|
||
|
K. Geertsema, directeur van Hagelunie (2000)
"Op onze daden afrekenen wat het onderlinge karakter betreft"De organisatie van Hagelunie is eind vorig jaar vernieuwd. De belangrijkste verandering is de loskoppeling van de verkoop en de schadeafwikkeling. Hagelunie speelt zo in op vernieuwingen in de sectoren waarin zij actief is. "De glastuinbouw, onze 'core business', is de meest innovatieve agrarische sector. Juist daarom ook blijf ik dit vak zo boeiend vinden," zegt ir. K. Geertsema, die al drieëntwintig jaar bij Hagelunie werkt en er twintig jaar directeur van is. Kees Geertsema is bestuurslid van de FOV. De glastuinbouw is enorm in ontwikkeling. Volgens de zogenoemde Economische Hoofdstructuur die door het Landbouw-Economisch Instituut is opgesteld, zal het aantal bedrijven in de komende jaren met tweederde afnemen. Toch zal het areaal onder glas gelijkblijven. Er treedt met andere woorden een enorme schaalvergroting op. Bedrijven van vijf of tien hectare zijn nu al geen uitzondering meer. Daardoor verandert ook de bedrijfsvoering in de glastuinbouw. De tuinders zijn managers geworden, ondernemers die hoge eisen stellen aan efficiency, informatievoorziening en advisering. Organisatie gekanteld"Konden we vroeger volstaan met verzekeringen produceren," zegt Kees Geertsema, "tegenwoordig moeten we goed naar de markt luisteren en daar de marktbewerking aan aanpassen. In de oude organisatie hadden we een traditionele binnendienst en buitendienst. In de nieuwe organisatie hebben we de sturing gezet op de processen waar die binnendienst en buitendienst in feite mee bezig zijn: enerzijds de verkoop inclusief inspectie en begeleiding tijdens de bouw en anderzijds, de keerzijde van de medaille, de schadebehandeling. Dat betekent dus een kanteling van de organisatie en dat heeft bij de mensen nogal wat teweeggebracht. Toch hebben wij als managementteam de indruk dat de kwaliteit van de dienstverlening aan verzekerden zal verbeteren als mensen zich voor een specifiek proces verantwoordelijk voelen." In de nieuwe organisatie zal de afwikkeling van kleinere schades in toenemende mate door de 'back office' worden uitgevoerd, bijvoorbeeld op basis van ingestuurde rekeningen (waarop dan natuurlijk wel een zekere controle wordt uitgeoefend). Geertsema: "Vooral de grotere schades met ingewikkelde oorzaken moeten meer onze aandacht hebben. Door het groter worden van de bedrijven, worden natuurlijk ook de bedragen waar het om gaat groter. Bovendien zien wij dat door deze schaalvergroting en kapitaalintensivering de omvang van de schadegevallen toeneemt." DifferentiatieWat de schadeontwikkeling betreft, heeft Hagelunie de vorige eeuw gunstig afgesloten. In bijna alle sectoren - alleen de fruitsector was daar een uitzondering op - is de schade door hagel of storm in 1999 bijzonder meegevallen. "Toch zou het premieniveau voor de hagelschadeverzekering eigenlijk wat omhoog moeten," zegt Kees Geertsema. "Niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland is de premie structureel aan de lage kant. Hagelschadeverzekeraars moeten wat dat betreft altijd een zeker evenwicht in de portefeuille zien te realiseren. Je kunt de premie wel over de hele linie verhogen, maar dan loop je het grote risico dat de klanten in gebieden met een wat gunstiger schadebeeld vertrekken. Waar hagel en storm wat frequenter voorkomen, blijven de mensen wel verzekerd. Ik ben bang dat het totaalresultaat dan nog negatiever wordt dan nu al het geval is." Hagelunie moet dus sterk differentiëren en doet dit onder meer op basis van nauwgezette statistieken die de maatschappij al sinds 1900 heeft bijgehouden. Elke hagelschade die tot uitbetaling komt, wordt nu op de postcode van het schadeadres geregistreerd. Daardoor is precies bekend in welke gebieden de risico's het grootst zijn. "Het wordt door de wetenschap bestreden," aldus Geertsema, "maar wij zien bijvoorbeeld de effecten van de inpoldering van het IJsselmeer. Voordat Zuidelijk en Oostelijk Flevoland waren aangelegd, was Westerbork de natste plek in Nederland, maar nu duidelijk niet meer. Zo merken we ook, zij het niet significant, dat het in een bepaalde hoek achter Rotterdam door de urbanisatie en industrialisatie in dat gebied wat meer hagelt dan vroeger." InternationaliseringVoor een werkelijke differentiatie echter is Nederland te klein en Hagelunie zal daarom in de toekomst tot een meer mondiale spreiding van de risico's moeten zien te komen. In feite vindt die spreiding nu door tussenkomst van de herverzekeraar plaats, maar als de risico's op een gegeven moment op een te klein oppervlak worden geconcentreerd, wordt herverzekeren steeds moeilijker. Hagelunie is al van oudsher operationeel in België en is ook actief op de Engelse markt en in het grensgebied met Duitsland. Daarnaast worden de klanten gevolgd die, op zoek naar meer ruimte, een bedrijf in bijvoorbeeld Frankrijk, Spanje of Italië beginnen. Voor taxaties en schadeafwikkelingen worden soms 'surveyors' ter plaatse ingezet, maar meestal gaat er een accountmanager van Hagelunie speciaal voor naar het buitenland. Omdat er in het buitenland nauwelijks gespecialiseerde hagel- en stormverzekeraars zijn, kloppen ook buitenlandse glastuinbouwondernemers voor hun verzekering bij Hagelunie aan. Geertsema: "De vraag vanuit het buitenland is op dit moment groter dan we kunnen beantwoorden. We krijgen aanvragen binnen vanuit Canada, Amerika en Australië. Maar daar hebben we natuurlijk te maken met heel andere risico's, natuurcalamiteiten, en ook met een ander type bedrijven. De elektriciteitsvoorziening is bijvoorbeeld niet overal zo goed ontwikkeld als in Nederland. In 2000 moeten we wat dat betreft onze koers verder bepalen." Onderlinge gedachteHagelunie is geen onderlinge meer, maar is nog wel lid van de FOV. "Het gaat erom hoe het tussen de oren zit," zegt Kees Geertsema. "Wij koesteren nog steeds de onderlinge gedachte en hebben die vertaald richting een coöperatief karakter. Onze Adviesraad is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de ledenraad van een onderlinge en het deel van het resultaat dat we niet voor de continuïteit van het bedrijf nodig hebben, gaat gewoon terug naar de klant. Wij hebben de structuur van een naamloze vennootschap, maar ik vind dat we wat het onderlinge karakter betreft op onze daden moeten worden afgerekend!" Verschenen in: de Onderlinge, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |