|
||
|
M. Boersma, directeur van AgriVer B.A. (1999)
Nieuwe producten, nieuwe gebieden en af en toe een hagelbuitje in meiAgriVer en Hagelunie zijn de marktleiders voor wat betreft de verzekering van hagel-schade aan gewassen te velde. In de verzekering van de glastuinbouw is de marktpositie van de maatschappij aanzienlijk minder groot, "maar dat biedt in ieder geval groei-perspectief," zegt Marien Boersma, sinds 1992 directeur van AgriVer B.A. in Hasselt. Begin jaren negentig van de vorige eeuw werd het uiterste noorden van de provincie Groningen door een aantal zware hagelbuien getroffen. De boeren in de gemeenten Warffum, Usquert en Uithuizen, verenigd in de 'Noorder Afdeling' van het Genootschap van Nijverheid, en de boeren in het even verderop gelegen Leens, besloten daarom tot de oprichting van een onderlinge hagelverzekering. Op 3 mei 1892 vond in café Prins te Groningen de oprichtingsvergadering plaats van de 'Onderlinge Hagelverzekering in Hunsingo, Westerkwartier en Fivelingo'. Een stukje naar het zuiden, in de Veenkoloniën, vond men zo'n verzekering maar een overbodige zaak. Het zou immers in de Veenkoloniën veel minder hagelen dan in de gebieden langs het Groningerwad. Echter, in de jaren 1908, '09 en '10 lieten de weergoden weten dat het allemaal toch anders lag. Op 1 juli 1910 werd daarom in het café van de weduwe Panman in Wildervank de Onderlinge Veenkoloniale Hagelverzekering Maatschappij opgericht. In totaal acht van dergelijke onderlinge hagelverzekeringsmaatschappijen, voorheen gevestigd op Walcheren en Noord-Beveland en in Hulst, Goes, Den Haag, Assen, Wildervank en Roodeschool, vormen nu AgriVer B.A., sinds kort gevestigd in Hasselt (Ov.). ProfielDe totstandkoming van AgriVer W.A. in 1988, voor de herverzekering van acht onderlinge hagelverzekeringsmaatschappijen en met de doelstelling één landelijk opererende hagel-verzekeringsmaatschappij AgriVer B.A. te vormen, is een lang verhaal van fusies, waarbij voorheen gezworen concurrenten uiteindelijk partners in zaken moesten worden. Pas in 1994 was het echt zo ver. Voor een enigszins centrale ligging ten opzichte van de vroegere vestigingen, werd voor huisvesting in Zwolle gekozen, in een gehuur-de kantoorruimte. Om het belegde vermogen te spreiden, maar ook op zoek naar een meer comfortabele werkruimte en meer eigen identiteit, werd in 1998 een kantoorpand in het schilderachtige Hasselt aangekocht. In juli 1999 vond de verhuizing plaats. Bij AgriVer werken momenteel elf medewerkers. Zij verzorgen de verzekering van hagelschade en daarnaast stormschade, transportschade, brandschade, vorst-, ijzel- en sneeuwschade aan landbouwgewassen, tuinbouwgewassen, sierteeltgewassen (bloembollen en boomkwekerij-gewassen), broeiglas(constructies), gewassen onder glas en overige bedrijfsgebouwen en inventarissen in de glastuinbouw. Voor hagelschade had de maatschappij in 1998 ruim 200.000 hectare landbouwgrond verzekerd, met daarop in hoofdzaak tarwe, fabrieks- en consumptie-aardappelen, suikerbieten en maïs. In 1998 overschreed het verzekerd kapitaal 2,5 miljard gulden (inclusief storm-, brand-, vorst- en transportdekking). Het aantal leden/verzekerden van AgriVer bedraagt ongeveer achtduizend. Alles tegelijkDirecteur Marien Boersma legt uit dat de verzekering van gewassen te velde van origine seizoenswerk met flinke pieken is. De verzekering van de glastuinbouw heeft ervoor gezorgd dat de activiteiten meer over het jaar zijn verspreid, maar de jaarlijkse cyclus van het zaaien, oogsten en opslaan van de gewassen is nog van grote invloed op het werk van de maatschappij. In het voorjaar krijgen alle achtduizend verzekerde boeren een teeltplan waarop zij kunnen aangeven wat zij dat jaar gaan verbouwen, evenals een begeleidend schrijven waarin voor een aantal gewassen de minimum en maximum te verzekeren bedragen en de daarbij behorende premies zijn vermeld. Op basis van de terugontvangen teeltplannen wordt elk jaar opnieuw voor elke boer een specifieke polis opgemaakt. Dat is een enorme klus waar extra mensen voor worden ingeschakeld, "maar dat is nodig," zegt Boersma, "want we willen de verzekerden de polisnota toesturen in de periode dat zij risico lopen. Het animo om nog een nota te betalen als het gewas al is geoogst en in de schuur ligt, is natuurlijk heel gering." De maanden waarin dit werk moet worden gedaan, zijn echter ook de maanden waarin zich schades kunnen voordoen. "En een hagelbui heeft nou eenmaal het kenmerk," zo vervolgt Boersma, "dat die nooit één boer alleen treft, maar altijd tientallen zo niet honderden boeren tegelijk. Nadat zo'n bui is gepasseerd, staan hier alle telefoons roodgloeiend en moeten we tegelijkertijd polissen maken en de schademeldingen registreren. Regelmatig zit ik daarom met gekromde tenen naar het weerbericht te kijken. Dan nadert er weer zo'n onweersbui en denk ik: daar gaan we weer!" Nieuwe gebiedenAgriVer heeft te maken met een sterke concurrentie in een krimpende markt. Er zijn cijfers in de landbouwsector die erop wijzen dat er dagelijks acht boerenbedrijven verdwijnen. "Niet alle landbouwgrond gaat als zodanig verloren," zegt Boersma, "maar toch worden veel gronden aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken. Kijk maar naar de woningbouw en zaken als de Betuwelijn. Ook de natuurbescherming is een belangrijk fenomeen. Voor ons is dat geen markt, want in een natuurgebied heb je geen opbrengstderving." Met het oog op de introductie van nieuwe producten, om zo nieuw marktaandeel te verkrijgen, wordt goed op de behoeften in de agrarische sector gelet. Zo treedt AgriVer sinds enkele jaren mede op als herverzekeraar van schade door de aardappelziekte bruinrot en doet de maatschappij momenteel know-how op als herverzekeraar van paarden. De introductie van de verzekering tegen de risico's van vogelvraat, waardoor boeren in de gelegenheid worden gesteld hun maïsplanten milieuvriendelijker (minder chemisch) te behandelen, was voor AgriVer publicitair wel een succes, maar de markt lijkt voor zo'n verzekering nog niet helemaal rijp. Marktuitbreiding betekent voor AgriVer niet alleen een verruiming van het assortiment, maar ook een gebiedsuitbreiding. "We hebben onze pijlen ook op het noordwesten van Duitsland gericht," zegt Boersma. "Dat gebied lijkt qua inrichting sterk op Nederland. Duitsland is een zeer traditioneel georiënteerde markt. Men heeft daar van oudsher een verzekeraar en die verzekeraars kenden onderling nauwelijks concurrentie. Maar dat is nu veranderd. Wij hebben daar contacten met een boerenorganisatie die coöperatieve doelen voor de boeren nastreeft. De verzekeringspoot daarvan treedt op als onze vertegenwoordiger in dat gebied. En dat geeft natuurlijk hele goede kansen." Onbegrijpelijk!Voor marktuitbreiding en marktbehoud is echter meer nodig dan productvernieuwing en gebiedsuitbreiding. Een hagelbui in mei vermag soms veel meer bereiken. "In onze sector wordt de cliënt vooral door de ramp in zijn directe omgeving geïnspireerd," zegt Marien Boersma tot slot. "Als het een jaar wat minder hagelt, dan zegt men: dat risico valt wel mee, dat loop ik zelf wel. Maar als je dan vraagt hoe lang het geleden is dat de boerderij voor het laatst is afgebrand, dan vindt men dat een rare vraag. Want die boerderij moet toch gewoon worden verzekerd?! Terwijl sommige boeren voor zeven, acht ton aan inkomsten op het veld hebben staan en dat risico nemen ze zelf wel. Onbegrijpelijk!" Verschenen in: de Onderlinge, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |