|
||
|
M. Rabbae, lid van de Tweede-Kamerfractie GroenLinks (1996)
Privacy verzekerd?M. Rabbae, lid van de fractie GroenLinks in de Tweede Kamer: "Klanten van verzekeraars hebben nogal eens een dubbele moraal op het gebied van de privacy. Aan de ene kant willen mensen hun privacy beschermen, maar aan de andere kant leveren ze alle mogelijke persoonlijke gegevens bij verzekeringsmaatschappijen in, ze leveren als het ware zichzelf in, om een bepaalde verzekering te krijgen. Daardoor weet de verzekeringsbranche ontzettend veel over ons allemaal en dat geeft de verzekeraars een machtspositie. Ik weet wel dat die machtspositie nu nog verknipt is over de verschillende sectoren in de branche, maar mijn vraag is toch: is onze privacy voldoende verzekerd?" "Ik heb er een redelijk vertrouwen in dat er tot nu toe in Nederland geen gekke dingen gebeuren met onze gegevens bij verzekeringsbedrijven. Wel zie ik dat steeds vaker bestanden aan elkaar worden gekoppeld, hetgeen zich eigenlijk volledig aan onze waarnemingsmogelijkheden onttrekt. Bovendien staat het verzekeringsbedrijf op het kruispunt van een aantal belangrijke ontwikkelingen, sociaal, economisch en technisch van aard. Mensen maken zich los uit sociale verbanden en willen differentiatie: producten en diensten op maat. Verzekeringsmaatschappijen spelen daar op in. Daar is de privatisering van de sociale zekerheid bijgekomen, waardoor nieuwe groepen klanten zich bij de maatschappijen aandienen. Voor het verzekeringsbedrijf is dat interessant, maar ik constateer ook dat voor zaken als differentiatie en risicoselectie in toenemende mate persoonlijke gegevens nodig zijn. Deze gegevens komen steeds gemakkelijker tot de beschikking van het verzekeringsbedrijf, door technische ontwikkelingen in met name de medische wetenschap (bijvoorbeeld DNA) en de elektronische communicatie (bijvoorbeeld Internet)." "Mijn vraag is nu of het verzekeringsbedrijf weerstand kan bieden aan de verleiding om risico's zo klein mogelijk te houden, door zo veel mogelijk van de verzekerden te weten te komen. Als je het risico tot nul kunt terugbrengen, dan is dat natuurlijk voor de verzekeraar prachtig. Daarom denk ik, vrees ik, dat de verzekeraars niet nee zullen zeggen tegen de kansen die er door de technische ontwikkelingen komen. Ik vind dan ook dat de politiek de grenzen moet stellen, maar helaas loopt de politiek meestal achter op de feiten. Eerst is er de wetenschap, daarna heb je creatieve geesten die met experimenten komen en pas dan gaat de politiek er regels voor bedenken. Onze wetgeving loopt daarom nu al achter, bijvoorbeeld op het gebied van de elektronische snelweg en zeker ook wat de DNA-kwestie betreft." "Toch ben ik ervan overtuigd, dat het in het belang is van de verzekeringsbranche om niet op een totale risicoselectie aan te koersen. Ook verzekeringsmaatschappijen moeten het hebben van solidariteit. In de eerste plaats is het een kwestie van beschaving om voor elkaar te dokken en dus ervoor te zorgen dat iedereen verzekerbaar is. Want een samenleving die zijn zwakken aan hun eigen lot overlaat, verdient de kwalificatie beschaafd niet. Maar daarnaast is de solidariteitsgedachte van groot belang voor de continuïteit van de verzekeringsbranche. Want stel dat je door DNA-onderzoek kunt vaststellen dat de ene mens tachtig jaar zal leven en de andere maar vijftig. Zal die ene zich dan nog willen verzekeren? En zal de andere dan nog wel verzekerbaar zijn? Ik voorzie niet dat daardoor de continuïteit van het verzekeringsbedrijf wordt gegarandeerd." "Kortom, de verzekeringsbranche moet een aantal belangrijke ethische normen overeind houden, omdat die normen ook bedrijfseconomisch van vitaal belang zijn voor de continuïteit van de branche." Verschenen in Welwezen, Verbond van Verzekeraars, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |