|
||
|
L.H.J. Verheijen, dijkgraaf van waterschap Aa en Maas (2009)
Hoe mooi ons Brabant isMomenteel worden nogal wat eisen aan de waterschappen gesteld. Dijkgraaf Lambert Verheijen legt uit hoe waterschap Aa en Maas daarmee omgaat. Het waterschap Aa en Maas beslaat oostelijk Noord-Brabant en wordt begrensd door enerzijds de Maas over een lengte van ruim honderd kilometer en anderzijds de denkbeeldige lijn iets ten zuiden of zuidwesten van de plaatsen Waalwijk, 's-Hertogenbosch, Veghel, Helmond en Asten. Het gebied omvat 160.000 hectare en telt ongeveer 700.000 inwoners in 29 gemeenten. In de afgelopen jaren heeft waterschap Aa en Maas, vergelijkbaar met de overige waterschappen in Nederland, diverse taakstellingen opgelegd gekregen. Deze betreffen onder meer in provinciaal verband de Bestuursovereenkomsten met het oog op de reconstructie van het landelijk gebied, in nationaal verband de aanbevelingen van de Deltacommissie en in Europees verband Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water (zie de kadertekst). Rechtgetrokken bekenLambert Verheijen is sinds 2004 dijkgraaf van waterschap Aa en Maas. Daarvoor was hij gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant. In zijn werkkamer in het kantoor van waterschap Aa en Maas in 's-Hertogenbosch staan enkele meters naslagwerken en fotoboeken over de prachtige natuur in zijn waterschap en aan de muren hangen gedetailleerde kaarten van alle waterlopen in het gebied. Tijdens zijn enthousiaste toelichting op de plannen met het water staat hij verschillende keren op om iets aan te wijzen of met foto's te illustreren. Startpunt van het gesprek met hem is de Kaderrichtlijn Water. De doelstellingen daarvan, uitgedrukt in grenswaarden voor bepaalde schadelijke stoffen in het water, moeten in 2015 zijn gerealiseerd, maar Nederland zal waarschijnlijk 'derogatie' verkrijgen, de EU-vakterm voor toestemming om van een bepaalde norm af te wijken. Het zal betekenen, dat Nederland pas in de tweede planperiode (tot 2021) of zelfs de derde planperiode (tot 2027) aan de ambities van de Kaderrichtlijn hoeft te voldoen. Dit betekent overigens niet dat Nederland met die grenswaarden in zijn maag zit. "Het is zeker niet het grootste knelpunt, ook niet in ons gebied", zegt Verheijen. "Die zware metalen en bestrijdingsmiddelen waren in Nederland toch al verboden. Wel is een knelpunt, dat wij heel veel beken rechtgetrokken hebben, gekanaliseerd met kunstmatige oevers, en we daardoor maar heel weinig natuurlijk water hebben. De hoogste ecologische doelstellingen in de Kaderrichtlijn Water gelden voor dat natuurlijke water, maar in het Nederlandse deel van het stroomgebied van de Maas komt dat alleen nog maar in Zuid-Limburg voor, bij Gulpen, waar kleine beekjes onveranderd door mensenhand op de Maas afvoeren. In de rest van het Maasstroomgebied heb je overal gekanaliseerde beken en kun je niet de ecologische doelstelling van natuurlijk water hanteren, ook al omdat je er rekening mee moet houden dat die beekstelsels door landbouwgebieden lopen. Onze ecologische doelstellingen zijn daarom beperkter, maar gaan niettemin geweldige ecologische verbeteringen geven." Grootste puzzelDie 'beperkte' ecologische doelstellingen van waterschap Aa en Maas liegen er inderdaad niet om. Het maatregelenpakket omvat de aanleg van 320 kilometer ecologische verbindingszones, 120 kilometer beekherstel en de aanleg van 100 kilometer natuurvriendelijke oevers. Het betekent dat van de 1.200 kilometer waterlopen in waterschap Aa en Maas bijna de helft opnieuw ecologisch wordt ingericht. Is dat niet een overdreven ingreep van Europa in een relatief klein gebied? "Dat valt wel mee", zegt Lambert Verheijen. "Het is Europees beleid, het overkomt ons, maar in feite was het voor negentig procent al ons eigen beleid in het proces van reconstructie dat al bijna tien jaar in dit gebied wordt uitgevoerd. Het was de oorspronkelijke taakstelling in de eerste Bestuursovereenkomst met de provincie Noord-Brabant om vierhonderd kilometer ecologische verbindingszones aan te leggen. Daar hebben we nu honderd kilometer van gerealiseerd." Honderd kilometer in bijna tien jaar betekent dat voor ruim driehonderd kilometer in de periode tot 2027 een behoorlijke versnelling van de aanpak nodig is. "Daar breken we ons hoofd over", aldus Verheijen. "Het probleem daarbij is de verwerving van grond. De grondmobiliteit is in dit gebied relatief laag. Bovendien zijn er natuurlijk veel meer grondclaims, bijvoorbeeld voor bedrijventerreinen en woningbouw. Het verwerven van grond is daarom de grootste puzzel voor ons." Veelal gaat het daarbij om landbouwgrond, legt Verheijen uit, en daarom zijn er hele goede financiële regelingen voor landbouwers in het gebied die grond willen verkopen of hun bedrijf willen beëindigen. Ook kan vervangende grond worden aangeboden of geld om het bedrijf elders voort te zetten, binnen de provincie of daarbuiten. Verheijen: "Je hebt niet alleen met eigenaren van grond te maken, maar ook met pachters, die evengoed hun rechten hebben. Gelukkig hebben sommige gemeenten in ons gebied nog veel eigen grond. Grond die pachtvrij wordt, kan vervolgens in een kavelruil worden ingezet ten behoeve van onze ecologische doelstellingen. Dat zijn hele mooie winwinsituaties. Zo hebben we onlangs nog samen met de gemeente 's-Hertogenbosch een bedrijf van vijftig hectare gekocht. Zo'n grondpositie is natuurlijk heel interessant om ook weer het kavelruilproces in gang te zetten." Botsende doelstellingenDe verwerving van grond is wel de grootste puzzel in de vele plannen van waterschap Aa en Maas, maar niet de enige. Juist doordat er zoveel plannen zijn, vanuit verschillende bestuurlijke geledingen, is een botsing van doelstellingen niet ondenkbaar. Wat de Deltacommissie bijvoorbeeld op het oog heeft ten aanzien van de sterkte van dijken hoeft niet altijd op één lijn te liggen met de ecologische doelstellingen in de Kaderrichtlijn Water. "Dat was eerst ook onze angst", zegt Lambert Verheijen, "maar Nederland en Brussel hebben afgesproken dat de veiligheidsmaatregelen prioriteit hebben boven de maatregelen met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water. We hoeven dus bij wijze van spreken geen dijken af te breken. Wel proberen we samen met Rijkswaterstaat de uiterwaarden een meer natuurlijke inrichting te geven. Bovendien kunnen die uiterwaarden dan bij hoog water via geulen meer water bergen. Ook is een convenant gesloten met Rijkswaterstaat ten aanzien van de natuurlijke overgang van beekstelsels naar de uiterwaarden. Tussen Maastricht en 's-Hertogenbosch komen er in totaal tweeënvijftig waterlopen op de Maas uit, waarvan acht in ons gebied. Die mondingen, die nu de vorm hebben van betonnen constructies onder de dijk door, willen we in de komende twintig jaar meer natuurlijk gaan inrichten - zónder dat daar veiligheidsrisico's worden gelopen, want de dijkversterking blijft gewoon nummer één." Eveneens moeilijk verenigbaar, zonder hoge kosten althans, is de bepaling van de Deltacommissie dat het waterschap het eigen water moet kunnen vasthouden om verdroging tegen te gaan en de bepaling in de Kaderrichtlijn Water dat waterlopen optimaal vispasseerbaar moeten zijn. Verheijen: "Water vasthouden doe je met stuwen, maar een stuw vispasseerbaar maken, kost toch al gauw tussen de vijftigduizend en honderdduizend euro per stuk. Wij hebben zo'n vijftig grote stuwen, dus dan praat je toch weer over miljoenen euro's voor die vismigratie. Daarom ook zijn we bezig met innovatieve vismigratieprojecten, waarbij de vissen niet traditioneel via een krinkelende kiezelsteenachtige vispassage worden geleid, maar via een vacuüm door een hevel worden gezogen. Het is misschien een beetje merkwaardig, maar het werkt wel en de vis heeft er geen schade van." Honderden miljoenenDe hoge kosten voor de vispasseerbaarheid zijn tekenend voor de vele honderden miljoenen euro's die in het totaal met alle waterplannen gemoeid zijn. Alleen al de maatregelen in het kader van de reconstructiedoelstellingen kostten in de eerste periode, 2004-2008, 120 miljoen euro en daar is onlangs voor nog eens 240 miljoen euro aan projecten aan toegevoegd. Waterschap Aa en Maas heeft een begroting op jaarbasis van circa 90 miljoen euro, waarvan 50 miljoen euro aan de waterzuivering wordt besteed en 40 miljoen euro voor watersysteembeheer, inclusief het onderhoud van de dijken. Het waterschap kan daarom alle extra plannen niet zonder subsidie bekostigen en krijgt deze dan ook van met name de provincie Noord-Brabant. "We doen bijvoorbeeld samen een groot project 'Dynamisch beekdal'", vertelt Lambert Verheijen. "In totaal kost dit project bijna 30 miljoen euro, maar dankzij de subsidie hoeven we nog maar 12 miljoen euro zelf te betalen." Het project heeft als doel om van de rivier de Aa, die vanaf de Peel naar 's-Hertogenbosch stroomt, weer een natuurlijk functionerende beek te maken. Nu is het nog een rechte waterloop, met steile oevers en kades. Door het water in het Aa-dal tussen Heeswijk-Dinther en 's-Hertogenbosch meer ruimte te geven, worden overstromingsproblemen stroomafwaarts richting 's-Hertogenbosch voorkomen. "Het is een gecompliceerd project, omdat we met een aanliggende provinciale weg langs de Zuid-Willemsvaart hebben te maken en met bijna twintig eigenaren met wie we grondovereenkomsten moeten gaan sluiten. Ook ligt er al een natuurgebied rondom Kasteel Heeswijk waar we voorzichtig mee moeten zijn, aan de watergang vindt recreatie plaats en we hebben met visverenigingen te maken die daar rechten hebben. Al die belangen moeten worden meegenomen." Het eerder dit jaar gekozen Algemeen Bestuur van waterschap Aa en Maas houdt wat de financiën betreft vooralsnog de hand op de knip. Het respecteert bestaand beleid, met name de reconstructieopgave, maar heeft besloten ten aanzien van de waterschapsbelastingen op de 'nul plus'-lijn te gaan zitten. Er ligt daarom voor de dijkgraaf en het dagelijks bestuur nog een mooie taak om een en ander te plooien, "want als we alles zouden doen wat we willen", aldus Lambert Verheijen, "komen we uit op plus 2,5 procent. We zullen dus nog wel wat prioriteiten moeten stellen!" [Kadertekst] Plannen met het waterVan de waterschappen in Nederland wordt in de komende jaren nogal wat verwacht ten aanzien van waterkwaliteit en waterkwantiteit. Wat dat betreft heeft waterschap Aa en Maas te maken met de Bestuursovereenkomsten met de provincie Noord-Brabant, de aanbevelingen van de Deltacommissie, Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Bestuursovereenkomsten De Bestuursovereenkomsten tussen de provincie Noord-Brabant en de waterschappen in Noord-Brabant werden naar aanleiding van de varkenspest in 1997, de MKZ-crisis in 2001 en de vogelpest in 2003 opgesteld. In dit kader was waterschap Aa en Maas tussen 2004 en 2007 actief op het gebied van verdrogingbestrijding, beek- en kreekherstel en de aanleg van ecologische verbindingszones en vistrappen. Tijdens de looptijd van de tweede Bestuursovereenkomst, van 2008 tot eind 2013, is daarnaast waterberging een belangrijk thema. Deltacommissie De Deltacommissie, onder leiding van oud-landbouwminister Cees Veerman, heeft een aantal scenario's beschreven waarmee Nederland in de komende decennia rekening moet houden. Deze gaan uit van klimaatveranderingen die met een behoorlijke stijging van de zeespiegel gepaard gaan, evenals met hevige regenval en langdurige droogte. In het eigen werkgebied moeten de waterschappen het watersysteem 'robuust' maken, zodat het de verwachte veranderingen aankan in zowel hele natte als hele droge perioden. Natura 2000 Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden, dat door de lidstaten van de Europese Unie wordt opgezet. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat internationale maatregelen van belang zijn voor behoud van de vitaliteit en diversiteit van natuur. Het netwerk zal in totaal circa 450.000 km² omvatten. Voor Nederland heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 162 gebieden aangewezen. De belangrijkste Natura 2000-gebieden in waterschap Aa en Maas zijn de Groote Peel en het gecombineerde Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek, die samen één Natura 2000-gebied ten zuidwesten van 's-Hertogenbosch vormen. Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water betreft de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De richtlijn moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het water in 2015 (of zes of twaalf jaar later) op orde is en dat als gevolg daarvan de biodiversiteit in en aan het water weer is toegenomen. De richtlijn gaat op termijn een aantal oude richtlijnen integreren en vervangen. Van elk stroomgebied in een land - Nederland telt vier stroomgebieden: van de Eems, de Rijn, de Maas en de Schelde - wordt een stroomgebiedbeheerplan gemaakt. Deze beheerplannen worden verder uitgewerkt door de provincies en de waterschappen. [Einde kadertekst] Verschenen in: ABP Wereld (2009) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|