|
||
|
M.A.M. Beerens, voorzitter RvT De Zorgboog (2009)
Verpleeghuisartsen in opstandOnlangs kwamen de verpleeghuisartsen van De Zorgboog en ook hun manager in opstand tegen de voorzitter van de Raad van Bestuur. Na een extern onderzoek naar de problemen besloten de bestuursvoorzitter en ook de voorzitter en vice-voorzitter van de Raad van Toezicht op te stappen. Het onderzoek velde echter ook een hard oordeel over de artsen en hun manager. Een reconstructie van de geschiedenis, met het commentaar daarbij van Martin Beerens, voorzitter van de Raad van Toezicht. Stichting De Zorgboog ontstaat in 1995 door een fusie van stichtingen voor verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (toen nog kruiswerk) in Helmond, Deurne, Bakel en Gemert. Hierna volgen nog fusies met vergelijkbare stichtingen in Beek en Donk, Liessel, Lieshout en Aarle-Rixtel. Momenteel telt Stichting De Zorgboog vier verpleeghuizen, negen verzorgingshuizen en diverse thuiszorgwinkels, wijkgebouwen en consultatiebureaus. Bij de stichting werken circa 2.800 medewerkers en ruim 1.000 vrijwilligers. Binnen De Zorgboog is het de afgelopen maanden goed misgegaan. Wie mag de zwartepiet krijgen? Typen bestuurdersDe fusie in 1996 is voor een belangrijk deel het werk van Jos Bergs, tot dan directeur algemene zaken van de Stichting Verpleeghuizen Bakel en Helmond en na de fusie voorzitter van de Raad van Bestuur van De Zorgboog. Bergs is een ware mensenvriend, die zijn hele werkzame leven in dienst heeft gesteld van de zorg voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. Hij opereert samen met Hans van den Bosch, lid van de Raad van Bestuur en tevens verpleeghuisarts. In oktober 2004 neemt Bergs afscheid van De Zorgboog en in zijn plaats wordt mr. Bert Koeneman voorzitter van de Raad van Bestuur. Met de aanstelling van Koeneman haalt De Zorgboog een totaal ander type bestuurder in huis dan Bergs en Van den Bosch. Koeneman is zijn loopbaan in het bankwezen begonnen, waarna hij twaalf jaar bij zorgverzekeraar VGZ heeft gewerkt, onder meer als directeur commerciële zaken. Bij De Zorgboog krijgt Koeneman de taak om als een meer zakelijk georiënteerde manager leiding te geven. Hij pakt die missie voortvarend op en zet een ingrijpend organisatie- en cultuurveranderingstraject in gang. "Geweldige omschakeling"Martin Beerens: "De aanstelling van Koeneman in de plaats van Bergs is een voortreffelijke verandering geweest. Ook Bergs en Van den Bosch stonden helemaal achter de keuze om van zorginstelling naar zorgbedrijf te gaan. Daarom wilden we per se iemand uit het bedrijfsleven als voorzitter van de Raad van Bestuur. Maar natuurlijk mag je niet onderschatten, en misschien hebben we dat wel gedaan, dat als iemand vijfentwintig jaar in het bestuur heeft gezeten, het een geweldige omschakeling is als voor hem een ander komt. Ik heb daaruit geleerd dat het voor een organisatie niet goed is als een bestuurder zo lang op dezelfde plek zit. Leden van een Raad van Bestuur zouden net als de leden van een Raad van Toezicht voor twee of drie periodes moeten worden benoemd." VertrouwensbreukEind januari 2009 gaat het broeien binnen De Zorgboog. Lid van het bestuur en verpleeghuisarts Hans van den Bosch, die al 26 jaar voor De Zorgboog werkt, is van de ene op de andere dag uit beeld verdwenen. Begin februari worden de medewerkers van De Zorgboog door de Raad van Toezicht summier ingelicht. Van den Bosch is sinds half januari vrijgesteld van werkzaamheden omdat, volgens een persverklaring van de Raad van Toezicht, sprake is van "een verschil van inzicht tussen de beide leden van de Raad van Bestuur over het te voeren beleid van De Zorgboog". Kort daarna blijkt echter, dat de problemen tussen bestuursvoorzitter Koeneman en Van den Bosch niets met de te volgen strategie hebben te maken. Al snel wordt duidelijk dat er tussen Koeneman en Van den Bosch een hoog oplopend conflict is gerezen met als centrale thema de bejegening door Koeneman van medewerkers. "Unaniem gekozen""Kort nadat ik in januari 2008 het voorzitterschap van de Raad van Toezicht had overgenomen", aldus Beerens, "merkte ik dat er wat speelde tussen Koeneman en Van den Bosch. Zij konden op een gegeven moment niet meer met elkaar door een deur. Eerder hadden we daar nooit signalen van gehad, ook niet in functioneringsgesprekken. Net voor de zomervakantie zijn we toen met een begeleidingstraject gestart, om te kijken of we de verhoudingen konden herstellen, maar na een aantal maanden bleek dat niet mogelijk te zijn. Ik kan me daar verder niet over uitlaten, omdat we hebben afgesproken dat we daar niet over zouden spreken. Wel hebben we Koeneman en Van den Bosch toen gevraagd om samen met een oplossing te komen en toen dat niet lukte, om ieder apart aan te geven wat er moest gebeuren. Toen ze dat hadden gedaan, hebben we als Raad van Toezicht unaniem voor Bert Koeneman gekozen en tot op de dag van vandaag staan we achter die beslissing. We zijn vervolgens met Van den Bosch in onderhandeling gegaan om de zaak goed af te ronden en hebben ervoor gekozen om ondertussen een stilzwijgen te bewaren. Met alle wetenschap achteraf vind ik dat we dat niet goed hebben gedaan, want dat duurde te lang." Vertrouwen opgezegdOmdat het stilzwijgen lang duurt, laten op een gegeven moment de verpleeghuisartsen en de manager van de dienst Behandeling en Begeleiding van zich horen - en niet zo zuinig ook. Op zondag 29 maart zeggen de elf artsen het vertrouwen in de voorzitter van de Raad van Bestuur op. Aan de Zorgboogmedewerkers schrijven zij: "Wij hebben niet het vertrouwen dat de heer B. Koeneman ons door de komende moeilijke jaren voor De Zorgboog kan leiden." Bijzonder ongebruikelijk is, dat de verpleeghuisartsen deze dag, buiten de Raad van Bestuur om, de Inspectie voor de Gezondheidszorg inlichten. Volgens de artsen kunnen ze niet langer de medische eindverantwoordelijkheid voor de situatie in de verpleeghuizen dragen, met name niet in de avonduren en de weekeinden. Daarbij wijzen ze op een structureel tekort aan verpleeghuisartsen en het beperkte kennisniveau van sommige medewerkers op de verpleegafdelingen. Bert Koeneman reageert verrast op de uitlatingen van de artsen. Hij stelt dat er geen tekort aan verpleeghuisartsen is en dat hij nooit met de artsen heeft besproken dat zij tegen grenzen aanlopen. Op maandag 30 maart kondigt de Raad van Toezicht een onderzoek aan, waarna de verpleeghuisartsen het opzeggen van het vertrouwen in de bestuursvoorzitter opschorten. "Foute dubbelrol"Beerens: "In de organisatie zat één grote fout en dat was de dubbelrol van Van den Bosch. Hij was zowel lid van de Raad van Bestuur als verpleeghuisarts op de werkvloer. Het is natuurlijk heel typisch om gedurende een aantal dagen in de week lid van het bestuur te zijn met de dienst Behandeling en Begeleiding in je portefeuille en om dan de andere dagen als verpleeghuisarts door de manager van Behandeling en Begeleiding te worden aangestuurd. Mij wordt dit verweten, maar dat is natuurlijk heel gemakkelijk. Die situatie bestond al sinds mensenheugenis en als ik daar in januari 2008, toen ik voorzitter van de Raad van Toezicht werd, een einde aan had gemaakt, had ik natuurlijk meteen al een conflcit gehad. We wisten wel dat het niet gelukkig was, maar zolang het goed gaat, kom je daar niet aan. En dat heeft ons nu opgebroken. Wij hebben onderschat hoeveel draagvlak Van den Bosch door zijn lange werkperiode daar op de werkvloer had en toen het rond hem stil bleef, gaf dat onrust bij Behandeling en Begeleiding. Daar hebben we een steek laten vallen." "Maar het is een ontzettend kwalijke zaak geweest", vindt Martin Beerens, "dat de verpleeghuisartsen eind maart zonder overleg met ons eerst de publiciteit hebben gezocht, vervolgens naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn gestapt en tot slot het vertrouwen in de Raad van Bestuur hebben opgezegd. Tot op de dag van vandaag hebben zij daar geen excuses voor aangeboden, terwijl hen dat wel zou sieren. Ik vind dat heel erg!" Niets mis met de kwaliteitMartin Beerens begint die week aan een onderzoek, maar concludeert al snel, dat het onderzoek door een onafhankelijke partij moet worden uitgevoerd. De opdracht daartoe gaat uit naar Léon Lodewick, die aangeeft dat hij pas in mei zijn bevindingen zal presenteren. Hiervan op de hoogte gesteld, zeggen de artsen opnieuw hun vertrouwen in Koeneman op. Zij hebben er immers op gerekend dat de mensen die een verklaring willen afleggen, binnen twee weken zullen worden gehoord. Ziekenhuisdeskundige Léon Lodewick is natuurlijk geen onbekende. Eind 2008 onderzocht hij nog de doorstartmogelijkheden van de IJsselmeerziekenhuizen. In de weken die volgen blijven de artsen en enkele andere medewerkers van zich doen spreken. In een brief van waarnemend manager van de dienst Behandeling en Begeleiding Ron Dekkers, tevens woordvoerder van de artsen, wordt gesproken over respectloos en kleinerend gedrag van Bert Koeneman naar medewerkers met een andere mening. Eind april concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat er met de kwaliteit van de zorgverlening bij De Zorgboog niets mis is. Wel uit de Inspectie forse kritiek op het functioneren van de dienst Behandeling en Begeleiding, waar volgens de Inspectie sprake is van onvoldoende structuur en een gebrekkige communicatie. Hard oordeelMedio mei komt Léon Lodewick met de uitkomsten van zijn onderzoek. Hij heeft zich op twee vragen gericht, namelijk wat er structureel mis is binnen De Zorgboog en of Bert Koeneman de man op de juiste plaats is, gelet op signalen dat er niet adequaat zou zijn gereageerd op een vraag om meer verpleeghuisartsen en dat er sprake zou zijn van problemen in de bejegening. Hierover heeft Lodewick gesprekken met ruim negentig betrokkenen gevoerd en vervolgens zijn bevindingen aan de Raad van Toezicht gerapporteerd. Volgens een persverklaring van de Raad van Toezicht naar aanleiding van die rapportage heeft de onrust binnen De Zorgboog diverse oorzaken. Om te beginnen is er de schaduwijze van het veranderingsproces na de diverse fusies, dat volgens Lodewick "met visie en voortvarendheid" is aangepakt, maar waarbij soms afscheid moet worden genomen van medewerkers die met die veranderingen niet mee willen of niet mee kunnen. Lodewick concludeert dat de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht onvoldoende aandacht hebben besteed aan de interne communicatie daarover. Daarnaast hebben enkele medewerkers en oud-medewerkers een dubieuze rol in de publiciteit gespeeld, waardoor er 'bizarre geruchtenvorming' is ontstaan. Lodewick stelt dat daarbij veel onaangename maatregelen ten onrechte aan Koeneman worden toegeschreven, terwijl in de Raad van Bestuur over alle te nemen maatregelen overeenstemming bestond. Verder had de Raad van Toezicht alerter moeten zijn op de taakverdeling in de Raad van Bestuur en de dubbelfunctie van Van den Bosch (bestuurslid én verpleeghuisarts) moeten beëindigen. Lodewick constateert vervolgens dat Koeneman ten onrechte wordt verweten voor het capaciteitsprobleem van de verpleeghuisartsen onvoldoende aandacht te hebben gehad. Wel is zijn manier van communiceren problematisch geweest of werd deze als problematisch ervaren. Omdat hij daardoor onderwerp van discussie is geworden, is Koeneman volgens Lodewick niet meer de juiste man op de juiste plaats in De Zorgboog. Lodewick spreekt tot slot een hard oordeel uit over de rol van het management van de dienst Behandeling en Begeleiding. Het management en de verpleeghuisartsen in deze dienst zijn niet meegegaan in het veranderproces en dat is hen, volgens Lodewick, ernstig aan te rekenen. "Subjectief"Martin Beerens: "We onderschrijven de uitkomsten van het onderzoek, behalve wat ten aanzien van de bejegening wordt geconstateerd. Dat herkennen we niet. Iemand die vanuit het bedrijfsleven in de zorgsector komt werken, kan een andere benadering hebben dan men in de zorg gewend is. Mensen kunnen daar moeite mee hebben, maar de een ervaart het zus en de ander ervaart het zo. Dat is heel subjectief. Voor Van den Bosch was het een zorgfactor, maar ik denk dat het heel persoonlijk is. Ik had er in januari 2008 één signaal van gehad en daar hebben we toen onmiddellijk over gesproken en afspraken over gemaakt. Mij wordt verweten dat ik dit toen mondeling heb geëvalueerd in plaats van schriftelijk met ondertekening en al, maar zo gingen we niet met elkaar om. Ook Van den Bosch heeft de Raad van Toezicht verteld dat er tussen dat ene signaal in januari 2008 en het einde van het jaar, toen er weer iets boven tafel kwam, zich niets heeft voorgedaan. Ik weet niet wat de mensen aan Lodewick hebben verteld, want dat was allemaal strikt vertrouwelijk, maar mij is nooit persoonlijk gemeld dat iemand zich onheus bejegend voelde." OpgestaptIn de onderzoeksuitkomsten van Lodewick zien bestuursvoorzitter Koeneman en de voorzitter en vice-voorzitter van de Raad van Toezicht, Martin Beerens en Simon Maas, aanleiding om hun positie ter beschikking te stellen. Bert Koeneman stapt naar eigen zeggen op "in het belang van De Zorgboog en dat van hemzelf én vanwege het feit dat hij de resultaten van het onderzoek ten aanzien van de 'bejegeningsproblematiek' niet in overeenstemming acht met de werkelijkheid." Beerens en Maas voelen zich verantwoordelijk voor de kwalificaties aan het adres van de Raad van Toezicht en hebben daarom ook het besluit genomen De Zorgboog te verlaten zodra hun opvolgers kunnen worden benoemd. Het oordeel van Lodewick over de dienst Behandeling en Begeleiding blijft intussen niet zonder gevolgen: waarnemend manager van de dienst Behandeling en Begeleiding Ron Dekkers wordt zijn waarnemerschap ontnomen en vooralsnog op non-actief gezet. Binnenkort zal een tijdelijk bestuurder worden benoemd, die de rust moet herstellen en het veranderingsproces op het gebied van structuur, organisatie, management, cultuur en communicatie in De Zorgboog moet voortzetten. [Kadertekst] Hoofdstuk sluitenDe Zorgboog kon in juli na de benoeming van Carla Peeters als interim-bestuursvoorzitter een nieuwe weg inslaan. Peeters is sinds tien jaar zelfstandig interim-manager, waarvan de laatste vijf jaar in de zorgsector. Zij heeft ervaring met het begeleiden van veranderingsprocessen, onder meer bij een grote thuiszorgorganisatie. Enkele dagen na haar benoeming gaf zij Skipr desgevraagd te kennen met open vizier binnen De Zorgboog aan de slag te gaan. "Voor alles is een oplossing, samen met de medewerkers komen we er wel uit. Normaal neem ik zes tot acht weken voor een analyse van de situatie en maak ik daarna een plan van aanpak. In dat kader ga ik nog individueel met de verpleeghuisartsen in gesprek en met het management van de dienst Behandeling en Begeleiding, maar natuurlijk met veel meer medewerkers van de organisatie. Het zou niet verstandig zijn als ik me alleen op de groep zou focussen die in het nieuws is geweest." Als interim-manager kiest Carla Peeters voor een aanpak die sterk afhankelijk is van de situatie die zij aantreft. "Situationeel leiding geven", zegt ze, "waarbij soms 'bottom up' het uitgangspunt is, maar als het niet anders kan 'top down'. Het belangrijkste is toch de medewerkers zo veel mogelijk tot hun recht te laten komen. Ik wil vooral transparant zijn. Datgene wat ik doe, wil ik duidelijk aan de medewerkers kunnen uitleggen. Ik wil graag dat ze begrijpen waarom de dingen gaan zoals ze gaan." Carla Peeters zal het veranderingsproces dat door haar voorgangers in gang werd gezet, continueren. "Daarnaast bekijken we of er door wijzigingen in wet- en regelgeving en financieringsvormen nog aanvullende veranderingen nodig zijn. Net als bij alle andere AWBZ-gefinancierde zorginstellingen zal dit binnen De Zorgboog veel aandacht vragen. We kunnen dat niet laten liggen, want het raakt de continuïteit van het bedrijf." Peeters zal niet gedetailleerd gaan reconstrueren wat er in de afgelopen periode binnen De Zorgboog is misgegaan. "Want waar gaat het dan om: gelijk hebben of gelijk krijgen?" Zij zal de functie van bestuursvoorzitter vooralsnog voor negen maanden vervullen. Deze periode kan worden verkort, maar ook worden verlengd. Zodra een nieuwe raad van toezicht is samengesteld, zal die de wervingsprocedure voor de nieuwe raad van bestuur starten. "Ik hoop samen met de medewerkers een vervelend hoofdstuk voor De Zorgboog definitief te kunnen sluiten", aldus Carla Peeters. Verschenen in: Skipr (2009) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|