D.J. Postel, architect-directeur van Kraaijvanger-Urbis (2003)

Architectuur verbeeldt de kans van kop of munt

Ir. Dirk Jan Postel is architect-directeur van Kraaijvanger-Urbis, bureau voor architectuur en stadsontwerp in Rotterdam. Postel is de architect van het nieuwe casino en hij was verantwoordelijk voor de restauratie en verbetering van het monument. Zijn handtekening onder het werk plaatste hij op de kopgevel van de kapel, waar hij met opmerkelijke venstervormen een opgeworpen muntstuk verbeeldde. "Kans is een dagelijkse fascinatie," aldus Dirk Jan Postel.

Dirk Jan Postel werd in september 1999 als architect van het hoofdwerk aangetrokken. Later zou nog Hans Maréchal als interieurarchitect aan het team worden toegevoegd en zou voor de nieuwe entree met Herman Hertzberger, architect van het Chassé Theater, worden samengewerkt. Voor Postel bestond de opdracht uit twee delen: enerzijds de overkapping en bekeldering van de binnenplaats van de Kloosterkazerne en anderzijds de restauratie en verbetering van het monument zelf. "Dat waren twee operaties naast elkaar," aldus Postel, "en ze zijn ook bijna letterlijk van elkaar los gehouden. De binnenplaats, met de centrale speelzalen in de kelder en op de begane grond, is door een glazen strook gescheiden gebleven van de monumentale ring, waarin alle andere functies zijn ondergebracht."

Aangename ruimtemaat

Over zowel de ingreep op de binnenplaats als de aanpak van het monument kan Dirk Jan Postel even bevlogen als gedetailleerd vertellen. "Op de binnenplaats was de essentie tweeledig," zo zegt hij. "We wilden de voormalige buitengevels als gevels kunnen blijven waarnemen en moesten de binnenplaats dus overkappen met een constructie die dat beeld niet zou verstoren. Maar tegelijkertijd moest die overkapping wel het daglicht sterk reduceren en was er dus geen aanleiding om voor een glazen kap te kiezen. Glas is sowieso moeilijk, omdat er dan veel te veel zonnewarmte binnenkomt, maar bovendien vraagt een casino om een beheersing van het kunstlichtniveau en dat lukt niet als je met glas werkt. Nu komt er alleen nog een beperkte hoeveelheid daglicht binnen langs de glazen strook tussen de twee gebouwdelen in. De kap zelf is een lichte, elegante staalconstructie, die als een boom met takken vanuit het midden van de binnenplaats naar de randen uitwaaiert. Daar wordt de constructie dan nog door kleine kolommetjes een beetje gesteund, maar die verstoren de blik op de zijgevels niet. Belangrijk was ook om weliswaar de volle hoogte van de gevels zichtbaar te laten, maar de zaalhoogte in het midden wat te reduceren, omdat de zaal anders te weinig intimiteit zou krijgen. We hebben dat gedaan door er een plafond in te hangen, min of meer in de vorm van een lens, waardoor de zaal in het midden een aangename, niet al te hoge ruimtemaat heeft."

Littekens van de tijd

Met zijn ontwerp voor de overkapping van de binnenplaats kon Postel een duidelijke eigen signatuur laten zien. Bij de restauratie en verbetering van het monument was dat misschien wat minder het geval. Niettemin vond hij dat deel van de opdracht zeker even interessant. Hij zegt: "Voor ons was het restauratiemodel, dus het vinden van de juiste benadering voor het monument, architectonisch het meest uitdagend. We hebben een op zich merkwaardige benadering gekozen, namelijk dat alle tijdlagen naast elkaar zichtbaar moesten blijven. Dat was een heel andere benadering dan toen het gebouw van klooster tot kazerne werd omgebouwd. Destijds had men daar een perfect stijlmiddel voor in handen, namelijk de neo-gothiek. Zo moest het en niet anders. Dat idee, dus dat vaststond hoe het zou moeten, hadden we nu niet en wilden we zelfs niet hebben. We wilden veel meer laten zien wat alle voorgaande ideeën zijn geweest en hebben daarom alle verschillende tijdlagen laten zien, dus van de kloostertijd en ook van de kazernetijd. Bijvoorbeeld de kleine raampjes in de zijgevel van de kapel, die er later in de kazernetijd zijn ingezet, hebben we laten zitten om ook die periode in zijn waarde te laten. Andere littekens die de tijd met zich heeft meegebracht, bijvoorbeeld raampartijen die weer zijn dichtgezet, laten we ook zien - expres zelfs."

Onbescheiden verbeeld

Het idee om de tijdlagen uit het verleden zichtbaar te laten, getuigt van een bescheiden opstelling van architect Dirk Jan Postel. Het huidige gebruik van de Kloosterkazerne als casino heeft hij daarentegen, zoals hij zelf zegt, vrij onbescheiden verbeeld. Voor de kopgevel van de kapel heeft hij een moderne variatie op roosvensters ontworpen, daarmee terugverwijzend naar de kloostertijd. Maar omdat de vensters de vorm van grote ovalen hebben, lijken het cirkels die schuin in de muur liggen en zo een driedimensionaal effect in een plat vlak geven. Zo gezien verwijzen de vensters overduidelijk naar een opgeworpen geldstuk: kop of munt. "Geld interesseert mij niet," zegt Dirk Jan Postel tot slot. "Maar kans fascineert ons allemaal, dagelijks. En dat idee van een kans vind ik ook zo ontzettend fascinerend van het casino."

Verschenen in: Special Magazine, Revue Arts, 2003

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl