|
||
|
R. Wagenvoord, voorzitter van de Stichting Assurantie Registratie (2008)
Het Wft-personenregister is er vooral voor de medewerkers van vergunninghoudersFeitelijk leidinggevenden en de medewerkers van verzekeraars, tussenpersonen en banken kunnen sinds 1 oktober jongstleden hun diploma's en de permanente educatie die zij hebben gevolgd, laten registreren in het Register Deskundigheid Financiële Dienstverlening (RDFD). Dit register is een initiatief van de Stichting Assurantie Registratie (SAR). Een gesprek over de mogelijkheden en voordelen van de registratie met Rob Wagenvoord RMiA, voorzitter, en Nelleke Sterrenberg, bestuurssecretaris van de SAR. De Stichting Assurantie Registratie werd in 2001 opgericht nadat de beëdiging van makelaars en daarmee de wettelijke bescherming van deze titel was vervallen. Dit gold dus ook voor de titel makelaar in assurantiën. Als antwoord daarop introduceerde de SAR het keurmerk Registermakelaar in Assurantiën (RMiA). Later werden daar nog twee andere keurmerken aan toegevoegd, te weten de Registeradviseur in Assurantiën (RAiA) en de Registerpensioenadviseur (RPA). De Registeradviseur in Assurantiën zijn adviseurs met een A-diploma. Door middel van het keurmerk RAiA willen zij zich onderscheiden van adviseurs met enkel een B-diploma, wat onder de Wft 'het maaiveld' is. Het keurmerk Registerpensioenadviseur is het meest doorgevoerd en uitgewerkt, met jaarlijkse examens voor de betrokkenen. Het nieuwe Register Deskundigheid Financiële Dienstverlening heeft niet het karakter van een keurmerk, maar is een pure registratie van diploma's en van de gevolgde permanente educatie. Wft-personenregister"De SAR is op zich niet zo bekend," legt Rob Wagenvoord uit, "omdat de stichting zelf daar niet zo'n behoefte aan heeft. Het gaat erom dat de keurmerken en de logo's daarvan bekend zijn. Wij zijn ook niet naarstig naar nieuwe registers op zoek, maar wij luisteren naar de markt. Vindt de assurantiewereld dat er een keurmerk moet komen of dat een labeling moet plaatsvinden, dan reageren wij daar op. Soms krijgen we van een andere partij het verzoek om een keurmerk op te zetten en dan bieden wij onze 'know how' en onze ervaring aan. Wij kunnen mensen op pad helpen en vervolgens kan het tot een nieuw register komen, al of niet onder onze vleugels. Kan die andere partij dat beter dan wij, dan vinden we dat prima. Op een vergelijkbare manier gaf de branche aan, dat er een behoefte bestond aan een Register Deskundigheid Financiële Dienstverlening. Met de komst van de Wfd en later de Wft heeft de wetgever vanaf januari 2006 een wettelijk vergunningenregister in het leven geroepen. De Autoriteit Financiële Markten registreert welke bedrijven een vergunning hebben om financiële diensten te leveren. Vervolgens echter werd al snel gesproken over de wenselijkheid van een 'Wft-personenregister' voor alle medewerkers die niet bij de Autoriteit Financiële Markten zijn geregistreerd. Dat signaal hebben wij opgepakt." Nelleke Sterrenberg: "We hebben eerst een haalbaarheidsonderzoek gedaan en daaruit bleek dat er een behoefte was aan het borgen van de deskundigheid van medewerkers van kantoren, dus niet alleen van de vergunninghouders en de feitelijk leidinggevenden, maar vooral ook van de medewerkers die in het bezit zijn van een diploma wat het in staat stelt om op een later tijdstip zelfstandig een vergunning aan te vragen of zelf leidinggevende te worden. Ze moeten dan kunnen aantonen dat zij die deskundigheid bezitten en hebben bijgehouden. Het RDFD is dus een echt personenregister. Het is niet voor de kantoren opgericht, maar voor de medewerkers daarvan." Spoor bijsterDe registratie van de deskundigheid financiële dienstverlening werkt als volgt. Medewerkers die behoefte aan een registratie hebben, melden zich aan op www.rdfd.nu. Zij vullen daar de nodige gegevens in en kunnen vervolgens de diploma's die ze hebben behaald, na deze te hebben gescand, in een persoonlijke digitale kluis opslaan. Zo hebben zij de zekerheid dat deze getuigschriften tot in lengte van jaren bewaard blijven. De geldigheid van de ingevoerde diploma's wordt gecontroleerd bij de instituten die ze hebben afgegeven. Vervolgens worden de geregistreerden op gezette tijden automatisch via e-mail geattendeerd op het onderhouden van de verplichte permanente educatie, om te waarborgen dat hun diploma's 'Wft-proof' blijven. Nadat zij de benodigde opleidingen hebben bijgewoond of een toets met goed gevolg hebben afgelegd, kan die informatie ook weer in het register worden ingevoerd. Deze informatie zal eveneens door de betrokken opleidingsinstituten worden geverifieerd. De geregistreerde informatie kan door iedereen (zonder kosten) worden geraadpleegd. Rob Wagenvoord: "De meeste medewerkers zijn totaal het spoor bijster voor wat betreft de permanente educatie die zij moeten volgen om hun diploma's op waarde te houden. Dat is buitengewoon ingewikkeld gemaakt. Bovendien denken sommige werkgevers daar zelf niet zo veel belang bij te hebben, hoewel ik denk dat dit niet voor serieuze werkgevers geldt, omdat die weten dat ze baat hebben bij deskundige werknemers. Maar sommigen zijn angstig dat hun werknemers naar de concurrent gaan of voor zichzelf gaan beginnen en vinden daarom dat de werknemers die niet op de vergunning van de Autoriteit Financiële Markten staan, hun permanente educatie zelf maar moeten regelen. Wij bieden die werknemers met ons signaleringssysteem een goede ondersteuning en we verwachten daarom met dit initiatief een positieve bijdrage te leveren aan de deskundigheidsontwikkeling en -borging binnen de assurantiebranche." De registratie in het Register Deskundigheid Financiële Dienstverlening, de digitale kluis en de attendering op de permanente educatie kosten betrokkenen 50 euro in het eerste jaar en vervolgens 30 euro per jaar. Pro DeoDe SAR is sinds haar oprichting op tussenpersonen gericht geweest, maar het Register Deskundigheid Financiële Dienstverlening heeft een breder bereik. In feite kan iedereen die zijn assurantiediploma's op waarde wenst te houden, zich inschrijven. Ook medewerkers bij verzekeraars, banken en brancheorganisaties en assurantiemedewerkers bij grote ondernemingen bijvoorbeeld kunnen van het register gebruikmaken. Dit betekent dat het voor de SAR nog een vraagteken is hoe groot de doelgroep van het register zal zijn. Omdat bovendien nog veel onduidelijk is over de intensiteit van de permanente educatie, kan moeilijk worden ingeschat hoeveel werk de registratie met zich mee zal brengen. Overigens zal de operationele uitvoering van het register de verantwoordelijkheid zijn van Bureau D&O in Hoevelaken, omdat de SAR daar niet de geschikte organisatie voor is. Alle betrokkenen bij de stichting, uitgezonderd bestuurssecretaris Nelleke Sterrenberg, leveren hun bijdragen op basis van vrijwilligheid, dus zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. "Zo is de zaak ook zuiver," zegt Rob Wagenvoord, die zelf Chief Operating Officer is bij beursmakelaar Willis in Amsterdam. "We hebben zelf geen enkel belang bij de registers. Het ene jaar houden we wat geld over, het andere niet. Door een goede beheersing van zaken hebben we een potje gecreëerd, waarmee we nu het opzetten van het nieuwe register kunnen voorfinancieren. De verdere inkomsten zijn altijd kostendekkend en verder mogen we ook niet gaan. Gelukkig denken al onze mensen daar zo over. We leven in een transparante wereld en daarom is het allemaal controleerbaar en zichtbaar wat we doen." Groot vraagtekenHet ontbreken van een persoonlijk belang doet niets af aan de enthousiaste en gedreven inzet voor het welslagen van de registratie. Rob Wagenvoord: "We zijn reuzebenieuwd of onze gedachten met de werkelijkheid zullen kloppen. Hoe zullen werkgevers reageren? Hoe zal sowieso de branche reageren? We weten dat er een behoefte aan deze registratie bestaat, want we hebben daar met een aantal organisaties over gesproken. Ook zijn er al verschillende publicaties over geweest. Maar waren dat 'ivoren-toren-publicaties' of gaven ze inderdaad een beeld van de behoefte die in de achterban leeft?" Nelleke Sterrenberg: "Spannend is ook nog welke vorm de permanente educatie gaat krijgen. Er is een cyclus van achttien maanden afgesproken, maar het kan gebeuren dat voor sommige modules in een bepaalde periode te weinig actuele veranderingen hebben plaatsgevonden. Wat gaat het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening dan aan de minister adviseren? Laat de permanente educatie dan maar zitten, omdat de bedrijfstak toch al genoeg wordt belast? Dat is nog een groot vraagteken. Het feit dat de Wft in 2006 is ingegaan, maar dat pas in juli 2008 de permanente educatie officieel bekend is geworden, zegt al genoeg over de moeite die er is geweest om het vereiste kennisniveau te inventariseren en in kaart te brengen. Het is daarom nog heel onzeker hoe dat in de toekomst zal gaan." Niet gepubliceerd
Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|