|
||
|
R.F. van Esch, algemeen directeur van VECAI (2004)
Nederland moet zich aan de Europese regels houdenRob van Esch, algemeen directeur van VECAI, evalueert realistisch welke verwachtingen de kabelsector in de afgelopen jaren wel en niet heeft waargemaakt. Even realistisch is hij over de toekomst van de sector, maar verbaast zich juist daarom over de manier waarop de Nederlandse overheid over die toekomst discussieert. "De kabelsector heeft veel verwachtingen waargemaakt," zegt Rob van Esch. "De eerste was dat de netwerken zouden worden gemoderniseerd en dat is, denk ik, fantastisch gelukt. Onze netwerken horen tot de modernste in de wereld. Een tweede verwachting was dat er concurrentie tussen infrastructuren zou komen. Ook dat is, zo blijkt uit elk internationaal rapport, in Nederland echt wonderwel gelukt. Een derde punt is, maar dat was eigenlijk onverwacht, dat internet zo belangrijk zou worden en dat iedereen breedband zou willen hebben. Dat hadden we vijf jaar geleden nog onvoldoende op het netvlies staan. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat we in Nederland ten behoeve van breedbandinternet de snelste penetratie van nieuwe communicatie-infrastructuur ooit hebben. Dat is nogal wat en het belooft nog veel voor de toekomst." Minder geslaagd"De kabelsector heeft ook een aantal verwachtingen niet waargemaakt," vervolgt Van Esch. "Sommige zaken zijn minder snel van de grond gekomen. Met bijvoorbeeld digitale televisie en telefonie over de kabel is het allemaal wat minder snel gegaan. Typisch in dat soort zaken is dat de ontwikkelingen op korte termijn wat tegenvallen, terwijl ze op langere termijn belangrijker blijken te zijn." Inmiddels is de kabelsector klaar voor digitale televisie. Hoe de telefoniemarkt zich zal ontwikkelen, vindt hij op dit moment moeilijker te voorspellen. "Ik denk dat nog veel nieuwe spelers het speelveld zullen betreden," zo zegt hij. "Ook zijn er nieuwe technologieën in ontwikkeling, dus er is veel gaande. Op termijn zullen deze markt en de marktpartijen dan ook anders zijn dan we nu denken. De kabelbedrijven zullen daar in toenemende mate een actieve rol bij spelen." Kijken verandert"De kabelbedrijven," benadrukt Rob van Esch, "geloven heilig in concurrentie. Wij willen op markten opereren waar we met andere partijen fel concurreren. Dat is goed, dat houdt bedrijven scherp, het leidt tot innovatie en het leidt voor consumenten tot de beste prijs-kwaliteitverhouding. We zien dat nu bij internet en dat zal voor alle markten gaan gelden, in toenemende mate ook voor de televisiemarkt. Bovendien is er al sterke concurrentie van satelliet en Digitenne. Kijk ook naar de ontwikkelingen op het gebied van programma's via internet kijken. De manier van televisie kijken verandert. Daar zullen alle partijen op inspelen, inclusief de kabelbedrijven, maar het betekent ook dat de omroepen zullen moeten veranderen. Het model van advertenties tussen de programma's zal natuurlijk heel erg onder druk komen te staan." Glazen bolOver de toekomst wil Rob van Esch realistisch zijn, hetgeen van gemeenten vaak niet kan worden gezegd. "Een aantal met name lagere overheden," zegt hij, "heeft blijkbaar een glazen bol op het bureau staan en meent te weten dat er één soort nieuwe infrastructuur moet komen. Die discussie is vrij hevig en existentieel voor de kabelbedrijven. Als er een nieuwe infrastructuur komt waarmee alles zou kunnen, dan moeten kabelbedrijven zich opnieuw positioneren of, zoals KPN voorstelt, eraan meedoen. Wij hebben echter erg veel vertrouwen in eigen kunnen. Wij denken dat we de doelstelling van die nieuwe infrastructuur, waar KPN heel veel overheidsgeld voor vraagt, zonder dat overheidsgeld kunnen bereiken. Dat doel is immers niet een bepaalde infrastructuur hebben, nee, dat doel is dat je bepaalde diensten bij de mensen gaat brengen. Het zal de klant een worst wezen of die diensten via prikkeldraad, een loden pijp of een glasvezelkabel binnenkomen. Wij gaan voor die diensten - en hebben daarbij erg veel vertrouwen in onze eigen netwerken." Extra merkwaardigDe discussies over de infrastructuur in Nederland zijn in Europees perspectief extra merkwaardig. Rob van Esch: "In Brussel is een paar jaar geleden een pakket aan regelgeving afgesproken met als rode draad dat de kabelsector als elke andere infrastructuur moet worden behandeld. In het verleden heeft de sector van jan en alleman regels meegekregen en dat moet nu dus worden gestroomlijnd. Het kabinet is daarmee bezig, maar in een zeer langzaam tempo. Brussel heeft daarnaast het beleidskader bepaald voor de breedbanddiscussie die we op dit moment voeren. Dat beleidskader schrijft voor dat er concurrentie tussen infrastructuren moet zijn en daarnaast dat àls de overheid al een rol heeft, bijvoorbeeld bij het uitrollen van breedband in gebieden waar dat economisch minder interessant is, dat dit dan op een technologieneutrale manier gebeurt. Concurrentie en technologieneutraliteit zijn dus de cruciale woorden in dat Europese beleidskader. Als Nederland zich aan dat beleidskader houdt, zijn we al een heel eind." "We merken echter," zo stelt Rob van Esch, "dat de discussies in Nederland, met name bij gemeenten maar ook bij de rijksoverheid, zich van dat beleidskader niets aantrekken. We hebben het toch echt met elkaar afgesproken, maar Brussel is dan ineens weer ver weg en dus niet belangrijk. Nederlanders zijn gewoon immuun geworden voor wat er in Europa wordt afgesproken. We waren Europeanen van het eerste uur, maar daar zit een ambivalentie in die zijn weerga niet kent!" Verschenen in: Business HighLights van Revue Arts Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |