|
||
|
E.G. Terpstra, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport VVD (1996)
Pleidooi voor publieksvriendelijkheidDe Nederlandse rijksoverheid, dat wil zeggen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, is slechts zijdelings betrokken bij het bouwen en exploiteren van stadions. Dit is immers in de eerste plaats een zaak van de clubs en de gemeenten. Echter, zijdelingse betrokkenheid betekent geen totale afzijdigheid. De staatssecretaris voor sportzaken, mevrouw Erica Terpstra, hecht met name bijzonder veel waarde aan de realisatie van publieksvriendelijke, comfortabele accommodaties. Ten behoeve van dit special magazine hadden we een kort gesprek over haar opvattingen en inzet op dit gebied. De zorg van politiek Den Haag voor goede, veilige stadions nam eind jaren tachtig toe, na de grote ongelukken in de Engelse stadions. In de Tweede Kamer werden aan de verantwoordelijke minister destijds, mevrouw Hedy d'Ancona, vragen gesteld over de staat van de Nederlandse stadions. Uit een inventarisatie in opdracht van de KNVB bleek, dat zich in Nederland niet die evident onveilige situaties als in Engeland voordeden. Wel werd geconstateerd dat ter zake weinig documentatie voorhanden was. Onder leiding van het ministerie werd daarom een werkgroep ingesteld om richtlijnen voor veilige voetbalstadions op te stellen, op grond van bestaande regelgeving door landelijke overheden en FIFA, UEFA en KNVB. Deze richtlijnen, waaronder de aanbeveling om staanplaatsen tot zitplaatsen om te bouwen, verschenen in 1991 in het zogenoemde gele boekje. VervolgactiesHet gele boekje gaf aanleiding tot enkele vervolgacties. In opdracht van het ministerie werd onderzocht welke totale investering voor de uitvoering van de aanbevelingen nodig zou zijn: toen zo'n 100 miljoen gulden voor de bestaande voetbalstadions. Ook werd bekeken of bij de aanpak daarvan werkgelegenheidsinitiatieven mogelijk waren (maar dit zou al snel leiden tot verdringing van bestaande werkgelegenheid) en of het ministerie een normering kon opstellen ten aanzien van tribunestoeltjes (waarvoor echter meer technisch onderzoek nodig zou zijn dan het ministerie toen kon realiseren). Los van deze inbreng subsidieerde het ministerie een experiment met gesloten televisie-circuits in stadions. Dit experiment, waarin voor het eerst vandalistisch gedrag met camera's werd opgespoord en met een adequaat lik-op-stuk-beleid werd aangepakt, heeft geleid tot de toepassing van zulke televisie-circuits in diverse stadions. Verschillende frontenNa het aantreden van mevrouw Erica Terpstra, staatssecretaris voor sportzaken, is de betrokkenheid van het ministerie bij de ontwikkeling van veilige en comfortabele stadions zeker niet verflauwd, integendeel. Het departement is daar op verschillende fronten enthousiast mee bezig. Om te beginnen participeert het in de commissie van het Centre Européen de Normalisation die tot taak heeft een Europese norm voor toeschouwersaccommodaties op te stellen. In deze commissie, waarvan Italië de 'kartrekker' is, wordt volgens de staatssecretaris op een hele plezierige manier met een aantal Europese landen samengewerkt en probeert het ministerie vanzelfsprekend de Nederlandse standpunten op dit gebied zo goed mogelijk naar voren te brengen. Daarnaast werd de afdeling sportzaken van het ministerie onlangs door de KNVB benaderd om deel te nemen in een werkgroep Stadions 2000. Deze werkgroep wil een algemeen concept ontwikkelen voor publieksvriendelijke en comfortabele stadions - iets waar mevrouw Terpstra persoonlijk van harte achter staat - en waarvoor het nodig zal zijn dat huidige richtlijnen op dit punt, ook in het eigen gele boekje, kritisch worden herzien. En tot slot is natuurlijk niet onbelangrijk dat het ministerie in de afgelopen jaren zo'n twintig miljoen gulden heeft bestemd voor nieuwbouw of verbouw van vier stadions. Met het oog op het EK in 2000 in Nederland en België vindt het kabinet het belangrijk om over een aantal volwaardige stadions te beschikken. Daarom zijn financiële bijdragen geleverd aan de Amsterdam Arena, het Feyenoord-stadion en het PSV-stadion, en is zo'n bijdrage toegezegd voor het Gelderland-stadion als dit stadion ook daadwerkelijk voor het EK wordt aangewezen. CultuuromslagLos van dit alles wil mevrouw Terpstra in zijn algemeenheid benadrukken, dat niet alleen veilige, maar vooral ook publieksvriendelijke stadions nodig zijn, met comfort, dienstverlening en voorzieningen. Ze vindt dat die cultuuromslag met elkaar moet worden gemaakt en dat het gewoon weer mogelijk en fijn moet zijn om met het hele gezin een dagje uit te kunnen gaan naar het stadion. Mevrouw Terpstra zegt te hopen dat die situatie snel gerealiseerd zal zijn en is wat dat betreft benieuwd hoe het EK deze zomer in Engeland zal verlopen. In Engeland zijn in de afgelopen jaren stadions gerealiseerd volgens de nieuwe filosofie: geen hekwerken meer om het veld, weinig vakafscheidingen en een systeem van stewards in plaats van een grote politie-inzet. Daar moeten we in Nederland ook naar toe, vindt de staatssecretaris. Het zal erom gaan dat die cultuuromslag er komt, dat mensen zich in stadions als gasten gedragen en dat ze ook als gasten worden behandeld. Erica Terpstra zegt er heel gelukkig mee te zijn, dat de voetbalwereld op dit punt al veel verder is dan enkele jaren geleden. Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |