|
||
|
G. van Dijk, algemeen directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (2003)
Onderlingen kunnen vooroplopen bij maatschappelijk verantwoord ondernemenTijdens de Algemene Ledenvergadering van de FOV in mei werd unaniem besloten om de plicht tot naleving van de Gedragscode Verzekeraars aan het lidmaatschap van de FOV te verbinden. Hiermee hebben de aangesloten onderlingen aangegeven dat zij mee willen gaan in de ontwikkeling naar maatschappelijk verantwoord ondernemen. Naar aanleiding hiervan hadden we een vraaggesprek met prof.dr.ir. G. van Dijk, algemeen directeur van de Nationale Coöperatieve Raad en hoogleraar aan de Universiteit Nyenrode en Wageningen Universiteit. Het maatschappelijk verantwoord ondernemen past volgens Van Dijk helemaal bij het coöperatief ondernemerschap. Een essentieel kenmerk van beide vormen van bedrijfsvoering is immers, dat de desbetreffende ondernemingen meerdoeligheid hoog in het vaandel hebben staan. "Ik bedoel daarmee," aldus Gert van Dijk, "dat deze ondernemingen om te beginnen altijd goed naar ontwikkelingen in de sector hebben gekeken en dat ze altijd hebben geprobeerd om van prijsconcurrentie naar kwaliteitsconcurrentie te gaan. Maar het voornaamste is wel, dat in tegenstelling tot de eendoelige ondernemingen, die dus alleen op waardering in aandeelhouderswaarde zijn gericht, coöperaties verschillende dingen tegelijkertijd optimaliseren." Van Dijk illustreert deze gedachtegang vanuit zijn eigen achtergrond. "Ik kom zelf uit de landbouw," zegt hij. "In de landbouw is meerdoeligheid op zichzelf altijd een belangrijke factor geweest. Agrariërs ontwikkelen hun bedrijf voor meer generaties en laten daarom ook andere zaken een rol spelen dan alleen maar de exploitatierekening." Ander perspectief"Zo kun je ook naar maatschappelijk verantwoord ondernemen kijken," vervolgt Van Dijk. "Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen doel op zich, maar heeft net als coöperatief ondernemen een meerdoeligheid in zich. Dat zijn tenminste drie doelen, op het gebied van 'planet', 'people' en 'profit'. Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent in de eerste plaats dat je de ecologische omgeving beschermt en dat je op dat gebied als het ware meer doet dan de wet van je vraagt. Het betekent in de tweede plaats dat de mensen met wie je werkt, verantwoordelijkheden dragen en ontplooiingsmogelijkheden krijgen en dat je op dat gebied verder gaat dan een vakbond kan afdwingen. Het betekent in de derde plaats dat je in dat perspectief vooral ook naar winst kijkt als een functie van een toegevoegde waarde die je ook in de toekomst wilt leveren en daarnaast als een functie van het gegeven dat je te allen tijde wilt voorkomen, dat de bedrijfsactiviteiten tot vernietiging van waarden leiden. Winst komt dan in een heel ander perspectief te staan, waarbij het dus een misvatting is om te denken dat een onderneming daarmee minder kansen zou hebben. Vandaar ook dat het maatschappelijk verantwoord ondernemen eigenlijk als bijna vanzelfsprekend in het coöperatief ondernemen past." Twee aspecten voor verzekeraarsGert van Dijk stelt dat het maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen de verzekeringsbranche twee aspecten in het bijzonder kent. Het eerste betreft de afstemming van verzekeringsportefeuilles op bedrijven die daadwerkelijk de stijl van het maatschappelijk verantwoord ondernemen hebben. Van Dijk vindt dat verzekeraars geen zaken moeten doen met ondernemers die op dit gebied notoire achteraankomers zijn of die zelfs op bepaalde punten maatschappelijk ónverantwoord ondernemen. "Het tweede is," zo vervolgt hij, "dat verzekeraars zelf nog beter over hun positie in deze samenleving moeten nadenken. Een belangrijke reden daarvoor is natuurlijk dat een aantal zaken die tot voor kort als vanzelfsprekend werden verzekerd, in een positie zijn gekomen waarin ze echt onverzekerbaar zijn. Drie voorbeelden die er dan direct uitspringen zijn de dierziekten die voor een deel onverzekerbaar zijn, daarnaast natuurlijk de rampen in de orde van de terroristische aanslagen zoals we die van 11 september kennen en als derde, waar verzekeraars ook tot de initiatiefnemers behoren, de aansprakelijkheid bij medische missers." In het brandpunt van de ontwikkelingen"Dit zijn drie voorbeelden," aldus Van Dijk, "waarvan een onderlinge kan zeggen: wij hebben daar verstand van, wij weten hoe je met een situatie omgaat waarin je niet meer van redelijk berekenbare premies kunt spreken. Je moet dan dus mensen aan beide kanten van de tafel verantwoordelijk maken, namelijk aan de kant van de premiebetalers, maar ook aan de kant van de eigenaren van de onderlinge. Want als de premie niet genoeg is, zul je toch op de een of andere manier moeten kijken hoe je de pijn verdeelt en bovendien, hoe je gezamenlijk kunt proberen die te voorkomen. In die zin kunnen onderlingen als het om maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat, voorop lopen. Onderlingen kunnen immers die meerdoeligheid niet alleen als bedrijf, maar ook in de directe relatie met eigenaren, leden-verzekerden, in beschouwing nemen. Je zou daarom kunnen zeggen dat als er één groep ondernemingen in het brandpunt van de maatschappelijke ontwikkelingen staat, dan zijn het de onderlingen wel." Gert van Dijk voegt aan zijn betoog nog een terzijde toe. "Het punt is," zegt hij, "dat we als coöperaties en ook als onderlingen in de afgelopen jaren veel nadruk op structuren hebben gelegd. Je bent bijvoorbeeld zowel eigenaar als verzekerde en je hebt zowel de lasten van de risico's als de voordelen van het verzekerd zijn. Nu moeten we echter ook veel meer naar processen gaan kijken. Hoe kunnen alle aangeslotenen bij een onderlinge binnen de maatschappelijke ontwikkelingen gezamenlijk optrekken? Balkenende spreekt over 'meedoen'. Nou, de onderlingen weten heel goed wat dat kan betekenen. Maar ik denk dat anderen nog heel ver hebben te gaan." Druk door malaiseMaatschappelijk verantwoord ondernemen kon in de afgelopen jaren onder een gunstig economisch gesternte een serieus item worden. Komen de goede voornemens echter onder druk te staan nu de economische tegenwind lijkt aan te houden? "Absoluut," zegt Van Dijk. "Die druk is er, hoe je het ook wendt of keert. Dat heeft vooral te maken met het feit dat onze samenleving uiteindelijk toch vooral neerkomt op het kunnen nakomen van financiële verplichtingen. Vooral ook wordt nu duidelijk dat cashflow uiteindelijk belangrijker is dan solvabiliteit. In een economische neergang is het in de eerste plaats de ontwikkeling in de cashflow die aanleiding tot concrete stappen geeft en deze pakken op het punt van 'people', dus naar de mensen toe, bijna altijd negatief uit. Want je kunt mensen nog zo veel verantwoordelijkheid geven of betrokken laten zijn - als de cashflow niet meer toereikend is, dan vallen er ontslagen. Het tweede dat bij een economische neergang spannend wordt, is het 'planet'-aspect. Want investeringen die niet door de wet worden afgedwongen, worden dan ondergeschikt gemaakt aan zaken die wel door de wet worden afgedwongen." Van Dijk vreest dat maatschappelijk verantwoord ondernemen ook in de verzekeringsbranche tegenwind zal ondervinden. "Je ziet dat verzekeraars het gewoon moeilijker hebben dan ze het hebben gehad," zegt hij. "Daarbij is het ook nog eens zo, dat bijvoorbeeld de gevoeligheid voor brand in het bedrijfsleven omgekeerd evenredig toeneemt met de economische groei. Mensen proberen soms aan hun eigen verantwoordelijkheid te ontsnappen en het collectief daarvoor op te laten draaien. Maar het hoeft niet altijd kwade opzet te zijn. Soms ook is het een kwestie van volstrekt onvoldoende onderhoud. Dat zie je in de landbouw en in de industrie in gelijke mate. Schuren worden niet bijgehouden en in het algemeen is het voorzorgprincipe veel minder belangrijk. Dat treft verzekeraars direct en die hebben dan even niet de mogelijkheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen." Regering zonder gezicht"Wat dat betreft zou ik nog willen opmerken," zo voegt Van Dijk hieraan toe, "dat de overheid niet echt de positie inneemt alsof ze maatschappelijk verantwoord ondernemen aan het bedrijfsleven durft over te laten. De overheid gaat rustig door, ondanks de economische recessie, met maatregelen te treffen die als het ware het initiatief aan het bedrijfsleven ontnemen. De regering en de overheid lijken een geweldige behoefte te hebben om met nieuwe wet- en regelgeving te scoren, terwijl juist de ontwikkeling naar maatschappelijk verantwoord ondernemen een reden zou moeten zijn om verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven te laten. Het 'meedoen' van Balkenende is mooi gesproken, maar in de praktijk is het toch vaak weer de overheid die wel zal zeggen hóe. Ik vind dat de regering en de overheid daar absoluut onvoldoende aan doen en ook op dit punt geen gezicht tonen. Dit staat dan nog los van de manier waarop het kabinet zelf met bezuinigingen omgaat. Iedereen lijkt weer terug te vallen, in een soort intellectuele regressie, op de methoden van ongewogen bezuinigingen. Ik ben niet tevreden over hoe daarmee wordt omgegaan. Aan de andere kant kun je niet zeggen dat het maatschappelijk verantwoord ondernemen hiermee van de baan is, want hoe men het ook wendt of keert, die ontwikkeling zal zich doorzetten. Er is trouwens geen keuze." Verschenen in: de Onderlinge, augustus 2003 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |