars met elkaar de marktontwikkelingen bespraken). "Allemaal uiterst leerzaam," zegt Richard Weurding, "want ik wist natuurlijk precies wat er allemaal gaande was." Ingrijpende reorganisatieNa de komst van Eric Fischer als algemeen directeur van het Verbond, in 1992, werd Richard Weurding al vrij snel tot directiesecretaris benoemd. In die functie was hij tevens secretaris van het bestuur van het Verbond, maar zijn belangrijkste taak was toch Eric Fischer assisteren bij diens opdracht, namelijk de ingrijpende reorganisatie van het Verbond, zowel aan de verenigingskant als aan de kant van de bureauorganisatie. Deze reorganisatie resulteerde in de juridische en fysieke centralisatie van voormalige vestigingen in Amsterdam, Bilthoven, Baarn, Rotterdam, Zoetermeer en Den Haag, een inkrimping van de bureauorganisatie van circa tweehonderd naar honderd medewerkers en de verhuizing naar het nieuwe Verbondskantoor aan de Bordewijklaan in Den Haag. Van deze laatste operatie was Richard Weurding de projectleider. "Dat was een bijzonder leuke periode," zegt hij. "We hebben ook een andere cultuur neergezet en daar is dit gebouw een uiting van. We zijn nu veel transparanter naar elkaar toe en de onderlinge communicatie is enorm verbeterd." Na de voltooiing van de reorganisatie vervulde Richard Weurding enkele managementfuncties, met name op sectoroverstijgende gebieden, en in 2000 werd hij directielid van het Verbond. Sinds 1 maart 2006 is hij algemeen directeur. Goed geaard"Ik ben dus, wat je zou kunnen noemen, een 'company man'. Ik ben binnen het Verbond gevormd en heb verschillende keren de gelegenheid gehad om eens wat anders te gaan doen, maar ik ben hier nooit uitgekeken geraakt. Ik ben hier goed geaard en vind het werk leuk. Het is in verschillende opzichten uitdagend voor nieuwe beleidsmedewerkers. Je hebt om te beginnen een enorm netwerk, zowel naar het bedrijfsleven als naar het maatschappelijk middenveld, de politiek en de overheid. Daarnaast zijn de onderwerpen heel divers en boeiend en ze volgen elkaar in een heel hoog tempo op. Dat maakt het werk hier interessant en maakt het mogelijk om als beleidsmedewerker hier veel van je job te maken. Bovendien is het leuk te ervaren, dat de achterban veel vertrouwen heeft in de manier waarop we de dingen in de afgelopen jaren hebben aangepakt. Ik kan zonder overdrijving zeggen dat we nu tot de top van de brancheverenigingen in Nederland horen. En dat hebben we met elkaar gedaan." Intensivering en verdiepingMet de benoeming van Richard Weurding tot algemeen directeur van het Verbond heeft het Verbondsbestuur voor continuïteit van het beleid gekozen. "Dat neemt niet weg," aldus Weurding, "dat we de lat wel op een hoog niveau moeten blijven leggen. We hebben in onze bedrijfstak geen concurrenten, maar we moeten wel scherp blijven. De kunst is daarom, en daar hebben we ook onze methoden voor, om onszelf iedere keer de spiegel voor te houden, om zo bij de top te blijven horen." Weurding legt uit dat van de taken van het Verbond met name de lobbyfunctie en de dienstverlening voor verdere intensivering en verdieping in aanmerking komen. De overige twee taken, de ontmoetingsfunctie en de imagobevordering, zullen met eenzelfde ambitieniveau als tot nu toe worden aangepakt. "De ontmoetingsfunctie, de platformrol, is heel belangrijk," benadrukt Richard Weurding. "Dat zal bij de FOV niet anders zijn. Het Verbond heeft een zeer uitgebreide verenigingscultuur, met in totaal wel meer dan honderd commissies. Dat geeft ons de noodzakelijke input voor betrokkenheid, commitment en draagvlak." LobbyOver de lobbyfunctie van het Verbond zegt Weurding: "Kijk je naar de omgeving waarin wij opereren, dan spelen er in de komende jaren beleidsmatig heel veel zware onderwerpen, die van cruciaal belang voor de inrichting van de Nederlandse maatschappij zijn. Er komen grote kansen en bedreigingen op onze bedrijfstak af, waar we met onze belangenbehartiging op in moeten spelen. De concurrentiepositie van Europa en Nederland, de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de vergrijzing van onze samenleving, de arbeidsparticipatie van ouderen, flexibele pensionering en noem maar op, zijn allemaal onderwerpen waarbij de verzekeringsbedrijfstak een rol kan en moet spelen. Om die kansen te benutten, zullen we onze lobbyactiviteiten moeten versterken. In de eerste plaats zullen we daartoe nog beter in ons netwerk moeten zitten en ons moeten verplaatsen in en inspelen op de behoeften van de maatschappij, de politiek en de overheid. In de tweede plaats moeten we onze lobbyboodschappen nog meer inhoud geven, met meer visie, creativiteit en innovatieve ideeën, waarmee we ook de bedrijfstak zelf positieve impulsen kunnen geven. In de derde plaats zullen we nog sterker gaan inzetten op onze internationale lobby, niet alleen omdat de besluitvormingsprocessen in Brussel aan gewicht toenemen, maar ook omdat Nederlandse ondernemingen inmiddels echte internationale concerns zijn geworden. Dat zijn de belangrijkste speerpunten in onze lobbyactiviteiten. Lobby was al de zwaarste taak van het Verbond en zal dat in de toekomst zeker ook blijven." DienstverleningDe tweede taak van het Verbond die voor intensivering en verdieping in aanmerking komt, betreft de dienstverlening aan de leden. Richard Weurding: "Om onze lobby effectief te doen zijn, is het cruciaal dat we een achterban hebben die gemeenschappelijk, met commitment, aan die lobby meedoet. Die ledenbinding is van essentieel belang en om die goed te borgen, willen we onze dienstverlening aan de leden zwaarder gaan neerzetten. Niet alle leden hebben evenveel belang bij lobby, maar hebben wel een belang bij 'guidance', bijvoorbeeld in de vorm van praktijkondersteuning bij de interpretatie en toepassing van nieuwe regelgeving. We zijn daar twee jaar geleden mee begonnen en hebben daar een aparte afdeling voor ingericht. We hebben het gevoel dat we daarmee veel toegevoegde waarde kunnen leveren, niet alleen voor de kleine en middelgrote maatschappijen, maar ook steeds meer grote bedrijven hechten er belang aan gezamenlijk kennis te delen en om van onze kant adviezen en ondersteuning te krijgen." "Kortom," zo besluit Richard Weurding, "we hebben het Verbond in de afgelopen tien jaar van een wat bureaucratisch ingestelde organisatie naar een proactieve branchevereniging omgevormd. Waar het nu om gaat, is dat we in feite kiezen voor continuïteit in de aanpak, een bestendige koers, waarbij we wel het ambitieniveau van onze lobby en onze dienstverlening op een nog hoger plan brengen. Dat is onze uitdaging voor de toekomst." Verschenen in: 'de Onderlinge' (april 2006) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |