A.C. Toet, directeur bij VNG Verzekeringen (2004)

FOG plus AOG is OVO

Per 1 januari 2004 zijn de Frauderisico-Onderlinge van Gemeenten (FOG) en de Aansprakelijkheids-Onderlinge van Gemeenten (AOG) gefuseerd. De naam van de nieuwe maatschappij is Onderlinge Verzekeringen Overheid (OVO). Aanvankelijk kende de fusie oppositie. Zou de rijke FOG niet te veel op de arme AOG moeten gaan toeleggen? Een gesprek met drs. A.C. Toet, directeur bij VNG Verzekeringen, over de ontwikkelingen binnen beide onderlingen.

Na de oprichting van de FOG in 1937 was de animo ervoor niet erg groot. Veel gemeenten bleven zich aanvankelijk gewoon op de markt verzekeren. Na de Tweede Wereldoorlog echter kwam hier verandering in en sinds 1995 verzekeren alle gemeenten zich bij de FOG. Van oudsher zijn ook de meeste waterschappen bij de onderlinge verzekerd, evenals nu alle provincies, diverse politieregio's en een groot aantal overige overheidsorganisaties. In totaal heeft de FOG circa 800 polissen afgesloten. Deze genereren een premievolume van circa 650.000 euro per jaar. De verzekering biedt dekking tegen fraude, verduistering, beroving, oplichting en foutieve overboekingen. Het aantal schades per jaar ligt dichter bij vijftig dan honderd, maar soms gaat het om grote bedragen. Dit was bijvoorbeeld nog vorig jaar het geval, toen medewerkers van het gemeentelijk museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam een bedrag van circa 3 miljoen euro wisten te verduisteren. Een deel van het geld is terug, maar lang niet alles.

Van noodlijdend naar vermogend

"Tot rond 1980 leed de FOG een noodlijdend bestaan," vertelt Bert Toet, die in 1990 directeur van de FOG werd. "Mijn voorganger heeft toen een enorme sanering doorgevoerd. Om te beginnen werden woningcoöperaties, die tot dan gratis op de polis van de gemeente waren meeverzekerd, maar die voor een enorme schadelast zorgden, van verzekering uitgesloten. Daarnaast werd een forse premieverhoging doorgevoerd en ook zwaarder naar het risicoverleden gedifferentieerd. Na deze sanering kwamen we snel in de zwarte cijfers terecht, zelfs zodanig, dat we een fors eigen vermogen konden opbouwen. Midden jaren negentig waren de beleggingsopbrengsten zelfs voldoende om de hele schadelast en alle kosten te dekken. Eind jaren negentig hebben we echter besloten om dit vermogen terug te brengen van circa 30 miljoen naar 20 miljoen gulden. Dit hebben we gedaan door in 2000, 2001 en 2002 geen premie te heffen en door vanaf 2003 de premie met twintig procent te verlagen. In 2000 maakten we desondanks nog winst, maar in 2001 leden we verlies. En dat vonden de herverzekeraars en ook onze Raad van Commissarissen toch niet zo leuk?"

Versterking

Juist in die tijd was bij de VNG een reorganisatie aan de gang. Deze hield onder meer in dat een aantal uitvoerende activiteiten werd verzelfstandigd. De verzekeringsactiviteiten werden daarbij in VNG Verzekeringen B.V. ondergebracht. Bert Toet: "Dit heeft natuurlijk ons denken beïnvloed. Binnen de overheid, waarvan de VNG enigszins een afspiegeling is, heerste toen niet echt een ondernemersklimaat. Daar is de VNG ook niet voor. Toch werden wij weggezet met als doel, zoals mijn aandeelhouders het formuleerden: gaat heen en maakt winst. Weliswaar heeft de onderlinge geen winstdoelstelling op zich, maar alle 'stakeholders' zijn er inmiddels wel van overtuigd dat het vanuit financiële kracht aanzienlijk gemakkelijker opereren is. Zij kijken nu met heel andere ogen tegen een fors eigen vermogen van de onderlinge aan. Bovendien is VNG Verzekeringen, waarvan de onderlinge veel dienstverlening betrekt, veel scherper op het doorberekenen van kosten gaan letten. Daarnaast hebben we nog een belangrijke stap gezet. Omdat de capaciteit in de brandverzekeringsmarkt voor gemeenten drastisch was teruggelopen, hebben we, eigenlijk op aangeven van makelaars, in 2002 een verzekeringsmaatschappij opgericht om in dat tekort te voorzien. De FOG is voor honderd procent aandeelhouder van deze maatschappij, Phoenix N.V., en heeft daar ook het vereiste vermogen voor vrijgespeeld. Dit betekent dus dat we een deel van ons vermogen een heel andere bestemming hebben gegeven en dat we daar ook wat risicovoller mee opereren. Daarin past niet langer een systeem van premievakanties en het terugbrengen van het vermogen. We hebben het zelfs omgedraaid. Het vermogen mag nu weer worden versterkt, niet om het aan de leden terug te geven, maar om het eventueel ook in de toekomst voor andersoortige activiteiten in te zetten."

AOG

In deze gedachtegang nu past ook het hoofdstuk AOG. Deze aansprakelijkheidsonderlinge werd eind 1995 opgericht, mede op initiatief van en in samenwerking met makelaar Sedgwick (nu Marsh). Deze had destijds aangegeven dat het steeds moeilijker werd om de aansprakelijkheidsrisico's bij gemeenten in de markt weg te sluiten. Doordat diverse grote verzekeraars zich uit dit segment terugtrokken (als laatste St. Paul in 2002), dreigde de grootste overheidsaansprakelijkheidsverzekeraar Centraal Beheer in feite meer en meer het monopolie op dit gebied te verkrijgen. Nadat was gebleken dat tussen Centraal Beheer en de VNG geen goede samenwerking mogelijk was, besloot de VNG een eigen onderlinge in de markt te zetten. Deze maatschappij, de AOG, wist tot eind 2003 een marktaandeel van circa 45 procent van de gemeenten te verwerven, naast ook een aantal gemeenschappelijke regelingen en bijna alle politieregio's. De AOG is in verschillende opzichten veel groter dan de FOG: wat het premievolume betreft (circa 6 miljoen euro) en wat het aantal schades betreft (circa 2.500 per jaar). Bert Toet: "We hebben met de AOG vanaf het begin ieder jaar een bescheiden winst gedraaid - eigenlijk veel te bescheiden. We wilden de leden niet het vel over de oren halen en dus maar mondjesmaat reserves opbouwen. Achteraf gezien hadden we dat misschien niet moeten doen en gewoon forser in moeten zetten. In 2003 werd in ieder geval duidelijk dat we met overschotten van pakweg een paar honderdduizend euro per jaar, eind 2006 niet aan de Europese solvabiliteitsrichtlijn van 3 miljoen euro in kas zouden kunnen voldoen. Ook had de Pensioen- & Verzekeringskamer ons erop gewezen dat er een negatieve uitloop in de voorzieningen zat. Een omslag over de leden is natuurlijk niet echt populair in overheidskring. Bovendien, wie financieel zwak is, wordt ook door zijn herverzekeraars geknipt en geschoren. Die twee factoren alleen al vroegen om een versterking van de vermogenspositie van de AOG."

Juridische fusie

De noodzakelijke versterking werd gevonden in een juridische fusie van de AOG met de meer kapitaalkrachtige zusteronderlinge FOG. Dit vergde een intensief proces van lobbyen bij de leden, opdat zij met het fusievoorstel zouden instemmen, en van gesprekken met de Pensioen- & Verzekeringskamer, opdat deze met de financierings-plannen kon instemmen. De leden gingen pas akkoord nadat objectieve actuariële analyses waren uitgevoerd en in de Raad van Commissarissen meer verzekeringsdeskundigheid zou zijn gegarandeerd. De PVK dwong op zijn beurt toezeggingen af ten aanzien van grondige saneringen in 2004, om de aansprakelijkheidsportefeuille in 2005 weer gezond te laten zijn. "Het is een heel proces geweest," verzucht Bert Toet tot slot, nog nauwelijks bijgekomen van alle inspanningen. "Neem van mij aan dat je in Nederland gemakkelijker een verzekeringsmaatschappij kunt oprichten, dan twee laten fuseren. Dit laatste is echt onvoorstelbaar moeilijk. Maar nu het formele proces is afgerond, staan we klaar om van OVO een succesnummer te maken!"

Kadertekst

Frauderisico

De gemeenteontvanger moest tot begin vorige eeuw zelf kapitaalkrachtig zijn. Ging er iets mis met gemeentelijke geldstromen, dan moest hij immers zelf borg staan. Nadat was bepaald dat dit niet langer zo behoorde te zijn, werd in de Gemeentewet vastgelegd dat de gemeenten de betrokkene adequaat tegen dergelijke risico's moesten verzekeren. De gemeenten deden dit aanvankelijk op de Duitse en Engelse markt, maar toen dat door de neutraliteitspolitiek werd bemoeilijkt, besloot de VNG in 1937 om een onderlinge op te richten die (aanvankelijk alleen) gemeenten en waterschappen tegen het risico van fraude, beroving en 'schuldige nalatigheid' verzekerde. Deze inmiddels kapitaalkrachtige Frauderisico-Onderlinge van Gemeenten (FOG) biedt nu tevens de benodigde financiële soliditeit aan de Aansprakelijkheids-Onderlinge van Gemeenten (AOG). Deze tweede VNG-onderlinge, opgericht in 1995, is na een juridische fusie in de FOG opgegaan, waarbij deze werd omgedoopt tot Onderlinge Verzekeringen Overheid (OVO).

Verschenen in: De Onderlinge, FOV (2004)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl