A.B. Dijkstra, programmamanager bij de Inspectie van het Onderwijs (2007)

Risico's bij het bereiken van burgerschap essentieel aandachtspunt voor de Inspectie

In de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra is scholen opgedragen actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. Scholen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs waar een inspectiebezoek plaatsvindt, zijn per brief geďnformeerd over de uitgangspunten van dat toezicht, zoals die in het toezichtkader zijn geformuleerd. Dr. Anne Bert Dijkstra, programmamanager sociale cohesie bij de Inspectie van het Onderwijs, wilde desgevraagd voor Eduniek Info enkele aspecten hiervan nader toelichten.

Het toezichtkader 'Actief burgerschap en sociale integratie' kwam in de loop van 2006 in verschillende stappen tot stand. Eerst werd er in pilotonderzoek ervaring mee opgedaan, vervolgens werd het in het georganiseerd onderwijsoverleg besproken en aan de minister voorgesteld, de minister accordeerde het en nadat het in de Staatscourant was gepubliceerd, kon het met ingang van 1 oktober 2006 het uitgangspunt zijn voor het toezicht op de wijze waarop scholen invulling geven aan hun opdracht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen. "Of de scholen hun opdracht goed uitvoeren, daar hebben we op dit moment nog geen overzicht van," zegt Anne Bert Dijkstra. "Dat kan ook niet, want het toezicht daarop loopt nog maar sinds 1 oktober jongstleden. Wel heeft de Inspectie de afgelopen twee jaar in het Onderwijsverslag over de stand van zaken gerapporteerd ten aanzien van het bevorderen van burgerschap. Neem je die informatie als uitgangspunt, dan komt daaruit naar voren dat veel scholen goed voorgesorteerd staan om daar invulling aan te geven en ook dat veel scholen daar nu al op allerlei manieren invulling aan geven."

Visie, plan en verantwoording

"Wel benadrukt de Inspectie," vervolgt Dijkstra, "dat het van belang is, in het licht van de wettelijke opdracht, om als school een visie te formuleren en om uit te werken hoe de school die opdracht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen, praktisch handen en voeten geeft. Wat verstaat de instelling daaronder? En heb je dat geformuleerd en heb je een visie uitgewerkt, op welke manier vertaal je dat dan in het onderwijs? Een visie is dus van belang, evenals een planmatige aanpak en verantwoording naar de omgeving, bijvoorbeeld naar de ouders en ook naar de Inspectie, over de manier waarop de school dat gaat invullen. Dat kan door in de schoolgids voor ouders informatie op te nemen over de invulling die de school in de praktijk aan die opdracht geeft. Bovendien is het van belang dat die informatie betekenisvol en informatief is. Een passage dat de school het belangrijk vindt de leerlingen op een multiculturele samenleving voor te bereiden, is waardevol, maar geeft de ouders nog geen informatie over wat de school precies van plan is om te gaan doen."

Invulling divers

Over de activiteiten die scholen in dit kader kunnen gaan ondernemen, kan de Inspectie geen uitspraken doen. Wel kan de Inspectie verwijzen naar de nodige informatiebronnen op dat gebied, zoals de aparte site over burgerschap op Kennisnet (www.burgerschap.kennisnet.nl), de informatiebronnen die door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op een rij zijn gezet (www.minocw.nl/burgerschap), de landelijke pedagogische centra (CPS en KPC Groep bijvoorbeeld) of het SLO, Oberon en ook Eduniek, en dan met name het project Democratisch burgerschap, waarover in deze Eduniek Info een interview staat met hoogleraar Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken prof. dr. Micha de Winter. Over deze en andere activiteiten heeft de Inspectie geen inhoudelijk oordeel, niet alleen omdat het toezicht pas op 1 oktober van start is gegaan, "maar ook," zegt Anne Bert Dijkstra, "omdat de invulling die een school aan burgerschap wil geven én de situatie waarin de school burgerschap moet invullen, heel divers kan zijn. Daarom is er niet één invulling van goed burgerschapsonderwijs."

Speciaal aandachtspunt

Terug nu naar het toezichtkader zoals dat is beschreven in de brochure 'Toezicht op burgerschap en integratie'. In deze brochure van de Inspectie staan alle details van de invulling van het toezichtkader. Op basis daarvan stelt een inspecteur zich tijdens een schoolbezoek op de hoogte van de invulling die de school aan het onderwijs op dit gebied heeft gegeven. "Het betreft twee indicatoren," legt programmamanager Anne Bert Dijkstra uit, "namelijk een indicator kwaliteitszorg en een indicator aanbod. Als onderdeel van kwaliteitszorg is het van belang een visie geformuleerd te hebben, die visie planmatig uit te werken, daarover verantwoording af te leggen en ook dat de school inzicht heeft in de resultaten van het gegeven onderwijs. Een element waar de Inspectie speciaal op let, is of de school zich bij dit alles ervan heeft vergewist of leerlingen wellicht speciale risico's lopen als het om het bereiken van burgerschap gaat. Is het gedrag van leerlingen of zijn bepaalde opvattingen van leerlingen aanleiding voor zorg als het om burgerschap en integratie gaat? Wanneer er sprake is van bijvoorbeeld intolerantie, extremistische ideeën of discriminatie, dan is het van belang dat de school zich daarvan een beeld heeft gevormd en dat de school, mocht dat nodig zijn, daar in het onderwijsaanbod speciaal aandacht aan schenkt. Is er bijvoorbeeld sprake van intolerantie onder leerlingen, dan wordt van de school verwacht dat leerlingen daarop worden aangesproken."

De school als oefenplaats

"Ook ten aanzien van de samenstelling van het aanbod van het onderwijs dat op burgerschap is gericht, zijn vier aandachtspunten geformuleerd," vervolgt Dijkstra. "Ten eerste is het van belang dat de school aandacht geeft aan het bevorderen van sociale competenties van leerlingen. Ten tweede is het belangrijk dat een school in zijn onderwijs open is naar de samenleving en naar de diversiteit in de samenleving. Ten derde is het van belang dat de basiswaarden van de democratische rechtsstaat worden bevorderd. En ten vierde moeten deze drie punten, dus de sociale competenties, de gerichtheid naar de samenleving en de basiswaarden, niet alleen theorie zijn, maar de school moet ze ook vóórleven. Je zou kunnen zeggen dat de school een oefenplaats is waar docenten goed burgerschap laten zien."

Voldoende - onvoldoende

Anne Bert Dijkstra benadrukt nog eens het belang van het onderdeel risico's bij de indicator kwaliteitszorg. Hij zegt: "Op het moment dat de inspectie een oordeel geeft over de kwaliteit van het onderwijs gericht op burgerschap, is dat oordeel op dit moment gebaseerd op de indicator kwaliteitszorg en dan met name op het punt risico's. Zodra er sprake is van duidelijk aanwijsbare risico's waarop de school niet zou reageren, is het onderwijs gericht op het bevorderen van burgerschap niet toereikend. De Inspectie zal dat dan ook in de beoordeling tot uitdrukking brengen. Ten aanzien van de andere aandachtspunten vormt de Inspectie zich wel een beeld en spreekt de school daar zonodig op aan, maar dat leidt niet tot een beoordeling als onvoldoende. De beoordeling voldoende-onvoldoende is gebaseerd op het oordeel over de indicator kwaliteitszorg voor wat betreft het punt risico's." Over het eventueel aantrekken van deze normering in de nabije toekomst zegt Anne Bert Dijkstra tot slot: "Dat is op dit moment niet goed te zeggen. Het voornemen is dat de Inspectie de normering regelmatig tegen het licht zal houden. Op het moment dat er aanleiding is de normering te herzien, zal er overleg met het veld plaatsvinden en kan de Inspectie de minister adviseren om de normering aan te passen."

Verschenen in: Eduniek Info (2007)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl