H. Weisfelt, advocaat bij Weisfelt & Lintz Advocaten (2011)

Arrestatie schaadt goede naam

Erik Franker, directeur van Alycha Thuiszorg in Rotterdam, wordt in juni 2009 opgepakt nadat in het pand van de buren cocaïne is gevonden. Uiteindelijk wordt hij niet vervolgd omdat er tegen hem geen bewijs is. De schade die hem dan is aangedaan, blijkt nauwelijks te herstellen.

Bij Alycha Thuiszorg werken regelmatig mensen onder begeleiding van de reclassering, bijvoorbeeld als chauffeur voor verzorgend personeel. Op enig moment ontvangt de Criminele Inlichtingen Eenheid een bericht dat een van hen in cocaïne handelt en deze koopwaar bij Alycha Thuiszorg bewaart. De politie doet een inval en vindt niets, maar gaat ook het appartement van de buurman binnen. Daar wordt wel cocaïne gevonden. Later blijkt deze doorzoeking onrechtmatig en de gevonden cocaïne wordt uitgesloten van bewijs. De zaak loopt daarom met een sisser in vrijspraak af. Na de inval echter wordt de directeur van Alycha Thuiszorg voor verhoor naar het politiebureau meegenomen, waar hij een aantal dagen moet blijven. De zaak komt op TV Rijnmond en in het Algemeen Dagblad. Juist in die periode is Alycha Thuiszorg in onderhandeling met twee grote ziekenhuizen over de levering van thuiszorg. Deze contacten worden echter niet voortgezet nadat de directeur op zijn kantoor is teruggekeerd. In september ontvangt hij een brief van de officier van justitie dat hij niet wordt vervolgd.

Bovenop knokken

Mr. Hajé Weisfelt van Weisfelt & Lintz Advocaten treedt op als woordvoerder van thuiszorgdirecteur Erik Franker. "Wij maken dit als advocaten heel vaak mee. Justitie maakt een fout, maar de zaak komt in de krant en op televisie. Betrokkenen zien vervolgens hun bedrijf naar de knoppen gaan zonder dat ze er iets aan kunnen doen. Tegen de tijd dat ze vrij komen en hun onschuld is bewezen, vinden de media het geen interessant nieuwsitem meer." Het zou een uitkomst zijn als meteen na een aanhouding opening van zaken zou kunnen worden gegeven, maar die mogelijkheid is er doorgaans niet. Weisfelt: "Als advocaat mag ik op zo'n moment geen commentaar op de zaak geven. Ik mag alleen zeggen dat mijn cliënt ergens van verdacht wordt. En iemand anders krijgt geen contact met een verdachte. We hebben het in Nederland nu eenmaal zo geregeld dat Justitie een uitgebreide bevoegdheid heeft om mensen langdurig en intensief te ondervragen, zonder dat zij in contact met de buitenwereld mogen treden. Van die bevoegdheid wordt vaak gebruik gemaakt en naar mijn mening vaak ten onrechte, zonder enig gevoel voor de schade die daarbij voor burgers wordt aangericht." Een manier om de schade toch nog enigszins te beperken of te herstellen, is procederen tegen een krant of een omroep en eisen dat de berichtgeving wordt gerectificeerd. "Maar daar heb je voldoende geld voor nodig", zegt Weisfelt, "want dat zijn dure en ingewikkelde procedures. Wie dat geld niet heeft, moet zich er weer bovenop knokken. Dat is alles wat je dan nog kunt doen."

Verschenen in: Skipr (2011)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl