E. Gerritsen, voorzitter van de Stichting Salvage (1999)

Verbreding van diensten onderwerp van discussie

In 1998 werd ongeveer 4.700 keer een beroep op de Stichting Salvage gedaan om gedupeerden na een brand te helpen en de schade te beperken. Bovendien moest in zo'n 1.300 gevallen aandacht aan naastliggende panden worden besteed. Daarmee bleef de inzet van Salvage in 1998 nagenoeg gelijk ten opzichte van 1997. Deze trend duidt niet op stagnatie, maar is het gevolg van het feit dat nu een landelijke dekking van Salvage-activiteiten is bereikt. Een gesprek over de verdere ontwikkeling van Salvage met ing. E. Gerritsen, directeur van AMEV InterLloyd en voorzitter van de Stichting Salvage.

Vorig jaar was het eerste volledige jaar waarin de Stichting Salvage binnen de structuur van de Verzekeraarshulpdienst (VHD) in Apeldoorn opereerde. Voordien was het bestuur van het Verzekeraars Instituut voor Preventie eindverantwoordelijk voor de activiteiten van Salvage. Toen dit instituut tot het Nationaal Centrum voor Preventie werd verzelfstandigd, bestond de nadrukkelijke wens om de Salvage-activiteiten binnen de invloedssfeer van de gezamenlijke brandverzekeraars te houden. Egbert Gerritsen: "We moesten daarom naar een andere bestuurlijke ophanging van Salvage zoeken en we hebben die gevonden door een link te leggen met de afdelingscommissie Brand van het Verbond van Verzekeraars. Natuurlijk is het de taak van Salvage om een 'schouderfunctie' aan gedupeerden te verlenen, maar laten we niet vergeten dat de stichting niet alleen daarvoor door verzekeraars is opgezet. Salvage moet ook een eerste schadestop realiseren en een schadelastbeperking met zich meebrengen. Voornamelijk de brandverzekeraars hebben daar belang bij en daarom moest die bestuurlijke link met brandverzekeraars behouden blijven."

Onlosmakelijk verankerd

Egbert Gerritsen, bestuurslid van de afdelingscommissie Brand, werd gevraagd voorzitter van de Stichting Salvage te worden. Daarnaast vertegenwoordigt hij de beursverzekeraars in het dagelijks bestuur van de stichting. Het dagelijks bestuur bestaat verder uit mr. Chr. van Toor (FOV, namens de onderlinge verzekeraars) en mr. P.L.M. van Weerdenburg (Delta Lloyd, namens de overige verzekeraars). "Ik denk dat het heel belangrijk is geweest om dit zo op te pakken," aldus Gerritsen. "Een bestuur van uitsluitend verzekeraars, en dus zonder bijvoorbeeld experts en schoonmakers, dat naar de stichting heeft gekeken en vervolgens ervoor heeft gezorgd, onder meer door nieuwe statuten op te stellen, dat de stichting klaar is voor de volgende eeuw." Salvage is inmiddels overal in Nederland vertegenwoordigd. Ook in regio's die vroeger om principiële redenen niet meededen, bestaan nu lijnen tussen de brandweerkorpsen en Salvage-coördinatoren. Salvage is op die manier onlosmakelijk verankerd in de hulpverlening vanuit officiële instanties. "Hetgeen absoluut een pluim op de hoed van de vorige besturen betekent!" aldus Gerritsen.

Verbreding?

Gerritsen wil niet suggereren dat met de jongste veranderingen binnen Salvage per se een langdurige status quo is bereikt. Al enige tijd is er immers sprake van een herbezinning op het dienstenpakket van Salvage. Dit zou verbreed kunnen worden naar niet alleen dienstverlening bij brandschades, maar ook bij storm- en waterschades en zelfs milieuschades. In die gevallen kunnen Salvage-coördinatoren ook hulpverlening bieden, de schade beperken en het schaderegelingsproces in gang zetten. "De discussie hierover is interessant, maar niet gemakkelijk," zegt Gerritsen. "Salvage is succesvol doordat de Salvage-coördinator heel snel ter plekke kan zijn en individuele ondersteuning kan bieden nadat ergens brand is ontstaan. Maar bij storm- en waterschades is dat vaak anders. Dan is er niet één huis, maar dan zijn er vele huizen tegelijkertijd getroffen. Per regio hebben we dan onvoldoende Salvage-coördinatoren om op hetzelfde moment direct hulpverlening aan gedupeerden te bieden. Maar de menskracht is niet het enige probleem. De dienstverlening moet ook waardevol blijven. De verzekerde moet het gevoel hebben dat zo'n Salvage-coördinator werkelijk iets extra's geeft. Hij moet er blij mee zijn dat die man met die gele helm en die gele jas zich komt aanmelden. Onze dienstverlening moet daarom een toegevoegde waarde hebben en we moeten niet te veel in het vaarwater van de normale expertise gaan zitten." Voor Gerritsen blijft direct hulp verlenen de basis van het succes van Salvage. Hij zegt: "Zodra we dat niet meer kunnen waarmaken, komt een van de belangrijkste 'assets' van Salvage in gevaar. De discussie over hoe we het dienstenpakket kunnen uitbouwen op basis van het huidige succes, is daarom nog niet afgerond. Wel weet ik dat de brandverzekeraars in Nederland die discussie met veel belangstelling volgen."

Onverzekerden

Een belangrijk neveneffect van de Stichting Salvage is het positieve imago dat zij voor de verzekeringsbranche bij het grote publiek bewerkstelligt. Toch zoekt Salvage haar naamsbekendheid niet in de eerste plaats bij de eindconsument. Het zijn immers niet de verzekerden, maar de brandweercommandanten ter plaatse die de beslissing moeten nemen om via de VHD een Salvage-coördinator in te schakelen. De stichting werkt daarom voortdurend aan goede relaties met de brandweerkorpsen, onder meer door middel van presentaties over het succes van de werkwijze van Salvage. Het was ook naar aanleiding van opmerkingen vanuit de brandweer dat de Stichting Salvage de aanpak ten opzichte van onverzekerden heeft veranderd. Dit probleem speelde vooral in grootstedelijke gebieden, bijvoorbeeld in het geval van mensen die illegaal in Nederland verblijven. Brandweercommandanten vonden het vervelend als een Salvage-coördinator die zij hadden ingeschakeld, werkloos moest toezien omdat er geen verzekeringsdekking bestond. "We hebben daar vorig jaar uitvoerig met vertegenwoordigers van de brandweer over gesproken," aldus Gerritsen. "Natuurlijk kan een Salvage-coördinator rechtsomkeert maken als er geen polis is. Maar we hebben gezegd: Salvage is er niet alleen voor het financiële belang van verzekeraars. We willen in ieder geval een zeker minimum aan ondersteuning en dienstverlening bieden, dat we voor wie dan ook altijd beschikbaar stellen via de Salvage-coördinator. Die zal in zo'n geval bijvoorbeeld niet alle waardevolle spullen uit het huis laten halen om door middel van reconditionering zo veel mogelijk schade te beperken. Wel zal hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat de ramen worden dichtgespijkerd als dat nodig is. We willen in ieder geval voorkomen dat Salvage-coördinatoren zich moeten omdraaien en moeten zeggen: u bekijkt het maar!"

Vooral in steden

De Stichting Salvage is er voor beursverzekeraars, provinciale verzekeraars en natuurlijk ook onderlinge verzekeraars. Toch is het beroep op Salvage in de stedelijke gebieden groter dan op het platteland. "De kleine onderlingen kunnen als het ware de boerderij van de buren zien afbranden," zegt Egbert Gerritsen tot slot. "Zij zijn eerder ter plekke dan de Salvage-coördinator en ongetwijfeld zullen zij de handen uit de mouwen steken om hulp te bieden en de schade zo veel mogelijk te beperken. Daar is de noodzaak van Salvage wellicht wat minder groot dan in de steden, waar bijna niemand elkaar nog kent. Toch wordt het overal op prijs gesteld als er hulpverlening op gang komt!"

Verschenen in: de Onderlinge, 1999

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl