|
||
|
J. Kohnstamm, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken D66 (1997)
Woningdifferentiatie tegen monocultuur in stadswijkenHet grote stedenbeleid - de naam dekt de lading niet volledig. Het beleid met het oog op grote steden is nagenoeg allesomvattend, terwijl het grote stedenbeleid in engere zin op de verpauperde en verwaarloosde stadswijken is gericht. De coördinatie van de sociale onderdelen en de veiligheids- en werkgelegenheidsaspecten in het grote stedenbeleid is de verantwoordelijkheid van mr. J. Kohnstamm, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Een gesprek met hem over enkele bouwzaken in dit werkgebied. "Als je op het dak van dit gebouw staat," aldus Kohnstamm in zijn werkkamer op het ministerie in Den Haag, "dan zie je aan de ene kant op een steenworp afstand de Schilderswijk en aan de andere kant de wijken met welvaart en grootscheepse bouwactiviteiten. Vaak alleen al door de fysieke infrastructuur is er uitzichtloosheid in het ene deel van de stad en zijn er gezegende omstandigheden in het andere deel. Het idee van vele opeenvolgende kabinetten is geweest dat dat niet te rechtvaardigen is en dat je daar iets aan moet doen. Het gaat om de samenhang in de samenleving, een essentieel gegeven in het veel bewierookte poldermodel, maar die samenhang is niet een vanzelfsprekendheid. Je moet daar beleid op ontwikkelen en dat is het grote stedenbeleid." KoppelingIn het verleden was het beleid met het oog op uitzichtloze stadswijken in de eerste plaats een sociaal beleid, gericht op de achterstelling als zodanig. De sociale vernieuwing was daar het laatste voorbeeld van. Hoewel in de sociale vernieuwing ook hier en daar werd geprobeerd om meer samenhang in wijken te brengen, was het activeren van mensen een hoofdpunt van beleid. Kohnstamm: "Wij proberen nu die sociale kant, die nog steeds volop prioritair om aandacht vraagt, te koppelen aan de fysieke en de economische kant: de fysieke kant door herstructurering, dat wil zeggen het gemengd wonen in inkomenstechnische zin meer mogelijk te maken, en tegelijkertijd de economische kant, door het stimuleren van de economische mogelijkheden in die wijken. Dat is de filosofie achter het grote stedenbeleid." DifferentiatieMet het oog op de bouwproductie is natuurlijk met name de herstructurering een interessante factor. De staatssecretarissen Tommel en Kohnstamm hebben hiervoor 65 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Het doel hiervan is om in wijken met overwegend huurwoningen differentiatie aan te brengen, door deze woningen om te zetten in koopwoningen of door er nieuwe, relatief goedkope koopwoningen te bouwen. Deze aanpak is al door het vorige kabinet ingezet, maar werd slechts mondjesmaat in praktijk gebracht omdat de meeste bouwwethouders in de steden er rabiate tegenstanders van waren. "Daar werd zeer sceptisch naar gekeken," aldus Kohnstamm, "want mensen zouden geen huis kopen in een uitzichtloze wijk. Toch zijn er hele mooie successen geboekt. Zeker, die huizen worden niet in de meest verpauperde delen van die wijken gebouwd. Maar neem bijvoorbeeld het Houtzagerijproject in de Schildersbuurt. Daar werden die huizen als zoete broodjes verkocht, precies aan de doelgroep die we op het oog hadden. Het ging ons erom dat de bewoners van de Schilderswijk die in een wat betere financiële positie waren gekomen, niet uit de wijk hoefden te vertrekken op het moment dat ze een huis wilden kopen. En dat is precies gebeurd." Forse bedragen in nieuwe plannenIn financieel opzicht heeft Paars de wind in de rug en het grote stedenbeleid heeft daar fiks van geprofiteerd. In de huidige regeerperiode wordt maar liefst bijna vier miljard gulden ingezet op allerlei deelgebieden en aanpalende terreinen van het grote stedenbeleid. Hoeveel daarvan wordt besteed aan bouwproductie? "Dat is niet iets om vreselijk enthousiast over te zijn," aldus Kohnstamm. "Het grote stedenbeleid leidt niet tot bouw die anders niet zou hebben plaatsgevonden. Er is eerder sprake van een verschuiving om de monocultuur in sommige wijken ongedaan te maken. Daar is op zich ook wel geld voor beschikbaar. Verder hoop ik vurig en ben ik daar ook van overtuigd, dat in de nieuwe kabinetsplannen voor de ruimtelijke ontwikkelingen tot het jaar 2010 forse bedragen zichtbaar zullen worden gemaakt voor volkshuisvesting, differentiatie in de woningbouw, de renovatie van winkels in lastige wijken, de aanpak van bestaande bedrijfsterreinen, de ontwikkeling van nieuwe terreinen etcetera. Overigens moet op dit punt niet alleen naar de investeringen door het rijk worden gekeken, maar juist ook naar de inzet van andere partners in het spel, bijvoorbeeld de woningbouwcorporaties." Volgend jaar resultatenIn het kader van het grote stedenbeleid heeft staatssecretaris Kohnstamm convenanten met steden afgesloten waarin meetbare doelstellingen zijn geformuleerd: lagere percentages recidiverende jongeren, minder schoolverlaters in de wijk zonder diploma en bijvoorbeeld ook grotere aantallen vierkante meters vloeroppervlak voor het midden- en kleinbedrijf. Het beleid is pas in 1996 in uitvoering gebracht en het is daarom nog te vroeg voor een evaluatie van de resultaten. "De materie is te weerbarstig om te veronderstellen dat Adam en Eva al na een jaar weer terug in het paradijs kunnen zijn," zo zegt Kohnstamm tot slot, "maar ik hoop dat we volgend jaar wel al een mooie bloementuin kunnen laten zien!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |