A.H.E.M. Wellink, president van De Nederlandsche Bank (2003-2)

Europa kwijnt weg. Alle hens aan dek!

De vergrijzing zal de economische en politieke invloed van Europa doen verschrompelen. Wel kan het tij nog worden gekeerd, onder meer door migratie in goede banen te leiden. Een gesprek hierover en over de gevolgen voor pensioenstelsels met dr. Arnout H.E.M. Wellink, president van De Nederlandsche Bank NV.

"Ik denk dat we ons nog lang niet genoeg 'vergrijzingsbewust zijn," stelt Nout Wellink. "De problemen door een krimpende, vergrijzende bevolking zullen enorm zijn. De gevolgen ervan zullen heel breed zijn en diep in de economie en in de maatschappij ingrijpen. Er zit heel veel aan vast en ik vraag mij af of men zich dat wel voldoende realiseert."

Dorpen en steden sluiten

"Neem bijvoorbeeld Italië," vervolgt Wellink. "Bij de huidige demografische ontwikkelingen neemt de Italiaanse bevolking af van 55 miljoen tot 40 miljoen in 2050. Er gaat bijna een derde van de bevolking af! En dat gaat dan ook nog met vergrijzing gepaard! Zo'n land krijgt een heel ander gezicht. Eén op de drie huizen komt bij wijze van spreken leeg te staan. Dorpen worden gesloten en in de steden zie je alleen maar oude mensen. Die oude mensen gaan op een gegeven moment ook dood en hoe hou je daar dan alle voorzieningen in stand? Dit probleem hebben Frankrijk en Duitsland ook. Mijn Duitse collega Ernst Welteke zei me laatst dat ze bij de huidige ontwikkelingen in Duitsland eigenlijk elk jaar een middelgrote stad van 500.000 man zouden moeten sluiten!"

Teloorgang van Europa

"Je moet eens even doordenken wat dat betekent," benadrukt Wellink, "dus wat het gevolg is van het feit dat Europa met een krimpende en vergrijzende bevolking komt te zitten. Uit een OESO-studie blijkt bijvoorbeeld dat de economische groei in de Verenigde Staten in de komende vijftig jaar gemiddeld een procent per jaar hoger zal zijn dan in Europa. Dat zit hem niet in de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit, want die wordt gelijk verondersteld, maar dat zit hem in de groei van de beroepsbevolking. Het aandeel van Europa in de wereldproductie zal teruggaan van 18 procent naar 10 procent, terwijl het aandeel van de Verenigde Staten nog wat zal stijgen. Nu zitten we met 18 procent nog enigszins in de buurt van de Verenigde Staten met 23 procent, maar straks moet je 10 procent met 25 procent vergelijken. Ik vrees daarom dat Europa niet alleen economisch een krimpend continent wordt, maar ook in politieke zin een sterk krimpend gebied op de wereldkaart gaat worden, met alle consequenties van dien. Dat moeten we ons goed realiseren."

Migratie

Volgens Nout Wellink schuilt een belangrijke mogelijkheid om deze teloorgang van Europa te stuiten in een model van weloverwogen migratie. Hij ondervond recent nog kritiek op zijn stellingname, onder meer vanuit het Centraal Planbureau. Wellink: "Ik heb over arbeidsmigratie in een Europese context gesproken, maar het is heel sterk naar Nederland vertaald. In een gebied zonder grenzen - en de grenzen in Europa zijn de facto afgeschaft - kun je alleen maar over migratie en integratie in de Europese context praten. Het is ook een Europees beleid. Ik heb het dus niet over Nederland, hoewel mijn opmerkingen voor een deel ook voor Nederland van kracht zijn." Arbeidsmigratie is volgens Wellink noodzakelijk - overigens naast een hogere arbeidsproductiviteit en een hogere participatiegraad in het arbeidsproces van ouderen - om de economische achteruitgang door vergrijzing te voorkomen. "In dat vergrijzende Europa komen we met echt ernstige tekorten in de arbeidsmarkt te zitten, ook in Nederland. Ik denk dat we nu al, puur door demografische factoren, vergeleken met de groei die we in de tweede helft van de jaren negentig hadden, een half punt minder groei van de economie hebben. Aan de bovenkant en de onderkant en op den duur ook daar tussenin gaan in onze arbeidsmarkt grote tekorten ontstaan. Dat kan in de technische sfeer zijn, in de computersfeer en bij de schoonmaakbedrijven bijvoorbeeld. Je ziet dat vandaag de dag al. Ik denk eerlijk gezegd dat men zich niet realiseert in hoeverre we voor bepaalde beroepen nu al gewoon afhankelijk zijn van de instroom van mensen in onze samenleving."

Wederzijds belang?

Het idee van omvangrijke migratie roept weerstanden op - vaak emotionele. Allereerst klinkt dan meestal het bezwaar van de toestroom van mensen die vooral veel problemen en maar heel weinig arbeidsproductiviteit leveren. Wellink: "In een democratische samenleving met open grenzen is daar moeilijk wat aan te doen. Dat is als water dat door alle kieren binnenstroomt. Mensen die vanuit Afrika ergens in Spanje aan de kust komen, gaan het ondergrondse circuit in en geven grote problemen. Je kunt ze niet opleiden en geen adequate huizing geven. Ik praat echter over een model waarin je migratie op basis van rationele overwegingen stuurt, met belangen aan beide kanten." Bij de huidige migratiebewegingen schort het helaas nog vaak aan die wederzijdse belangen. Sterker nog, het belang ontbreekt veelal voor zowel het thuisland als het ontvangende land. Vaak lijken immers alleen de grote welvaartsverschillen de enige drijfveer voor migratie te zijn. "Al het economisch onderzoek op dat gebied wijst dat inderdaad uit," zegt Wellink. "Er zijn maar weinig mensen die puur voor de lol de eigen omgeving verlaten en naar het buitenland gaan. Er zit altijd een oorlog achter, economische ellende of onderdrukking. Maar als we vinden dat de migratiebeweging uit een bepaald land te groot is, moeten we ons erop beraden waarom dat zo is en moeten we binnen de internationale gemeenschap daar iets aan doen. Als we bijvoorbeeld Turkije economisch beter met onze omgeving integreren, vallen voor veel Turken die impulsen om naar hier te komen in belangrijke mate weg." Migratie kan daarnaast voor het thuisland een gevoelig verlies van intellect en arbeidsproductiviteit betekenen. Ook dat druist in tegen het wederzijds belang. "Het is een gevoelig punt," zegt Wellink. "Je haalt er vaak de actieve, goede mensen weg. Ook over een oplossing daarvoor kun je nadenken. Al enkele jaren geleden hebben de Europese staatshoofden zich ermee beziggehouden. Een van hun conclusies was bijvoorbeeld dat je overeenkomsten zou moeten sluiten over de terugkeer van mensen, na drie of vijf jaar, waarna zij de ervaring die ze hier hebben opgedaan, in hun eigen landen ten nutte kunnen maken." Migratie kan overigens voor het thuisland ook een economisch voordeel met zich meebrengen. Wellink: "Langzamerhand is niet de ontwikkelingshulp, maar zijn de overmakingen van migranten de grootste stroom van geld vanuit de buitenwereld naar dit soort landen."

Van alle eeuwen

Wellink legt de bezwaren tegen migratie zeker niet naast zich neer, maar bestrijdt wel de relevantie ervan, gegeven het feit dat migratie zich altijd heeft voorgedaan en zich altijd zal blijven voordoen. Hij zegt: "In een stad als Leiden woonden in de zeventiende eeuw meer buitenlanders dan vandaag de dag. Dat waren bijvoorbeeld handelslieden die uit economische overwegingen of vervolgingsoverwegingen uit Zuid-Europa waren gekomen. Omgekeerd hadden veel Hollanders zich bijvoorbeeld als militair aan een garnizoen van de een of andere graaf in het buitenland verhuurd, waren daar getrouwd en waren daar blijven wonen. Zo hebben we veel migratiegolven gehad. Aan het einde van de negentiende eeuw zijn er zestigmiljoen mensen vanwege armoede of politieke vervolgingen vanuit Europa naar de rest van de wereld geëmigreerd. Wij ontvingen daarentegen stromen van tientallen miljoenen mensen vanuit Azië. Na de Tweede Wereldoorlog, toen onze productie tot onder de helft van voor de oorlog was weggezakt, vertrokken veel Nederlanders naar Nieuw-Zeeland, Australië of Canada en kreeg Nederland met de 'Indische golf' te maken. En momenteel is op de middelbare scholen meer dan de helft van de leerlingen afkomstig van eerste- of tweede-generatie-immigranten. Dat wijst erop dat we in de afgelopen decennia opnieuw een heel snel veranderende bevolkingssamenstelling hebben gehad."

Schamen

"Enerzijds realiseert men zich niet hoe groot de migratiebewegingen in het verleden zijn geweest," vervolgt Wellink. "Anderzijds geloof ik dat men zich niet realiseert wat het kan betekenen als men dit goed aanpakt. Immigratie heeft bijvoorbeeld de Verenigde Staten, naast de nodige problemen, een dynamiek gegeven die het continent tot op de dag van vandaag kent. Australië zou zonder deze lieden niet eens hebben bestaan. De opgave is daarom: hoe ga je ermee om? Wij zijn er op de verkeerde manier mee omgegaan. Wij hebben ons onvoldoende gerealiseerd dat het toch een speciale populatie is, waarmee je iets moet doen. Anders krijg je op een gegeven moment door de opstapeling van individuele speciale gevallen grote sociale problemen. Wij hebben problemen met het goed integreren van die mensen en afhankelijk van de regio in Europa zijn er ook problemen met de grote aantallen. Maar ook dan kun je, voor zover je ziet dat er spanningen op de arbeidsmarkt komen, constructiever reageren, bijvoorbeeld door iets aan huisvesting en opleiding te doen en door misschien, net zoals in de Verenigde Staten, Australië en Canada, hogere drempels op te werpen ten aanzien van wie wel en niet mag binnenkomen. Dat geeft een andere kant aan het geheel. Nu is het zo dat onder de mensen die vanuit het buitenland zijn binnengekomen, het werkloosheidspercentage in Nederland veel hoger ligt dan in de rest van Europa. Ik vind dat we ons daarvoor moeten schamen."

Het gebeurt gewoon

"Migratie: het gebeurt gewoon," zo besluit Wellink dit deel van zijn betoog. "Vroeger kon je grote drempels opwerpen, doordat er grenzen waren die beschermd konden worden, maar in een open wereld gebeurt het gewoon. Daar kan iedereen tegen zijn, maar ik heb daar geen twijfels over. Bovendien is mijn conclusie, kijkend naar de demografische ontwikkelingen in Europa, dat arbeidsmigratie voor Europa gewoon onvermijdelijk is, dat het ook een goede zaak is en in het belang van de vergrijzende bevolking die iets van haar welvaart overeind wil houden. Arbeidsmigratie is naast de verhoging van de participatiegraad en naast een verhoging van de arbeidsproductiviteit een oplossing van de vergrijzingsproblematiek die onherroepelijk op Europa afkomt, waarbij het in sommige delen van Europa een groter deel van de oplossing kan en moet zijn dan in andere. Het legt een hele zware last op de landen voor wat betreft de integratie van deze mensen, want daar zitten aspecten aan die je onder controle moet houden en waar je genuanceerd mee om moet gaan. Maar het kan best. En als je het niet doet, dus als je deze ontwikkeling niet aanvaardt, dan moet je accepteren dat Europa in de komende vijftig jaar een steeds kleinere rol in de wereldeconomie en in de wereldpolitiek gaat spelen."

Pensioenen

De vraag is nu, wat het vorenstaande betekent voor de pensioenstelsels en de pensioenvoorzieningen in Nederland en in overige Europese landen. Zijn we, gelet op de vergrijzing en de consequenties daarvan, beter af met ons kapitaaldekkingsstelsel (waarbij iedereen voor zijn eigen pensioen betaalt en waarbij door beleggingen van de betaalde premies een pensioenvoorziening tot stand komt)? Of zouden we beter af zijn geweest met het in veel andere Europese landen toegepaste omslagstelsel (waarbij de werkenden in een bepaald jaar de pensioenen van de gepensioneerden in datzelfde jaar opbrengen)? En is in dit verband meer te zeggen voor het in Nederland gangbare 'defined benefit system' (waarbij je weet wat je krijgt en moet afwachten wat je daarvoor moet betalen)? Of is er meer te zeggen voor het 'defined contribution system' (waarbij je weet wat je moet betalen en moet afwachten wat je krijgt)? Nout Wellink: "Het is een vrij ingewikkelde zaak, maar laat ik met een voorbeeld beginnen. Een land als Griekenland, dat een echt omslagstelsel heeft, zal bij de komende vergrijzing in dat land een AOW-premie van vijfentwintig procent moeten gaan heffen. Die vijfentwintig procent moet worden opgebracht door de dan actieve generatie en dat is een krimpende generatie. Het is daarom heel goed om van tevoren te sparen!"

Investeren in arbeidsproductiviteit

Wellinks voorkeur voor een kapitaaldekkingsstelsel is gebaseerd op de stelling dat de groei van een economie op de lange termijn nauw samenhangt met de investeringen die een economie in de loop der jaren kan plegen. Ook het pensioenvermogen kan voor productiviteitsverhogende investeringen worden aangewend. In Europa zijn pensioenfondsen bijvoorbeeld, na banken, de belangrijkste bron voor durfinvesteringen. Dit leidt weer tot technologische innovatie en groei van de arbeidsproductiviteit "en dus ook," aldus Wellink, "tot voldoende sterke economische omstandigheden om een vergrijzende bevolking voor een deel financieel te kunnen opvangen." Maar is dit laatste ook het geval wanneer noodgedwongen door de vergrijzing in buitenlandse arbeidsproductiviteit moet worden geïnvesteerd? Wellink: "Het is een bekrompen gedachte uit de jaren zeventig, toen we een grote werkloosheid hadden, dat je besparingen moet investeren in werkgelegenheid in je eigen land. Liever een arbeidsplaats voor iemand in Nederland gecreëerd dan voor iemand in Marokko of waar dan ook in de wereld. Het gaat er natuurlijk om dat je de gelden vanuit economisch oogpunt daar moet beleggen waar ze het meest rendabel zijn. In een land met een slecht economisch beleid, waar investeringen niet rendabel zijn doordat bijvoorbeeld de loonkosten veel te hoog zijn of de goede technologie niet beschikbaar is, is het voor een pensioenfonds heel nuttig, wil het voor de toekomst voldoende rendement halen, om het geld niet in het eigen land te beleggen, maar in een land waar het rendement op het geïnvesteerde vermogen het hoogst is. Daarnaast moet het desbetreffende land concluderen dat het als investeringsland niet voldoende aantrekkelijk is en moet het daar iets aan doen."

Voldoende rendement vereist

In een kapitaaldekkingsstelsel moet nu al voldoende rendement worden behaald om straks - dat wil zeggen rond 2040 of 2050, maar in een aantal landen wordt het toppunt van vergrijzing al eerder verwacht - een vergrijsde bevolking van een pensioen conform de beloften te kunnen voorzien. Een omslagstelsel kent die zorg nu niet, want voor het omslagstelsel geldt als het ware: komt tijd, komt raad (en komen er, zoals aangegeven, andere problemen). Heeft het kapitaaldekkingsstelsel, door de koersdalingen in het recente verleden, een probleem met de vergrijzing in de nabije toekomst? "Wanneer de waarde van de beleggingen vreselijk omlaag gaat," zo constateert Wellink, "dan heeft het kapitaaldekkingssysteem inderdaad tot gevolg dat de tekorten moeten worden aangevuld. Je moet de premies dus fors verhogen, heel fors in sommige gevallen, omdat een halvering van de waarde van de beleggingen zich in heel veel extra premie vertaalt. Het kapitaaldekkingsstelsel heeft met andere woorden als nadeel dat je de gevolgen van grote fluctuaties in de dekkingsgraad als het ware vergroot terugkrijgt. Als je echter de juiste premies vaststelt en over toekomstige rendementen niet te optimistisch bent, dan kan er wel wat misgaan, maar gemiddeld genomen kom je op langere termijn niet al te slecht uit. En tja, als je een periode van fantastische stijgingen op de beurzen achter de rug hebt, waarin onderliggende ontwikkelingen - zoals de vergrijzing die in gang wordt gezet, een loonontwikkeling en een koppelingsmechanisme, allemaal ontwikkelingen die voor de toekomstige pensioenvoorzieningen belastend zijn - door die uitbundige koersontwikkelingen helemaal werden gemaskeerd, ja, dan kom je bij een halvering van de koersen nogal hard weer met beide benen op de grond terecht." Is het daarom gewenst, met het oog op een houdbaar kapitaaldekkingsstelsel, om in de toekomst wat minder enthousiast op de golven van de beursontwikkeling in aandelen te beleggen?

Klinkt aardig

"Dat kun je je inderdaad afvragen," zegt Wellink. "In een 'defined benefit system' is dat toch een riskante zaak. In een 'defined contribution system' is het minder riskant, aannemend dat de mensen ook bereid zijn om de risico's, dat wil zeggen minder pensioen, individueel te dragen. In een 'defined benefit system' zijn garanties gegeven over wat men moet uitbetalen en als je die garanties wilt waarmaken, kun je dat alleen maar oplossen door de premies te verhogen en adequate buffers op te bouwen. Een verhoging van de premies heeft invloed op de lonen, dus op de prijzen en dus op de werkgelegenheid. Ik denk dat deze zaken op dit moment door iedereen gewoon rustig worden bekeken en dat de oplossing een aantal aspecten in zich zal hebben. Men zal de premies wat moeten bijstellen, de pensioenvoorzieningen zijn misschien wat te hoog en misschien hebben we ons ook te veel op hoge koersen en te veel aandelen gebaseerd, dus moeten we daar dan wat minder gevoelig voor worden. Maar ik zou aarzelen om te zeggen dat we na de narigheid op de beurzen alle aandelen er maar uit moeten gooien en het geld op de spaarbank moeten zetten. Dat klinkt aardig, totdat we de volgende inflatiegolf en dus een uitholling van de pensioenen hebben. Je moet je realiseren dat een punt hoger rendement over de veertig jaar dat je een pensioen opbouwt, een fantastische impact op de premie heeft. Die uitruil tussen premie, rendement en risico zul je altijd blijven houden."

Zelf risico lopen

Het kapitaaldekkingsstelsel kan volgens Nout Wellink houdbaar blijven tot ver na de komende vergrijzingsgolf door middel van een hogere premie, een lagere pensioenvoorziening en wellicht een wat andere samenstelling van de beleggingsportefeuille. "En ik sluit niet uit," zo zegt hij, "maar dat zou je genuanceerd moeten bekijken, dat elementen van het 'defined contribution system' een rol zouden kunnen spelen. Het hangt erg af van de preferenties van mensen, maar ik denk dat bij het stijgen van de welvaart het toch mogelijk is om elementen van een 'defined contribution system' in te bouwen. Dat zal de zaak wat beter te 'handlen' maken. Het zou betekenen dat mensen een gegarandeerd pensioeninkomen hebben en voor het deel daarboven individueel eigen risico nemen. Zij betalen daar wel premie voor, maar dat kan goed en slecht uitvallen." De onzekerheid bij deze verwachting betreft de genoemde preferenties. Recent onderzoek daarnaar wees uit dat slechts circa twintig procent van de Nederlanders individueel meer risico wil lopen en dat de meerderheid de voorkeur aan een 'defined benefit system' geeft. Zullen in de toekomst meer mensen bereid zijn om zelf risico's te lopen ten aanzien van hun latere pensioenuitkeringen? Nout Wellink: "Ik sluit niet uit dat de toekomstige generaties daar toch iets anders over denken dan het grootste deel van de huidige. De generatie van mijn ouders, die de crisisjaren heeft meegemaakt, had maar één zorg, namelijk dat je een vaste baan had en dat je pensioen goed was geregeld. De generatie van mijn kinderen is wat laconieker en redeneert vanuit een veel hoger welvaartsniveau, met meer buffers in de samenleving en een ander sociaal zekerheidsstelsel. We zullen moeten oppassen dat deze generatie de solidariteit in stand houdt. Wie het voor zichzelf niet meer als strikt noodzakelijk ziet dat het allemaal zo is geregeld, zal minder bereid zijn om eraan mee te betalen. Die discussie komt er geleidelijk aan. De 'intergeneratieproblematiek' was tot voor kort een academische kwestie. Wij gebruikten die om duidelijk te maken dat we het financieringstekort moeten reduceren, omdat we anders altijd lasten op de toekomstige generaties blijven leggen. Maar we zien nu, bijvoorbeeld naar aanleiding van de VUT-plannen van het kabinet, dat jongeren zelf zeggen: waarom moeten wij aan een voorziening meebetalen waar we zelf niet van kunnen profiteren? Die instandhouding van de solidariteit, daar zullen we in de komende jaren heel goed op moeten letten!"

Verschenen in: ABP Wereld (2003)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl