|
||
|
J.M.G. Frijns, directeur van ABP Vermogensbeheer (1999)
Wat gaan we met de NIB doen?ABP-PGGM Capital Holdings heeft de Nationale Investeringsbank kunnen verwerven. Nu de koop geregeld is, mag de vraag worden gesteld: wat gaan we met de NIB doen? Met andere woorden, hoe past de bank in de beleggingsstrategie van ABP? Vanzelfsprekend is dit een vraag voor Jean Frijns, directeur van ABP Vermogensbeheer. Voor 72,50 per gewoon aandeel kwam ABP-PGGM Capital Holdings in bezit van 99,6% van de aandelen NIB. Daarmee bezit deze vennootschap in feite alle aandelen, want juridisch is het mogelijk de overige 0,4% uit te kopen. Vooraf de vraag aan Frijns: is de hoge prijs die voor deze belegging is betaald nog wel verantwoord? "Laten we vooropstellen dat het vinden van de juiste prijs altijd een proces van loven en bieden is," zegt hij. "Gelet op de koersontwikkeling van aandelen in het afgelopen halfjaar, is het redelijk en ook alleszins te verantwoorden dat we op 72,50 zijn uitgekomen. We hebben de NIB gekregen tegen een prijs waarbij we nog steeds van een aantrekkelijke belegging kunnen spreken. Maar dat hebben we nu achter de rug. Nu richten we ons vooral op het andere element in de verwerving: de strategische bedoeling." Europese afmetingen"Onze beleggingsstrategie," vervolgt Jean Frijns, "is gericht op een zo hoog mogelijk rendement, want dan kan de pensioenpremie omlaag. Dat kan door meer in aandelen te beleggen, maar je kunt ook andere beleggingen kiezen die beter renderen dan staatsobligaties. Je moet dan vooral denken aan maatwerkfinanciering en aan wat wij 'private equity' noemen: rechtstreekse kapitaalverschaffing aan bedrijven die niet aan de beurs zijn genoteerd. De mogelijkheden daarvoor worden in de zich snel ontwikkelende Europese kapitaalmarkt steeds ruimer. Wel moet je daarvoor groter en sterker zijn dan ABP alleen of PGGM alleen en in feite geldt dat ook voor de NIB. De NIB is een stevige speler in Nederlands verband, maar waar het nu om gaat is dat wij in Europa een sterke positie willen uitbouwen. Door de 'pooling' van activiteiten en de bundeling van expertise zijn we binnen de Europese context een flinke speler en hebben we een goede uitgangspositie in die markt." 'At arms length'De NIB werd na de oorlog opgericht om de besteding van de Marshallhulp te organiseren. De bank heeft daardoor veel ervaring op het gebied van bedrijfsinvesteringen. Met de NIB halen ABP en PGGM de toegang tot die beleggingsvorm in eigen huis. "We hebben verschillende mogelijkheden," legt Jean Frijns uit. "We kunnen via de NIB financieringsarrangementen afsluiten, maar kunnen dat ook in de vorm van rechtstreekse participaties doen. En we kunnen bijvoorbeeld ook een financiering met een onderneming afsluiten die deels op de NIB-balans en deels op onze balans komt. Natuurlijk moet daarbij wel voldoende duidelijk blijven dat ieder een eigen verantwoordelijkheid heeft. We hebben daarom afgesproken dat we 'at arms length' van elkaar opereren. We kunnen gebruikmaken van elkaars naamsbekendheid, expertise en toegang tot marktpartijen, maar de beslissing om wel of niet samen iets te doen, blijft altijd de eigen verantwoordelijkheid van ieder op zich." UithuisplaatsingDe NIB-overname heeft voor ABP Vermogensbeheer vrij ingrijpende consequenties. Het is een nieuwe stap in het proces dat enkele jaren geleden in gang werd gezet en dat gericht is op het uit huis plaatsen van gespecialiseerde beleggingsactiviteiten. Het eerst gebeurde dat met de onroerendgoedbeleggingen van ABP (nu door drie verzelfstandigde fondsen in Heerlen, Maastricht en Utrecht) en vorig jaar met de vastrentende beleggingen in de Verenigde Staten (nu door de dochteronderneming ABP Investments US inc. in New York). Ook de Europese aandelenbeleggingen werden uit huis geplaatst (naar de locatie Schiphol), maar hierbij betrof het geen verzelfstandiging. Wel is dat nu het geval met de activiteiten op het gebied van maatwerkfinanciering en private equity, die bij twee werkmaatschappijen van ABP-PGGM Capital Holdings in Utrecht worden ondergebracht. In totaal zullen daartoe twintig à dertig medewerkers die nu in Amsterdam of Heerlen werken, hun werk naar Utrecht volgen. Jean Frijns: "Bij de verhuizing naar Amsterdam is er nogal wat water door de Maas gegaan voordat we zover waren, maar nu is daar geen discussie over geweest. De mensen hebben vertrouwen in dit initiatief, vinden het een goed antwoord in de markt en hebben daarom zin om eraan mee te werken. Helaas heb ik tegen een paar mensen moeten zeggen: ik begrijp dat je graag meewilt, maar we hebben je hier nodig." Het 'nieuwe' bedrijf ABP Vermogensbeheer, in Heerlen en Amsterdam, omvat de aandelenbeleggingen, vastrentende beleggingen in Europa, de treasury (beheer van liquiditeiten en vreemde valuta), het algemene allocatiebeleid en de hele cluster van administratie, control en risicomanagement. Doordat het bedrijf door de uitplaatsingen compacter en overzichtelijker is geworden, is de indeling ervan in business units losgelaten. De leiding ervan bestaat nu uit een vierhoofdige directie en daaronder een laag van tweede-echelonsmanagers. Verdere samenwerkingTot slot: zal de samenwerking tussen ABP en PGGM ook nog op andere terreinen vruchten kunnen afwerpen? "Ja," zegt Jean Frijns volmondig, "maar vervolgens is dan de vraag welke dat zullen zijn en dat weten we nog niet. We zijn bezig dat uit te zoeken. Een van de initiatieven in dit verband is dat ABP en PGGM samen een directeur business-ontwikkeling hebben aangesteld, Ton Berendsen. Hij is systematisch aan het nagaan op welke gebieden die gezamenlijke activiteiten kunnen worden aangepakt. Dat kunnen verzekeringsactiviteiten zijn, deelnemershypotheken, maar het is bijvoorbeeld ook mogelijk om samen een backofficesysteem voor vermogensbeheer en beleggingen op te zetten. Welke activiteiten precies het meest in aanmerking komen, zullen we over een maand of zes weten. Zeker is in ieder geval dat we op meer gebieden door krachten te bundelen grote voordelen kunnen behalen!" Verschenen in: De Compagnie, ABP, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |