|
||
|
A.W. Kist, directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit (1999)
NMa gaat toezien op concentraties van verzekeraarsBij de inwerkingtreding van de Mededingingswet op 1 januari 1998 werd bepaald dat het toezicht op concentraties door de NMa (Nederlandse mededingingsautoriteit) de eerste twee jaar niet van toepassing zou zijn op de bank- en verzekeringssector. Per 1 januari 2000 komt er dus een einde aan die uitzonderingspositie. "Bij het beoordelen van fusies hebben wij als criterium dat er geen onaanvaardbare dominantie op de markt mag ontstaan. Of De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer in het verleden dat criterium ook hebben toegepast, is voor ons niet van belang." Aldus mr. A.W. Kist, directeur-generaal van de NMa, in een vraaggesprek met hem voor De Onderlinge. De uitvoering van de Mededingingswet is aan de NMa opgedragen. Bij deze gezaghebbende organisatie, die gevestigd is aan het Johanna Westerdijkplein in Den Haag, werken circa honderdtwintig medewerkers. De organisatie van de NMa weerspiegelt in feite de opzet van de Mededingingswet zelf en omvat, naast een stafsectie, drie operationele secties waarin juristen en economen samenwerken. De sectie Onderzoek, Toezicht en Ontheffingen is met name belast met de opsporing van kartels en misbruik van economische machtsposities. De sectie Concentratiecontrole is verantwoordelijk voor het toezicht op fusies, overnames en bepaalde typen joint ventures. De sectie Beschikkingen, Bezwaar en Beroep is belast met het opstellen van sanctiebeschikkingen en de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures. KeuzerechtIn het werk van de drie operationele secties van de NMa is 'het keuzerecht van consumenten' een kernbegrip. Kist zegt: "Aan de Mededingingswet ligt de centrale boodschap ten grondslag dat ons maatschappelijk economisch systeem in laatste instantie berust op het primaat dat aan het keuzerecht van consumenten, van verzekerden, geen afbreuk mag worden gedaan doordat er onderlinge afspraken over prijzen worden gemaakt, doordat er machtsposities worden misbruikt of doordat door een fusie zo'n onaanvaardbare machtspositie ontstaat. De NMa heeft de opdracht de Mededingingswet uit te voeren en dus om erop toe te zien dat aan dat keuzerecht geen afbreuk wordt gedaan." Getoetste gedragingenWas de bank- en verzekeringssector twee jaar lang uitgezonderd van het toezicht door de NMa op concentraties, die uitzondering betrof niet het toezicht op kartels en misbruik van economische machtsposities. Op die gebieden heeft de NMa al tal van gedragingen door verzekeraars naar aanleiding van ontheffingsverzoeken door of geschillen tussen betrokken partijen aan de Mededingingswet getoetst. Zo werd al begin 1998 aan een aantal verzekeringsmaatschappijen en takel- en bergingsbedrijven ontheffing verleend met betrekking tot de standaardovereenkomst Alarmeringsdienst-Berger. Ook vorig jaar toetste de NMa de samenwerkingsafspraken tussen Interpolis en Cobac, gericht op het voeren van kredietverzekeringen. De conclusie luidde toen dat ontheffing niet nodig was, omdat met de afspraken geen inbreuk werd gemaakt op het verbod in artikel 6 van de Mededingingswet (het verbod van mededingingsafspraken). De NMa merkte destijds zelfs op dat de samenwerking op de kredietverzekeringsmarkt, waar NCM veruit de grootste speler in Nederland is, niet concurrentiebeperkend maar eerder -bevorderend zou zijn. MillenniumbeleidActueel is de beoordeling door de NMa van het millenniumbeleid van het Verbond van Verzekeraars. Tijdens de algemene ledenvergadering van de FOV in mei 1998 moest Thijs Meinders in zijn presentatie van dit beleid nog een behoorlijk aantal slagen om de arm houden, in afwachting van wat de NMa ervan zou vinden. In augustus 1999 conludeerde de NMa met betrekking tot de vanuit het Verbond geadviseerde clausuleteksten, dat deze teksten niet onder de Nederlandse Mededingingswet vallen, maar onder de Europese groepsvrijstelling voor de verzekeringssector. Met betrekking tot de vangnetconstructie van één miljard gulden in de Nederlandse Millennium Herverzekeringsmaatschappij NV, opgericht door het Verbond van Verzekeraars, oordeelde de NMa dat het Verbond aannemelijk had gemaakt dat de verzekeraars met betrekking tot de dekking van millenniumschade in het vangnet niet in onderlinge concurrentie staan. Directeur-generaal Kist: "Ten aanzien van de regeling zoals het Verbond van Verzekeraars heeft getroffen, hebben wij onderzocht of er op de markt überhaupt een dekkingsaanbod voor het millenniumrisico zou komen. Het resultaat van het onderzoek was dat er voor dit risico geen aanbod van dekking komt. Onze conclusie op dat punt was dus: er is geen concurrentie en de afspraak die nu is gemaakt, is dus geen beperking van concurrentie." Fusies en overnamesPer 1 januari 2000 gaat het toezicht van de NMa dus ook gelden voor concentraties (fusies, overnames en bepaalde typen joint ventures) binnen de bank- en verzekeringssector. Dit concentratietoezicht is alleen van toepassing op ondernemingen die samen jaarlijks in totaal meer dan 250 miljoen gulden wereldwijd omzetten en waarvan minstens twee ondernemingen binnen Nederland een jaaromzet van minimaal 30 miljoen gulden halen. Tot 1 januari wordt het toezicht op concentraties door respectievelijk De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer uitgeoefend. Zal er daarna voor de sector iets wezenlijks gaan veranderen? Kist: "Wij hebben bij het beoordelen van fusies als criterium: ontstaat er op een markt een onaanvaardbare dominantie zodanig dat de nieuwe onderneming geen rekening meer hoeft te houden met concurrenten. Dat criterium passen wij toe en of nu De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer dat criterium ook hebben toegepast, is niet van belang. Bij het beoordelen van fusies kijken wij naar een aantal elementen in de markt: naar marktaandelen, naar mogelijkheden voor nieuwe toetreders op de markt en ook naar de macht van de andere kant, dus van de vraagzijde." OndernemersverenigingIn de Mededingingswet is een bijzondere plaats ingeruimd voor het begrip 'ondernemersvereniging'. Ook de FOV zal bij een toetsing van afspraken die binnen de vereniging zijn gemaakt, door de NMa als zo'n ondernemersvereniging worden aangemerkt. Betekent dit dat in feite verenigingen als de FOV in hun belangenbehartiging ten behoeve van de leden aan banden zijn gelegd? "Op zich is er niets tegen samenwerking," aldus Kist. "Wel moet men zich realiseren dat de onderwerpen van overleg aanzienlijk beperkter zijn geworden nu de Mededingingswet geldt. De Mededingingswet stelt eisen aan het handelen van ondernemers en ondernemersverenigingen en de NMa ziet erop toe dat die eisen ook daadwerkelijk worden nageleefd. Op dit gebied zijn er verschillende valkuilen. Zorg in de eerste plaats dat je geen overleg met elkaar hebt over zaken die inzicht geven in elkaars financiële positie en concurrentiepositie. Als wij daarachter komen, zit je doodeenvoudig fout. In de tweede plaats mag een ondernemersvereniging uiteraard haar leden faciliteren en voorlichten, standaarden invoeren enzovoort, maar niet behulpzaam zijn bij het maken van horizontale prijsafspraken, bij regelingen die in werkelijkheid nieuwe slimme ondernemers buiten de markt houden en dergelijke. De onderlinge verzekeringswereld verschilt vervolgens niet van het gewone bedrijfsleven. Duidelijk is wel dat de onderlinge verzekeraars een organisatievorm met een eigen dynamiek hebben. Wat dat betreft kijken we bij iedere markt naar de bijzondere kenmerken en beoordelen we of die gerechtvaardigde uitzonderingen op het mededingingsrecht toelaten. En dat zullen we dus in voorkomende gevallen ook bij de onderlingen doen." Verschenen in: de Onderlinge, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |