G.J. Schutte, voorzitter van de Tweede-Kamerfractie GPV (1997)

Eerst de veiligheid, dan volgt de werkgelegenheid

"Werk in Bewaking vloeit voort uit een CAO, dus moet je als politicus altijd enige afstand in acht nemen," zegt G.J. Schutte, voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van het GPV. Niettemin pleit hij ervoor met het project Werk in Bewaking door te gaan op de ingeslagen weg. Deze sluit immers aan bij de principiële stellingname van het GPV, dat veiligheid niet alleen een zaak van de overheid is. Er zijn meer belanghebbenden, met allen hun eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden.

Het veiligheidsbeleid zoals het GPV dat voorstaat, werd ruim een jaar geleden door een werkgroep in een rapport vastgelegd. Opdracht van deze werkgroep was het veiligheidsbeleid te moderniseren, dus aan maatschappelijke veranderingen aan te passen. Schutte: "Voor ons was een belangrijke vraag daarbij of je niet alle geledingen in de samenleving die direct belang bij veiligheid hebben, meer kunt mobiliseren en met elkaar in contact kunt brengen, zodat uiteindelijk het resultaat optimaal zal zijn. Natuurlijk heeft de overheid de specifieke verantwoordelijkheid voor openbare veiligheid en is de overheid ook de enige die via het zwaardmacht-monopolie in de repressieve sfeer iets kan doen. Maar daaraan vooraf gaat, dat elke burger belang heeft bij veiligheid in zijn eigen omgeving. Dit geldt ook voor bedrijven: voorop staat de eigen verantwoordelijkheid om het maximale in de sfeer van preventie te doen, om zo de eigen veiligheid te garanderen. In het rapport hebben we toen ook de link gelegd naar de verzekeraars, die er eveneens een groot belang bij hebben dat de preventie goed werkt en er zo weinig mogelijk inbreuken op de veiligheid plaatsvinden. Kortom, het project Werk in Bewaking sluit heel goed aan bij de benadering die wij om principiële redenen ook hebben gekozen."

Mooi meegenomen

Met nadruk stelt Schutte dat een veiligheidsbeleid - en in zijn ogen ook een project als Werk in Bewaking - op veiligheid moet zijn gericht en pas in de tweede plaats eventueel op werkgelegenheid. "De werkgelegenheid is natuurlijk mooi meegenomen," aldus Schutte, "maar voor mij staat de veiligheid vanuit het begrip verantwoordelijkheid voorop. Ik heb er wat moeite mee om werkgelegenheid als een zelfstandig doel te zien. Natuurlijk ben ik er principieel voorstander van om volledige werkgelegenheid na te streven - ook ik wil die strijd niet opgeven. Maar zodra je de indruk wekt dat je banen schept om de banen, dan is dat heel demotiverend voor de mensen die dat werk moeten doen. Deze mensen moeten weten dat ze met iets heel nuttigs voor de samenleving bezig zijn. Vandaar die volgorde: eerst de veiligheid, dan volgt daarna de werkgelegenheid." Schutte hamert er daarom ook op, dat voor de veiligheid in de samenleving structurele voorzieningen worden getroffen. Hij vreest dat de veiligheid niet echt zal toenemen zolang er niet iets structureels gebeurt. "Dit betekent dan toch denk ik," aldus Schutte, "dat primair de lokale overheid een belangrijke rol in het veiligheidsbeleid speelt. De gemeenten kunnen natuurlijk proberen om de financiële basis wat te verbreden, door aan maatschappelijke organisaties in de regio en ook de verzekeraars te vragen of zij willen participeren. Ook kan een beroep worden gedaan op Melkert-gelden en dergelijke, dat is allemaal prima. Maar ik denk dat het gemeentebestuur er toch voor moet zorgen dat er op de achterhand een blijvende structuur is, met een blijvende financiering. Want het uiteindelijke doel is toch dat de veiligheid structureel toeneemt."

Eigen mogelijkheden

"Kortom," zo besluit Schutte, "ik heb sterk de neiging om te zeggen: inventariseer wie bepaalde belangen bij een verhoogde veiligheid hebben en probeer die krachten bij elkaar te brengen. Probeer dat op basis van heldere afspraken te doen en geef er waar nodig een publiekrechtelijke basis aan, primair via de gemeenten, om voor continuïteit te zorgen. Daarbij moeten we niet al te benauwd vastleggen waar de verantwoordelijkheid van de een ophoudt en die van de ander begint. De tijd is in ieder geval voorbij dat we kunnen volstaan met te zeggen dat het handhaven van de veiligheid uitsluitend een overheidszaak is. De aard en omvang van de criminaliteit is zodanig, dat het niet meer uitsluitend door de overheid te beheersen is. Als we dat toch zouden willen, dan zou de investering die nodig is voor de samenleving enorm zijn - en dan nog zou het onvoldoende zijn. Daarom zeggen wij, en dat vind ik ook principieel de juiste keuze, dat alle partijen hun eigen verantwoordelijkheden hebben en hun eigen mogelijkheden moeten gebruiken."

Verschenen in: Projectbericht Werk in Bewaking, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl