|
||
|
A.I.M. Kool, lid van het bestuur van de Verzekeringskamer (1998)
Toenemend toezicht op financiële integriteitNog dit jaar ontvangen alle verzekeraars het verzoek van de Verzekeringskamer om hun accountants speciale aandacht te laten geven aan de beleggingsorganisatie binnen de maatschappij. De bevindingen moeten dan via de managementletters van de accountants aan de Verzekeringskamer worden gerapporteerd. Een gesprek met drs. A.I.M. Kool AAG, lid van het bestuur van de Verzekeringskamer, over deze en andere vormen van toezicht op de (financiële) integriteit in de verzekeringsbranche. "Het begrip 'integriteit' en ook 'financiële integriteit' is lastig af te bakenen," stelt Ton Kool voorop. "Natuurlijk gaat het daarbij om zaken als integriteit bij beleggen en in het geval van nevenfuncties, dat is duidelijk, maar er is meer. Neem bijvoorbeeld iemand die jarenlang een te lage waarde van zijn huis aan de belastingen heeft opgegeven. Is die man integer of niet? Kan hij directeur van een verzekeringsmaatschappij worden of moet hij dat toch maar niet doen?" PragmatischToezicht van de Verzekeringskamer op (financiële) integriteit is niet nieuw. In de tweede helft van de jaren tachtig werd immers al de bestuurderstoetsing voor schadeverzekeraars en levensverzekeraars ingevoerd. Nadien werd vooral gekeken of deze toetsing ook op andere groepen betrokkenen van toepassing zou moeten zijn, zoals op commissarissen en wellicht in de toekomst ook op beleggers. Op basis van de Pensioen- en Spaarfondsenwet zal de toetsing ook voor pensioenfondsen worden voorgeschreven. De Integriteitsnota van het kabinet, die in december 1997 naar de Tweede Kamer werd gezonden, is nu nog een discussiestuk maar zal ongetwijfeld ook tot nieuwe wetgeving leiden. Voor de Verzekeringskamer zal de toetsing van zo'n tienduizend bestuurders en directeuren van pensioenfondsen een enorme toename van het werk betekenen. Ton Kool: "We zijn bezig om onze organisatie daarvoor aan te passen, maar met de honderddertig medewerkers binnen de Verzekeringskamer moeten we handige, pragmatische methodieken vinden om de taken die ons worden opgelegd, te kunnen uitvoeren. Voor sommige aspecten, zoals de beoordeling van de beleggingsorganisatie, zullen we in de toekomst gebruik gaan maken van de accountants van de maatschappijen. Wij ontvangen toch al standaard de managementletters van de accountants en kunnen dus bedrijven vragen om daarin speciale aandacht te laten geven aan bepaalde onderwerpen." GedragscodesDe Verzekeringskamer zal zich in het toezicht op (financiële) integriteit voor een groot deel richten op de naleving van de gedragscodes die in de loop der jaren door branches en ondernemingen zijn opgesteld. Binnen de verzekeringsbranche en de pensioenwereld zijn zulke gedragscodes, met name ook op het gebied van beleggen, vrij algemeen ingevoerd. De Verzekeringskamer is nog niet officieel belast met de toetsing van die naleving, maar zal deze opdracht hoogstwaarschijnlijk wel krijgen. Kool wijst erop dat de accountants van de instellingen ook op dit gebied kunnen worden ingeschakeld om te beoordelen of de gedragscodes worden nageleefd. Momenteel is de Verzekeringskamer vooral doende met vast te stellen waaraan dergelijke gedragscodes moeten voldoen en met te stimuleren, waar nodig, dat zulke gedragscodes worden ingevoerd. Een en ander gebeurt in nauw overleg met de koepelorganisaties in de branches, bijvoorbeeld ook met de FOV. "Ik denk dat het heel goed zou zijn," zegt Kool, "als ook de FOV een adviescode zou opstellen, bijvoorbeeld op basis van de modelgedragscode van het Verbond of van de Stichting Ondernemingspensioenfondsen. Die code kan dan enigszins op de onderlinge wereld worden toegespitst. Vergeet niet dat bestuurders van onderlingen in kleinere plaatsen vaak ook nog andere bestuurlijke of commerciële functies in de gemeenschap hebben. Die functies kunnen heel goed bij elkaar passen, maar ze kunnen ook tot een ongewenste belangenverstrengeling leiden. Iedereen moet daar heel voorzichtig mee zijn." Betrouwbaar en deskundigTon Kool geeft veel 'credit' aan het feit dat onderlinge verzekeraars een eigen controle-orgaan hebben in de vorm van de algemene ledenvergadering. "Toch is ons bij wet opgedragen om ook in de onderlinge wereld een eigen beleid en stem te hebben," zegt Kool. "Er moet een soort waakhond zijn die mede helpt voorkomen dat er gekke dingen gebeuren. Daarom zijn we ook zo gespitst op degenen die het dagelijks beleid doen en dagelijks aan de knoppen draaien. We willen dat dat altijd twee mensen zijn, het vier-ogen-principe, want het is link als maar één directeur of gedelegeerd bestuurslid het voor het zeggen heeft. Deze twee mensen worden dan op betrouwbaarheid en deskundigheid getoetst, terwijl de overige bestuursleden alleen op betrouwbaarheid worden onderzocht. Is er geen directie en zijn er niet twee bestuursleden aangewezen van wie geacht wordt dat ze het dagelijks beleid doen, dan vinden wij dat het hele bestuur op betrouwbaarheid en deskundigheid moet worden onderzocht. Vermoedelijk zullen we deze methode ook in de pensioenwereld gaan toepassen, maar dat is nog onderwerp van gesprek." ToetsingsformulierNog een instrument in het toezicht op (financiële) integriteit is het toetsingsformulier. De Verzekeringskamer overlegt momenteel met de twee andere toezichthouders, De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer, over de gezamenlijke ontwikkeling van een nieuw toetsingsformulier. Bestuurders en commissarissen binnen verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen moeten dit formulier invullen en melden wanneer er zich wijzigingen voordoen. Volgens Ton Kool is dit toetsingsformulier vooral ook een goed middel in het contact tussen de relatiebeheerders van de Verzekeringskamer enerzijds en de instellingen onder toezicht anderzijds. Hij zegt: "Het aantal relatiebeheerders wordt uitgebreid om beter invulling te geven aan het contact met de onder toezicht staande instellingen. In het periodiek overleg kan de relatiebeheerder een vinger aan de pols houden door onderwerpen als de beleggingsorganisatie en de gedragscode aan de orde te stellen, maar ook door naar mogelijke veranderingen te vragen in de antwoorden op het toetsingsformulier. Onze relatiebeheerders zullen zo integriteit in toenemende mate onderwerp van gesprek gaan maken." De schijn tegenKortom, de Verzekeringskamer maakt meer werk van het toezicht op (financiële) integriteit. Is daar reden toe? Waarom wordt een en ander niet aan zelfregulering overgelaten? Ton Kool: "In deze discussies denken mensen vaak dat ze onbetrouwbaar worden gevonden. Maar daar gaat het niet om. Op het gebied van financiën en verzekeren is het overgrote percentage van de mensen gewoon integer en gaat men goed met de regels om. Waar het wel om gaat is dat mensen vooral moeten voorkomen dat ze de schijn hebben van niet integer zijn of de schijn van ongewenste belangenverstrengeling. Want als er dan eens wat is, dan heb je de schijn tegen je en dan kun je het schudden. Dan kun je nog zo vrijuit gaan, maar het is wel afgelopen met je geloofwaardigheid." En over zelfregulering zegt Ton Kool tot slot: "Wij vinden ook dat het bewaken van de integriteit in de eerste plaats een zaak voor de instelling zelf is en pas in de tweede plaats een zaak voor de Verzekeringskamer of voor de overheid. Er moet iemand zijn die het laatste woord heeft en de bevoegdheid krijgt om 'overall' een vinger aan de pols te houden. De Verzekeringskamer heeft daarom een eigen verantwoordelijkheid en moet in opdracht van de overheid een check verrichten. Want stel dat we alles aan het veld overlaten. En dat er van al die duizenden die de zelfregulering passeren één toch een boef blijkt te zijn. Drie keer raden wie daar dan de schuld van krijgt!" Verschenen in: de Onderlinge, 1998 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |