|
||
|
V. Halberstadt, hoogleraar Openbare Financiën Universiteit Leiden (2003)
'Hypes' maken geen kans in de BeleggingscommissieProf. drs. Victor Halberstadt, hoogleraar Openbare Financiën aan de Universiteit Leiden en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, is sinds 1995 lid van de Beleggingscommissie van ABP. In de zomer van 2003 neemt hij er afscheid van. Een terugblik daarom op acht roerige jaren in de beleggingswereld. De Beleggingscommissie adviseert de directie van ABP Vermogensbeheer over zaken die voor de lange-termijnbeleggingsstrategie van belang zijn. De commissie telt uitsluitend deskundigen met specifieke kennis op facetten van vermogensbeheer, die allen op persoonlijke titel in de commissie zitting hebben, dus onafhankelijk van welk belang dan ook. Halberstadt werd in 1995 gevraagd om in de Beleggingscommissie zitting te nemen. Juist in die periode waren pensioenfondsen wereldwijd de bakens in de beleggingsstrategie aan het verzetten. Ook ABP Vermogensbeheer besloot de aandacht te verleggen van beleggingen in vastrentende waarden naar ondermeer actief beleggen in meer risicovolle aandelen, respectievelijk meer buiten Nederland. Hebben Halberstadt en zijn collega's, zo vragen we hem op de man af, gelet op de verliezen die in de afgelopen jaren zijn geleden, de directie destijds een verkeerd advies gegeven? "Nee," zegt hij, lachend om de confronterende vraagstelling, "maar de situatie is natuurlijk wel treurig. De wereldeconomie en de markten zijn op dit moment heel anders dan iedereen enkele jaren geleden redelijkerwijs en conservatief mocht aannemen. De grote verrassingen met betrekking tot de volatiliteit van de markten zijn bij alle pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen overal ter wereld pijnlijk aangekomen. Maar terugkijkend kun je niet beweren dat het ABP het maar drastisch anders had moeten doen. Waren de fondsen bijvoorbeeld uitsluitend in staatsobligaties gebleven, vastrentende waarden, dan hadden we nu vanwege de demografische vraagstukken en bijkomende verplichtingen die op ABP drukken, evengoed op termijn een dekkingsprobleem gehad." 'Hypes' maken geen kansHalberstadt geeft aan dat de prestaties van ABP Vermogensbeheer, ondanks de teleurstellende beleggingsresultaten over de afgelopen twee jaar, positief afsteken bij de prestaties van andere grote fondsen. Hij pakt er het recente kwartaalbericht bij en wijst op de grafiek van het gecumuleerd rendement van ABP sinds 1993. Deze fors stijgende lijn is in de laatste jaren door de ontwikkeling van de markten slechts enigszins omgebogen. "Op de hoofdzaken terugkijkend," zegt Halberstadt, "denk ik dat ABP over de afgelopen acht jaar een hele consistente lijn heeft gevolgd, waarbij bij voortduring is getoetst of het volgens plan verliep. Ik denk dat daardoor geen vergissingen van enige betekenis zijn gemaakt. Ook de 'dotcom'-revolutie is goeddeels aan ABP voorbijgegaan, omdat beleggingen daarin echt nog lang niet in de langetermijnvisie pasten. Dat soort risico's nemen we niet met het fonds. Als 'dotcom' op lange termijn goed was geweest, dan was er ook wel op lange termijn in belegd. Nu is de schade voor ABP beperkt gebleven." Volgens Halberstadt zou een toevallige 'dotcom'-goeroe in de Beleggingscommissie, die een bijstelling van de strategie in zijn richting had gewenst, geen kans van slagen hebben gehad. Hij zegt: "In de Beleggingscommissie zitten alleen maar mensen die veel ervaring met beleggen, dus met de internationale kapitaalmarkt hebben en die over een goed historisch besef beschikken. 'Hypes' maken geen kans bij de directie van ABP Vermogensbeheer en maken ook geen kans in de Beleggingscommissie. Immers, naarmate de professionaliteit van de directie, de medewerkers en de Beleggingscommissie groter is, is de kans op experimenteel gedrag geringer. Wat dat betreft is er, net als in ieder beroep, een zichtbare relatie tussen enerzijds gedegen ervaring en gedegen inzicht en anderzijds experimenteerdrift. Wij wéten dat er geen bomen tot in de hemel groeien." Onder de indrukHalberstadt heeft als hoogleraar Openbare Financiën (sinds 1974) en lid van de S.E.R. (sinds 1972) enig recht van spreken als hij anderen op het terrein van vermogensbeheer als 'professionals' kwalificeert. De professionaliteit die hij binnen ABP heeft aangetroffen, en die vanzelfsprekend ook noodzakelijk is om zo'n enorm groot vermogen naar behoren te beheren, heeft ertoe geleid dat het vermogensbeheer in de periode die Halberstadt kan overzien, in volstrekte eenstemmigheid tussen het bestuur, de directie van ABP Vermogensbeheer en de Beleggingscommissie heeft kunnen plaatsvinden. "Daarbij heeft het geholpen," aldus Halberstadt, "dat de directie van ABP Vermogensbeheer een uitstekende manier heeft gevonden om met ons te communiceren. Daarnaast is de deskundigheidskwaliteit en de systeemkwaliteit van ABP Vermogensbeheer in de loop van de jaren zeer sterk toegenomen. Het beleggingsbeleid is daardoor, vergeleken met zeg maar tien jaar geleden, sterk geprofessionaliseerd en kan de vergelijking met alle andere grote fondsen prima doorstaan. ABP heeft zich prima aangepast aan de razendsnelle internationalisering van de kapitaalmarkten en de vele nieuwe producten en technieken. Dat is niet slechts mijn persoonlijke opvatting, maar een aantoonbaar feit, zoals dat tot uitdrukking komt in de wijze waarop is gepresteerd ten opzichte van de maatstaven, de 'benchmarks', die ruim van tevoren in strategische beleggingsplannen op basis van 'asset liability'-studies zijn vastgesteld. Ten opzichte van die maatstaven is positief gepresteerd. Wat dat betreft ben ik in de loop van de jaren erg onder de indruk geraakt, door de mate van transparantie waarin de systematische beoordeling van eigen prestaties, eigen voorgenomen beleid en eigen uitgangspunten plaatsvindt. Je kunt zeggen dat ABP zich werkelijk aan de tuchtiging van het oordeel van de markt heeft overgeleverd." Voortdurend herijkenDe malaise op de financiële markten mag dan de grote lijn in het vermogensbeheer nauwelijks hebben beïnvloed, zij zal het werk van de Beleggingscommissie er toch niet eenvoudiger op hebben gemaakt. "Het is altijd moeilijk om te adviseren," stelt Halberstadt voorop. "Het gaat immers over miljarden euro's en enkele miljoenen gerechtigden, dus het is altijd van grote betekenis voor velen, nu en vooral later. Je moet je daar altijd heel goed van bewust zijn." Wel beaamt hij, juist omdat die verantwoordelijkheid zo groot is, dat bij iedereen die zich met vermogensbeheer bezighoudt, de schrik er nu even behoorlijk in zit. Halberstadt: "De volatiliteit van de markten, de dramatische beweeglijkheid, het springerige gedoe dat je bij allerlei financiële waarden ziet, waaronder aandelen, is op zichzelf een verschijnsel wat niemand eerder in die mate heeft meegemaakt. Dat maakt het des te belangrijker dat je de basistheorie, bij ABP de beleggingsstrategie, zorgvuldig bewaakt en voortdurend herijkt, dat wil zeggen, opnieuw tegen het licht houdt. Bij ABP gebeurt dat heel systematisch. Vervolgens moet je ook nog eens goed kijken of je in de toekomst een vergelijkbaar beleid moet blijven voeren. In de loop van 2003 zal er opnieuw een 'asset liability'-studie aan de orde zijn en zullen alle veronderstellingen daarin weer eens goed worden bekeken. Daaruit kan dan blijken dat het beleid grosso modo, met allerlei neveninstrumenten die beschikbaar zijn, moet worden voortgezet, maar het kan ook zijn dat de veronderstellingen op lange termijn misschien hier en daar moeten worden aangepast." ZwaarwegendHalberstadt weerspreekt ten stelligste dat in het werk voor de Beleggingscommissie een persoonlijke opvatting verscholen kan liggen. Het gaat om ervaring en deskundigheid, zo benadrukt hij, waarbij eventuele persoonlijke inschattingen zo veel mogelijk en expliciet moeten worden geobjectiveerd. Door deze dan in het gesprek in te brengen, kunnen ze aan de gemeenschappelijke oordelen, verwachtingen of meningen van de commissie bijdragen. Halberstadt heeft nooit anders meegemaakt dan dat de Beleggingscommissie op deze wijze tot een unaniem advies kwam. Anders dan persoonlijke opvattingen kan de persoonlijke aard vanzelfsprekend niet altijd zo maar terzijde worden geschoven. Daarnaar gevraagd zegt Halberstadt: "Ik geloof dat ik zelf uiterst conservatieve opvattingen over beleggen heb. ABP vertegenwoordigt immers de belangen van een groep individuen die hun pensioenbelangen aan dat instituut hebben toevertrouwd. Daarbij past het om, rekening houdend met de verplichtingen op lange termijn, de neerwaartse risico's van de beleggingen zo beperkt mogelijk te houden, opdat de waarde van de toekomstige uitkeringen zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Dat is een hele grote verantwoordelijkheid en ik ben daarom van mening dat je met dergelijke beleggingen alleen de hoogst noodzakelijke risico's mag nemen." De persoonlijke betrokkenheid brengt voor Halberstadt ook met zich mee dat hij de gebeurtenissen op de financiële markten als het ware op zich voelt drukken. Hij zegt: "In een neergaande of stagnerende fase van de economie, waarvan ik er in mijn lange leven nu al een paar heb meegemaakt, weegt zoiets zwaar. Het is iets wat je voortdurend bezighoudt, waar je steeds mee worstelt en waarbij je je telkens weer afvraagt: zie ik het goed, zijn er alternatieven, reken ik het goed uit, beloof ik niet te veel en is het wel realistisch?" Unieke ervaringHalberstadt neemt in de zomer van 2003 afscheid van de Beleggingscommissie, omdat dan de maximale zittingsperiode van twee termijnen van vier jaar voor hem erop zit. Deze beperking van de zittingsduur werd kort voor zijn benoeming in de commissie ingesteld, "en daar was ik een groot voorstander van," aldus Halberstadt, "en ik ga dus vrolijk glimlachend weg." Voorafgaande aan zijn ABP-periode was Halberstadt maar liefst twaalf jaar lid van een vergelijkbare Beleggingscommissie, bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, maar hij betwijfelt of hij, volgend op de ABP-periode, nog eens van zo'n commissie lid zal worden. Hij zegt: "Na de ervaring bij ABP, die uniek is, niet alleen door de aard en de omvang van het fonds, maar ook door de kwaliteit van de mensen in de directie van ABP Vermogensbeheer en in de Beleggingscommissie, zou ik daar nog wel twee keer over moeten denken. Er is een bijzondere chemie in de buitengewoon duidelijke, maar toch evenwichtige discussie tussen de directie van ABP Vermogensbeheer en de Beleggingscommissie, waarin we allemaal met een grote mate van betrokkenheid actief participeren. Dat is een ervaring geweest waar ik met tevredenheid op terugkijk, omdat het niet alleen interessant en leerzaam was, maar ook uitdagend en omdat het in uitstekende harmonie met elkaar is verlopen." Gevraagd naar enkele laatste adviezen voor het bestuur, de directie van ABP Vermogensbeheer en de leden van de Beleggingscommissie, zegt Halberstadt na enig nadenken beslist: "Mijn advies aan het bestuur is, om net als nu, goed voor ogen te blijven houden wat de hoofdtaak van ABP is, namelijk pensioenen verzorgen, waarbij andere functies gewichtig zijn, maar niet centraal staan. Mijn tweede advies aan het bestuur is, om - eigenlijk meer dan tot nu toe - goed op de hoogte te blijven van het beleggingsbeleid, zodat het daarmee écht vertrouwd is en er in intellectuele en politieke zin mede-eigenaar van is. Mijn advies aan de directie van ABP Vermogensbeheer is, om vooral voort te gaan zoals zij nu doet, dus steeds professioneler. Mijn advies aan de Beleggingscommissie zelve is, om ook voort te gaan zoals ze nu doet, zo mogelijk nog beter en in ieder geval met evenveel plezier." Verschenen in 'Wereld', ABP, april 2003 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |