M. Smits, lid van de Tweede-Kamerfractie CDA (1995)

Gemeenschapszin blijft bewaard

Drs. M. Smits, Tweede Kamerlid voor het CDA, heeft met zijn amendering van de WTN het voortbestaan van veel plaatselijke uitvaartverenigingen veilig gesteld. Ries Smits wist te bereiken dat bestaande verenigingen met minder dan drieduizend leden als vanouds kunnen blijven functioneren. Een terugblik met hem op de totstandkoming en de gevolgen van de WTN.

Het faillissement van een natura-uitvaartverzekeraar, in het midden van de jaren tachtig, was destijds voor CDA en VVD de aanleiding om Minister van Financiën Ruding naar een beter toezicht op deze bedrijfstak te vragen. De Vrije Universiteit in Amsterdam en de Verzekeringskamer kregen de opdracht een vooronderzoek te doen, waarna op het ministerie een conceptwet werd samengesteld. In deze conceptwet werden alle uitvaartinstellingen over één kam geschoren en onder streng toezicht gesteld. Zelfs de kleine plaatselijke uitvaartverenigingen, die vaak uitsluitend het nabuurschap in het dorp inhoud willen geven, zouden toch moeten voldoen aan de zware en dure eisen van de Verzekeringskamer. Het was tijd om de noodklok te luiden, want de jaarlijkse hoge kosten voor actuarissen, accountants en rapportages en de vereiste reserves op deposito zouden door die plaatselijke verenigingen niet op te brengen zijn.

Tijd om in te grijpen

Dat vond ook CDA-kamerlid Ries Smits. Smits is financieel-econoom - hij behandelt namens zijn fractie bijna alle verzekeringswetgeving - maar heeft bovendien affiniteit met het uitvaartwezen. Hij wilde vroeger het liefste bloemist worden maar toch ook begrafenisondernemer. In militaire dienst meldde hij zich ("helaas tevergeefs") voor de gravendienst: het opgraven en herbegraven van gesneuvelde geallieerde en Duitse soldaten, dat leek hem interessant. Zijn ouders waren lid van de plaatselijke uitvaartvereniging De Laatste Eer in Tricht. Toen Smits zag gebeuren, onder andere in het aangrenzende Geldermalsen, dat uitvaartverenigingen zich door commerciële verzekeraars lieten opkopen omdat 'er niet aan de WTN te ontkomen viel', vond hij het tijd om in te grijpen.

Drijfveer

"Ik vond dat een kwalijke zaak," aldus Smits, "zeker omdat die wet er nog niet was. Mijn angst was, dat met de conceptwet in de hand een stuk gemeenschapszin de nek zou worden omgedraaid. Het idee van zo'n vereniging sluit aan bij het gedachtengoed van het CDA. Waar mensen met elkaar en voor elkaar verantwoordelijkheid willen dragen, moet de overheid dat niet willen overnemen. Dat moet je aan die mensen overlaten. De mensen willen elkaar via een vereniging ondersteunen als het gaat over de dood en wat er daarna moet gebeuren. De plaatselijke uitvaartverenigingen kunnen de uitvaart verzorgen in een sfeer die voor de omgeving herkenbaar is. Dat is een waardevol iets en het is mijn drijfveer geweest om te proberen de wet zodanig te wijzigen, dat het merendeel van de verenigingen buiten schot zou blijven - om zo deze gemeenschapszin die al vanuit vorige eeuwen dateert, overeind te houden."

Groot verzet

In die tijd werd bij Smits aan de bel getrokken door de vertegenwoordigers van het LSUW, het Landelijk Samenwerkingsverband van Uitvaartinstellingen zonder Winstoogmerk. Zij vonden gehoor bij hem en meer dan dat. Smits hield op verzoek van het LSUW spreekbeurten bij plaatselijke verenigingen of federaties daarvan, in Friesland, Drenthe en Overijssel. Smits: "Toen bleek mij nog eens dat daar het verzet tegen het onder toezicht stellen van die verenigingen, erg groot is. Enkele weken geleden was ik nog op een spreekbeurt in Klijndijk in Drenthe voor de uitvaartverenigingen in noord-oost-Drenthe en ook in de Harmonie in Leeuwarden waar de Friese Federatie vergaderde: een paar honderd man, een zaal vol! Je ziet dan dat het onderwerp heel erg leeft en gevoelig is. Ik kon dat ook merken aan de reacties na afloop van mijn verhaal. Het is echt iets wat bij hen hoort."

In veiligheid

Toen de WTN in de Tweede Kamer in behandeling kwam, was de huidige Minister van Financiën Gerrit Zalm (zoon van een begrafenisondernemer en lid van een plaatselijke uitvaartvereniging) inmiddels ook van mening dat de plaatselijke verenigingen buiten het toezicht konden blijven. Zalm wilde dit regelen met een algemene maatregel van bestuur, maar Smits drong aan op een amendering van de wet, "want," zo zegt Smits, "over drie jaar hebben we misschien een andere minister van financiën en die kan dan veel moeilijker de wet wijzigen dan zo'n algemene maatregel intrekken." Het amendement van Smits, in de Tweede Kamer ondersteund door CDA, PvdA en D66, betekent dat de uitvaartverenigingen die voor 1 januari 1995 zijn opgericht en minder dan drieduizend leden hebben, buiten het toezicht zullen blijven. Deze twee grenzen zijn zo gekozen om een vlucht van (malafide) commerciële instellingen naar de verenigingsvorm te voorkomen. Zijn de plaatselijke uitvaartverenigingen door het amendement in veiligheid gebracht? "Ja zeker, daar ga ik van uit," zegt Smits. "In de Eerste Kamer, waar de wet nu wordt behandeld, zijn wel wat vragen gesteld, maar de wet zal niet gewijzigd of verworpen worden."

Onderscheid

Het is nog de vraag hoe de wet zal uitpakken voor de verenigingen met meer dan drieduizend leden, waaronder een aantal commerciële en ook niet-commerciële verenigingen. Dit hangt af van de wijze waarop de motie van RPF-fractievoorzitter Van Dijke wordt uitgevoerd. In deze motie wordt gevraagd om tot een onderscheid te komen tussen commerciële verzekeraars en niet-commerciële verenigingen. Deze laatste zouden dan, hoe groot ze ook zijn, buiten het toezicht kunnen blijven. De Verzekeringskamer moet hiervoor de richtlijnen aanreiken, maar is nog niet zover. Smits zegt: "Er zijn ongetwijfeld verenigingen van meer dan drieduizend leden die absoluut niet commercieel zijn. Het is voor deze verenigingen zuur als zij onder het toezicht zouden gaan vallen. Ik ga er echter van uit dat aan de motie van Van Dijke op enigerlei wijze handen en voeten wordt gegeven. Ook de Verzekeringskamer is gaandeweg de rit begrip gaan tonen voor de positie van de uitvaartverenigingen. Het is niet iets waar de Verzekeringskamer een hard punt van maakt - het gaat ook hen er in de eerste plaats om dat de commerciële uitvaartverzekeraars onder toezicht komen."

Nieuwe verenigingen

Het amendement van Smits betekent dat nieuwe uitvaartverenigingen wel onder de WTN zullen vallen. Deze nieuwe verenigingen, bijvoorbeeld van mensen met bijzondere opvattingen over uitvaartverzorging, verenigingen in nieuwe polders of in gebieden waar niet eerder een vereniging tot stand is gekomen, zullen aan alle voorwaarden die in de wet zijn gesteld, moeten voldoen. Dit betekent dat deze verenigingen al in de beginperiode over extra financiële middelen zullen moeten beschikken en bovendien de jaarlijkse accountantskosten en actuariële kosten zullen moeten kunnen opbrengen. "En dat zal niet eenvoudig zijn!" zegt Smits tot slot. (Verschenen in 'Partners', een uitgave van AXENT/AEGON, 1995.)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl