A.H.E.M. Wellink, president van De Nederlandsche Bank (2003-1)

Vanuit de Achterhoek naar een toppositie

Dr. Arnout H.E.M. Wellink was wetenschappelijk medewerker in Leiden, vervolgens beleidsmedewerker, directeur en uiteindelijk thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën en is nu president van De Nederlandsche Bank NV. Hoe verliep die carrière? Tot welke standpunten is hij vanuit zijn persoonlijke achtergrond gekomen? Nout Wellink nam de tijd voor een openhartig gesprek.

De Wellinks komen uit de Achterhoek. Ook Nout Wellink werd er geboren, in 1943, in Bredevoort, gemeente Aalten. Hij wil 's avonds laat nog wel eens via internet en door middel van correspondentie naar verwanten op zoek gaan, waar ook ter wereld. Volstrekt zinloos, vindt hij zelf, maar inmiddels heeft hij wel zo'n dertigduizend namen in zijn computer staan. Uit zijn gegevens blijkt dat nagenoeg alle Wellinks hun wortels hebben in plaatsen als Bredevoort, Aalten, Winterswijk, Wehl en Terborg, dat wil zeggen vijftien kilometer de ene of de andere kant op, en dat ze tussen 1600 en 1950 eigenlijk niet uit dat gebied zijn weggeweest. De vader van Nout Wellink, hoofd van de lagere school in Bredevoort, zag echter in de Achterhoek - destijds niet voor niets zo genoemd - onvoldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling en scholing van zijn kinderen. Hij wilde bovendien zijn kinderen katholiek onderwijs laten volgen en daar waren in de directe omgeving geen mogelijkheden voor. Het gezin verhuisde daarom naar Den Haag. Voor Nout Wellink was de Achterhoek in feite al na de lagere school geschiedenis geworden. Hij volgde zijn gymnasium-b-opleiding op het internaat Immaculata Conceptione (de Onbevlekte Ontvangenis) in Venray en ging vervolgens, in 1961, in Leiden aan de universiteit studeren.

Dynamiek der dingen

"Ik wist niet goed wat ik moest gaan doen," vertelt hij. "Omdat ik goed in Latijn en Grieks was, vond de rector van het gymnasium dat ik leraar klassieke talen moest worden, maar dat leek me niets. Op aanraden van iemand anders ben ik ook nog inlichtingen over vliegtuigbouwkunde in Delft gaan inwinnen, maar uiteindelijk is het toch maar rechten in Leiden geworden. Dat heb ik niet met grote vlijt gedaan. Ik vond het al lang best als ik in combinatie met een zo kort mogelijke tijdsbesteding een voldoende haalde. Belastingrecht, daar had ik echt een hekel aan. Elke bladzijde die ik in het boek had gelezen, scheurde ik eruit, om maar nooit meer hoeven te zien. Natuurlijk heb ik wel het examen gehaald, want anders had ik een nieuw boek moeten kopen." Ondanks zijn gebrek aan interesse vorderde Wellink goed in zijn studie, totdat hij, een jaar voor zijn doctoraalexamen, een ongeluk kreeg en zijn studie anderhalf jaar moest opschorten. "Toen ik weer terug was, kwam ik toevallig met economie in contact. Ik moest voor de hoogleraar een lezing over loonvorming houden en toen ik me daarin aan het verdiepen was, begon ik dat leuk te vinden. En dan gaan ineens dingen veranderen. Ik raakte heel geïnteresseerd in de economie en ben economie als keuzevak gaan doen. Ik werd er eerst student-assistent en na mijn afstuderen wetenschappelijk medewerker en dan gaan de dingen vervolgens hun eigen dynamiek krijgen. Ik heb ervan geleerd dat je, door je op iets te storten en er veel over te leren, daar vanzelf lol in krijgt."

Naar Financiën

Nout Wellink was als wetenschappelijk medewerker in Leiden zijn promotie aan het voorbereiden, toen hij op een dag door zijn hoogleraar werd ontboden. Deze vond dat Wellink niet de juiste promotor had gekozen en verplichtte hem onder zijn toezicht en controle te komen en hem als promotor te kiezen. Wellink besloot meteen een andere werkkring te zoeken. Hij vroeg de promotor van zijn eigen keuze, die goede relaties met het ministerie van Financiën had, of er wellicht op het departement mogelijkheden voor hem waren. "Op een vage manier trok me dat aan," aldus Wellink. "Bovendien had het departement behoefte aan mensen. Het was 1970, vijfendertig jaar na de oorlog. In de naoorlogse jaren was het departement, net als het hele ambtenarenapparaat overigens, flink uitgebreid, omdat er natuurlijk allerlei dingen in Nederland weer moesten worden opgebouwd. Die lui gingen allemaal met pensioen toen ik op het departement kwam! Daar kon ik dus in dienst treden, als economisch medewerker bij de 'studiedienst' van Financiën, nu de Directie Algemene Financiële en Economische Politiek." Voor Wellink was dit overigens geen definitief afscheid van de wetenschappelijke wereld. Vijf jaar later, in 1975, promoveerde hij alsnog (aan de Economische Faculteit van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam) en in de jaren tachtig, toen hij al op De Nederlandsche Bank werkzaam was, was hij enkele jaren voor een dag in de week buitengewoon hoogleraar. Nu geeft hij nog regelmatig gastcolleges, onder meer in de vorm van 'masterclasses' in het eigen kantoorgebouw voor selecte groepen studenten. "Ik vind het leuk om onderwijs te geven," zegt Nout Wellink. "Ik kom uit een onderwijzers- en lerarenfamilie, dus dat zit waarschijnlijk in de genen."

Niet moe van leuk werk

Bij Financiën kon Nout Wellink - onder meer dankzij telkens weer de pensionering van een meerdere - jaar in jaar uit de ene promotie na de andere maken. In 1975 werd hij directeur van de Directie Algemene Financiële en Economische Politiek en in 1977 werd hij tot thesaurier-generaal benoemd. Hij ziet met veel voldoening op deze periode terug. Wellink: "Het is erg leuk om als beleidsmedewerker bij de overheid bezig te zijn met zaken die maatschappelijk relevant zijn. Je bent tijdens je werk volop in interactie met de maatschappij. Wie daarbij op de goede plaats zit, dichtbij de minister, kan zelfs constateren dat er ook nog uitvoering wordt gegeven aan wat hij of zij adviseert. Dat is dan natuurlijk heel bevredigend en het geeft je een grote mate van verantwoordelijkheid." Nadat hij daartoe was uitgenodigd, trad Nout Wellink op 1 januari 1982 toe tot de directie van De Nederlandsche Bank, waar hij op 1 juli 1997 Wim Duisenberg als president opvolgde. "Eigenlijk heb ik nooit een carrière willen maken," stelt Wellink vast. "Ik ben niet op deze stoel gekomen omdat ik tijdens mijn studie al wist dat hier ene meneer Holtrop en later ene meneer Zijlstra zat. Daar had ik destijds geen idee van. Ik heb in mijn werk de dingen gedaan die ik leuk vond en verder is een carrière gewoon een combinatie van wijsheid en toeval. Je kunt heel veel bereiken in je carrière door kennis, kunde en inzet, maar sommige laatste stappen zijn vaak een kwestie van toeval. Ik raad mensen aan gewoon het werk te doen dat ze het leukst vinden. Wie zijn werk leuk vindt, wordt daar niet moe van. En voor wie de scheidslijn tussen leuk werk en vrije tijd betrekkelijk dun is, is het niet moeilijk om extra hard te werken. Tegenslagen zijn er altijd wel, maar geef niet te gauw op." Waren dus zijn voorgangers Holtrop en Zijlstra nauwelijks ook zijn voorbeelden, wel heeft hij altijd veel bewondering gehad, zo zegt hij desgevraagd, voor de econoom Johan Witteveen, minister van Financiën in de kabinetten Marijnen en De Jong en later topman van het Internationaal Monetair Fonds. "Een man met een fabelachtige carrière, maar tegelijkertijd van enorme eenvoud en hele intellectuele zuiverheid," aldus Nout Wellink.

Sturen op ramingen?

Nout Wellink is inmiddels bijna vijftig jaar uit de Achterhoek weg, maar sluit niet uit dat hij in zijn werk nog steeds een behoorlijke portie Achterhoekse nuchterheid, behoudendheid en laconieke visie inbrengt. En vanzelfsprekend past het een president van De Nederlandsche Bank om niet van gebeurtenissen te schrikken, kalm te reageren, het goede te behouden en altijd verstandig te blijven. Gevraagd om vanuit zijn positie een aantal actuele onderwerpen te belichten, steekt Wellink die mentaliteit dan ook niet weg. Over het door de één zo bewierookte en door de ander zo verguisde begrotingsevenwicht in 2007 bijvoorbeeld, een centraal item tijdens de mislukte CDA-PvdA-kabinetsformatie, zegt hij: "Ik heb weinig begrip voor een beleid waarin op een precieze uitkomst in 2007 wordt gestuurd, of dat nu 0, +0,1 of -0,1 is. We zitten in zeer onzekere economische omstandigheden. Ook ramingen voor 2007 zijn onzeker, ze kunnen mee- en tegenvallen. Je moet je in ieder geval bewust blijven van het feit dat het ramingen zijn. Wie een bepaalde raming, dus een precies cijfer voor een specifiek jaar, als enige uitgangspunt heeft, zal zichzelf in de vingers snijden. De week erna zullen er andere ramingen komen en wat moet je dan doen? Vasthouden aan dat ene cijfer en dus weer verschillende ombuigingen plegen? Ik denk dat je op een andere manier een begrotingsbeleid moet voeren, bijvoorbeeld zoals het vorig kabinet dat deed, dat wil zeggen via de Zalmnorm de uitgaven normeren. Ook denk ik dat je structureel naar het tekort moet kijken en niet naar precieze feitelijke ramingen. Het is duidelijk dat je een streng beleid moet voeren, maar niet een streng beleid dat je elke week moet veranderen."

Aanpak van het systeem

"Los daarvan staat de vraag naar de omvang van de ombuigingen," vervolgt Wellink. "Wat kan een economie dragen, gelet op de omstandigheden waarin die economie verkeert? En moet je het ook wel ombuigingen noemen? Kijk gemakshalve even naar de gezondheidszorg in Nederland. Als het systeem verkeerd werkt, waardoor eerdere ramingen met miljarden worden overschreden, dan kun je wel miljarden extra gaan ombuigen, maar je kunt ook een zodanig ander systeem kiezen dat die overschrijdingen niet optreden!" De zorg wordt wel eens een tikkende tijdbom genoemd, maar demissionair minister van Financiën Hans Hoogervorst stelde onlangs dat die tijdbom al is afgegaan. Wellink: "De zorg is een zevenklapper! Hij is afgegaan in 2001 en 2002, met volumegroeicijfers van bijna 7 en 9 procent. Dat zijn gigantische groeicijfers. In die zin is de bom ontploft, maar het is nog niet de ultieme ontploffing geweest. Nu zitten we in een niemandsland tussen aanbodsturing, zoals we in het verleden hadden, en vraagsturing. In dat niemandsland hebben we de aanbodsturing afgeschaft en vervolgens iedereen recht op zorg gegeven. Daar ben ik het van harte mee eens, maar heeft iemand met een probleem aan zijn kleine teen ook recht op zorg? Of is dat een probleem dat men zelf wel kan behappen en daarvoor zelf kan betalen? Je kunt erover twisten of je recht hebt op gratis hulp in alle variaties. In de sfeer van de oplossingen is wat mij betreft duidelijk dat de mensen meer eigen risico moeten dragen."

Stabiliteitspact

Standvastigheid in het beleid is voor Nout Wellink eveneens het uitgangspunt bij de vraag of Europese landen met flinke financieringstekorten zich aan het overeengekomen Stabiliteitspact moeten houden. Sommige economen vinden het wenselijk, gegeven de economische realiteit, dat deze landen het Stabiliteitspact loslaten. "Daar ben ik het volstrekt niet mee eens!" zegt Wellink. "Het is nou typisch weer een redenering van economen die in abstracto bezig zijn. Zij denken dat je slechte omstandigheden niet nog slechter moet maken door ombuigingen te plegen. Want de vraag neemt al af en dan neemt die nog eens extra af. De economie is echter iets gecompliceerder en ik denk dat deze economen dat best weten. Ik vind dat als je met elkaar duidelijke spelregels hebt afgesproken, dat niemand je meer vertrouwt als je die spelregels te snel weer gaat veranderen. Want hoe lang blijf je dan een volgende keer aan afgesproken spelregels vasthouden? Een overheid die zijn begrotingsbeleid 'overnight' verandert, is onbetrouwbaar. Een overheid die een plechtige belofte maakt, moet heel lang, behoudens in noodomstandigheden, aan die belofte vasthouden. Anders zullen negatieve vertrouwenseffecten een negatieve invloed op de economie uitoefenen." De tegenwerping dat begrotingsoverschrijdingen met de oorlog in Irak kunnen samenhangen en dus wellicht onder bijzondere omstandigheden mogen worden geschakeerd, doet Wellink af als een smoes. "Die overschrijdingen traden al op voordat de bijzondere omstandigheden er waren," zo zegt hij. "Bovendien gaat het precies om de twee landen, Frankrijk en Duitsland, die niet eens aan de oorlog meededen. Het werkelijke probleem, en dan beperk ik me tot Duitsland omdat daar het voorbeeld het duidelijkst is, is dat de economie het niet goed doet. Duitsland is op dit moment de zwakke broeder in Europa, met de zwakste groei. Met een zwakke groei krijg je geen belastingopbrengsten binnen en krijg je dus een oplopend financieringstekort. Dat los je natuurlijk niet op door de slechte gevolgen daarvan te accepteren en het Stabiliteitspact los te laten. Als je een zwakke economie hebt, zul je moeten leven naar de mogelijkheden die die zwakke economie je biedt, tot je een oplossing voor de zwakte hebt gevonden. Wie niet naar die mogelijkheden leeft, moet niet de illusie hebben dat het onderliggende probleem wordt opgelost."

Haaks op elkaar

Standvastigheid, behoud van het goede en rust in huis - de lijn in het gesprek wordt doorgetrokken - mag volgens Nout Wellink ook meer dan nu het geval is, binnen de eigen overheidsgelederen worden gezocht. Hij zegt: "Je wordt met allerlei dingen opgescheept waarvan je denkt: moet dat nou werkelijk? Het ene beleid is nog niet uitgevoerd of er moet al weer een nieuw beleidsplan overheen komen. Elke beleidsambtenaar kan een nieuw initiatief nemen, al of niet vanuit de politiek daartoe aangezet, maar dat leidt ertoe dat een ander daar weer op moet reageren. Je moet daarom niet alleen naar je eigen kosten en baten kijken, maar ook naar hetgeen je bij tijd en wijle bij anderen aanricht. Steeds weer nieuw beleid, als het oude beleid nog niet voorbij is, zonder dat precies de implicaties van het nieuwe beleid worden doorgedacht, daar komen hele verwarrende signalen uit. We hebben bijvoorbeeld de WAO-discussie gehad. We wisten allemaal dat de Pemba geleidelijk zou moeten gaan werken en na een periode van vijf jaar tot volle wasdom zou moeten komen. Toch begon men al weer aan de volgende herziening. En nu hebben we discussies over de vraag of onderdelen van het vorige beleid toch niet beter waren dan werd gedacht. Want de instroom in de WAO was aan het teruglopen. Zo krijgen we voortdurend nieuw beleid over ons heen, op basis waarvan ook ander beleid moet worden veranderd, waardoor derden extra lasten worden opgelegd. Als je vervolgens als superbeleid krijgt dat je derden geen extra lasten mag opleggen, omdat de administratieve lasten in de samenleving moeten worden verminderd, staat alles weer, zoals zo vaak, haaks op elkaar."

Het gesprek moet tot een afronding komen. Wellink staat over enkele uren al weer een reis naar Amerika te wachten, terwijl hij in de afgelopen twee weken al in Berlijn, Basel, Rome en Athene was. Hij schat dat hij in zijn functie als president van De Nederlandsche Bank, maar vooral ook als voorzitter van de Bank for International Settlements in Basel (BIS, de bank die de stabiliteit van de centrale banken moet ondersteunen) zo'n honderdtwintig dagen per jaar in het buitenland is. "Voor iemand uit de Achterhoek, die het in zijn genen heeft om altijd op dezelfde plek te blijven, is dat nog een hele klus," zo verzucht hij lachend.

Verschenen in: Kwartier, Rijksacademie voor Financiën en Economie, juni 2003

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl