|
||
|
L.J. Brinkhorst, minister van Economische Zaken D66 (2004)
Naar een herkenbare redeneerlijn in een afgestemd en consistent beleidBreedband is van groot belang voor economie en maatschappij. Breedband maakt veel mogelijk, bijvoorbeeld ook op het gebied van maatschappelijke diensten zoals in de zorg. Uit internationaal onderzoek van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) en de Europese Unie blijkt dat concurrentie tussen infrastructuren het instrument bij uitstek is om breedband op grote schaal bij de consumenten thuis te krijgen. Ervaring heeft echter geleerd dat veel diensten op organisatorische en menselijke belemmeringen stuklopen en niet op een gebrekkige infrastructuur. We vroegen naar de visie hierop van Laurens Jan Brinkhorst, minister van Economische Zaken. Breedbanddiensten worden niet door infrastructurele gebreken opgehouden, maar door organisatorische belemmeringen. Wat kan en gaat de minister daaraan doen? Brinkhorst stelt in dit verband voorop, dat de concurrentie tussen de kabel en ADSL op dit moment ook in Nederland een van de belangrijkste stuwende krachten achter de uitrol van breedband is. "We zien dat deze concurrentie zowel in prijs als in capaciteit de consument voordelen brengt," zegt hij. "Bij het stimuleren van breedband moeten we echter een ruime periode vooruitzien. De ontwikkelingen laten zien dat glasvezelnetten steeds dichter bij de aansluitpunten komen, dus bij woningen en kantoren en dergelijke, en dat deze op termijn de huidige 'local loop' waarschijnlijk zelfs gaan vervangen. Een heel belangrijke vraag die daarbij aan de orde komt, is op welke wijze zo'n ontwikkeling de concurrentie tussen infrastructuren zal beïnvloeden. Het is zeer wel denkbaar dat hiermee een natuurlijk monopolie ontstaat, op zijn minst in delen van Nederland, voor één aanbieder in de 'local loop'. Op dat moment kun je wel concurrentie willen, maar blijkt de markt die niet te kunnen of te willen realiseren. In dat geval is het in ieder geval noodzakelijk dat de toegang tot die infrastructuur voor iedere aanbieder mogelijk is, opdat in ieder geval concurrentie op de infrastructuur geborgd is. De huidige regelgeving voorziet daar al in." Minder rendabele gebiedenOok in minder rendabele gebieden zal er een breedbandige internettoegang moeten komen. Dit is immers ook een van de kernpunten in het beleid op dit gebied van de Europese Commissie. Van belang hierbij is de visie van Economische Zaken op de rol van de nationale overheid enerzijds en de rol van de kabelbedrijven anderzijds. Brinkhorst zegt: "Belangrijker dan de infrastructuur zelf is natuurlijk het daadwerkelijke gebruik en de benutting daarvan. In het actieprogramma breedband wordt nu al een impuls gegeven aan de ontwikkeling van ketenconcepten op semi-publieke terreinen als gezondheidszorg, veiligheid en onderwijs. Het gaat hier echter vaak om veranderingen in primaire processen en dat is inderdaad niet gemakkelijk. We zullen deze inspanningen daarom in de komende jaren samen met het bedrijfsleven verder moeten intensiveren. Naar mijn mening kan ook de kabelsector hierbij een actievere rol spelen. De kabelsector kan kansen identificeren en in publiekprivate samenwerking verder werken aan de maatschappelijke meerwaarde van het netwerk." Geen publieke middelenVolgens Brinkhorst kan in Nederland, in Europees perspectief, nauwelijks van 'onrendabele gebieden' worden gesproken. Het Nederlandse platteland is nog altijd zeer lucratief, zo zegt hij, vergeleken met de ontvolkte binnenlanden van Spanje en Frankrijk of de uitgestrekte bossen in het noorden van Zweden. "Wel kan van 'minder rendabele gebieden' worden gesproken," aldus Brinkhorst. "In een sector waar het primaat voor ontwikkeling en investeringen bij de markt ligt, is het logisch dat deze gebieden in de tijd als laatste worden ontsloten. Op dit moment ziet het er echter naar uit dat voor eind 2004 vrijwel heel Nederland toegang heeft tot ADSL, kabel en breedband, in combinatie met 'wireless' technologieën. Hiermee bestaat er geen noodzaak om voor de ontsluiting van bepaalde regio's op dat niveau publieke middelen in te zetten. Wel heeft de overheid de taak ervoor te zorgen dat de markt ook daadwerkelijk haar werk kan doen en ook op termijn in deze minder rendabele regio's blijft investeren. Ook hier is het zaak dat de kabelbedrijven zich in concurrentie met telecom-operators doen gelden." Heldere beleidsafstemmingDe politiek heeft zich voorgenomen om ten aanzien van de kabelsector tot een meer heldere beleidsafstemming te komen. Dit beleid is daarom overgeheveld van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen naar het ministerie van Economische Zaken. Bovendien is het directoraat-generaal Telecommunicatie en Post van het ministerie van Verkeer en Waterstaat naar Economische Zaken overgebracht. "Het is de kabelsector die de overheid op verschillende manieren aanspreekt," zegt Brinkhorst over deze situatie. "Vaak wordt daarbij gezegd: overheid, doe maar niets, laat het maar aan de markt over. Maar soms wordt ook wel geklaagd over - vermeende - marktverstorende situaties. Dan wordt gezegd: overheid, dóe iets!" Gevraagd naar de verbeteringen die Economische Zaken met de nieuwe opzet verwacht te realiseren, zegt Brinkhorst: "De eerste stap om consistentie in de benadering van het onderwerp te vinden, ongeacht de soort diensten, is het onderbrengen van het directoraat-generaal Telecommunicatie en Post en het kabelbeleid bij Economische Zaken. Omroepsignalen zullen immers in de toekomst ook op andere manieren dan via de kabel tot de consument kunnen komen, zoals internet en telefonie niet langer aan alleen KPN zijn voorbehouden. Een belangrijke verheldering betreft het onderscheid tussen het elektronisch transport van diensten en de inhoudsdiensten zelf. Dit is overigens geheel in lijn met de Europese richtlijnen, waarin een dergelijk onderscheid ook wordt gemaakt. Waar de kabel op het gebied van omroep vooral infrastructuurgerelateerde kosten kent, transport dus, én bovendien met het bieden van internet en telefonie ook telecommunicatiediensten naast omroep biedt, is de overgang naar Economische Zaken verklaard. Dit laat onverlet dat het kabinet als uit één mond over het beleid spreekt, waar de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor wat betreft het omroepbeleid als onderdeel van het cultuurbeleid de eerstverantwoordelijke is." Consistentie is maatgevendOndanks de beoogde beleidsafstemming worden momenteel drie brieven van de rijksoverheid voorbereid waarbij de kabelsector een belangrijke rol speelt: één brief op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over digitalisering en auteursrechten en twee brieven op het ministerie van Economische Zaken, namelijk de breedbandbrief en een notitie over de digitalisering van de kabel. Drie brieven over één sector tegelijkertijd - dat kan toch geen succes van de voorgenomen beleidsintegratie worden genoemd? "Ik kan nog wel meer brieven noemen die de kabel raken," aldus Brinkhorst. "We zullen de Tweede Kamer bijvoorbeeld ook informeren over consumentenbeleid, over werkgelegenheidsbeleid, over ICT en onderwijs en over de Nederlandse bijdrage aan Europa. Van de drie genoemde brieven gaat er overigens slechts één specifiek over de kabel. De andere twee gaan over breedband en over auteursrechten. Ik mag hopen dat de kabelbedrijven al deze brieven even interessant zullen vinden, waarbij ik aanteken dat niet het aantal brieven van het kabinet over een onderwerp, maar de consistentie tussen die brieven maatgevend voor beleidsintegratie is. Daarom hoop ik van harte dat de lezers zullen herkennen dat in verschillende brieven over verschillende onderwerpen, die elkaar wel raken, wel degelijk een herkenbare redeneerlijn in het geheel zit!" Verschenen in: Business HighLights van Revue Arts Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |