M.J. Landlust en A.G. Jansma, directeuren van Schepen Onderlinge Nederland (1997)

Zicht op de klant aan de oever van de Maas

Op 1 juli betrok de Schepen Onderlinge Nederland een nieuw bijkantoor in Ridderkerk. De maatschappij heeft er een prachtige locatie gevonden: aan de oever van de Nieuwe Maas, iets stroomopwaarts vanaf de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. De medewerkers van het bijkantoor zien hun verzekerden voorbijvaren, zwaaien naar hen en schippers die de vlag van de maatschappij niet in top hebben, krijgen op hun waladres een vlag toegestuurd met het vriendelijke verzoek het dundoek alsnog te hijsen. Naar aanleiding van de nieuwe behuizing hadden we een gesprek met de directie van de maatschappij, M.J. Landlust en A.G. Jansma.

De Schepen Onderlinge Nederland is op 1 januari 1993 ontstaan vanuit de fusie van drie onderlingen: ZHM in Groningen (de eerder gevormde combinatie van de onderlingen Zeevaart en Hoogezand-Martens-hoek), Eendracht in Wildervank en Fortuna in Rotterdam. De maatschappij heeft sinds 1995 een hoofdkantoor aan de Schweitzerlaan in Groningen en nu sinds kort een bijkantoor op de Boelewerf in Ridderkerk. Dit bijkantoor is in de plaats gekomen van het kantoor aan de Westewagenstraat in het centrum van Rotterdam, het oude kantoor van Fortuna tegenover de Schippersbeurs. Gezien het afnemende belang van de Schippersbeurs was er nog weinig reden om op die moeilijk bereikbare plek gevestigd te blijven. Bij de Schepen Onderlinge Nederland werken momenteel vijfentwintig mensen.

Marktpositie

De Schepen Onderlinge Nederland verzekert schepen (casco, machinerieën en aansprakelijkheid voortvloeiende uit aanvaringen) tot een maximumbedrag van ongeveer 18 miljoen gulden per schip. Voor dit bedrag worden schepen gebouwd tot zo'n 7000 ton deadweight. De Schepen Onderlinge Nederland verzekert allerlei soorten schepen: drogeladingschepen, tankers, motorduwboten, sleepschepen, zeeschepen (kleine handelsvaart) en pleziervaartuigen, dus eigenlijk het hele spectrum behalve de grotere zeeschepen. Momenteel zijn zo'n 170 schepen in de kleine handelsvaart verzekerd, 960 schepen in de binnenvaart en een kleine 5700 schepen in de pleziervaart. In totaal bedraagt het verzekerd kapitaal 2,3 miljard gulden. De Schepen Onderlinge Nederland is momenteel via de Londense markt herverzekerd. De maatschappij is de enige schepenonderlinge in Nederland die de kustvaart verzekert en heeft de grootste pleziervaartvloot in haar portefeuille. Het premieinkomen van de maatschappij, ongeveer 40 miljoen gulden, is twee keer zo groot als dat van de naaste onderlinge concurrent.

Onderscheid

Jansma: "We hebben binnen de maatschappij heel duidelijk drie groepen: kustvaart, binnenvaart en pleziervaart. Elke groep moet zichzelf bedruipen - premieinkomen en schadeomvang moeten per groep in evenwicht zijn - en de resultaten van de ene groep worden dus niet direct beïnvloed door de resultaten van de andere. De algemene kosten van de maatschappij worden naar rato over de drie groepen verdeeld." Landlust: "We maken daarnaast een onderscheid tussen beroepsvaart en pleziervaart. De verzekerden in de beroepsvaart zijn leden van de onderlinge, maar de pleziervaartverzekerden niet. Het aantal verzekerden in de pleziervaart is vijf keer zo groot als het aantal beroepsvaartverzekerden, maar zij vertegenwoordigen minder dan tien procent van het premieinkomen. Om te voorkomen dat de pleziervaart tijdens de ledenvergadering de beroepsvaart kan overstemmen, hebben we duidelijk gekozen voor beroepsvaartleden en pleziervaartverzekerden."

Marktbewerking

Na de fusie in 1993 is de Schepen Onderlinge Nederland flink gegroeid, met name in de pleziervaart (een groei van tien à vijftien procent per jaar) en in de binnenvaart. Momenteel is de markt iets rustiger en is er dus alle reden om flink aan de weg te timmeren. De maatschappij doet dit vooral door aanwezig te zijn op beurzen, open dagen en evenementen die met scheepvaart hebben te maken, niet alleen in Nederland maar sinds vorig jaar ook in België en Duitsland. Daarnaast probeert de maatschappij zo goed mogelijk zicht te hebben op koop- en verkooptransacties van schepen, omdat dan immers ook nieuwe verzekeringen kunnen worden afgesloten. Switchen tussendoor gebeurt eigenlijk alleen als er ontevredenheid over een verzekeringsmaatschappij bestaat. Jansma: "We zijn uit op groei, maar binnen bepaalde proporties want we willen het graag leuk kunnen bijhouden. Een groei van vijf à tien procent vinden we prima - het hoeft niet in één keer veel forser te zijn." Landlust: "We zouden veel sneller kunnen groeien door alles te accepteren wat er aangeboden wordt. Wij proberen echter heel selectief te zijn. Wat telt is de mentaliteit van de eigenaar, de kwaliteit van het aangeboden object en ook sluiten wij vaartuigen uit die voor bepaalde risicovolle werkzaamheden worden gebruikt."

Bedreigingen?

Liggen er voor de Schepen Onderlinge Nederland bedreigingen in het verschiet? "Ik verwacht ze niet," zegt Jansma. "Wij verwachten dat de markt nog zal groeien. Weliswaar zal het aantal schepen iets afnemen, maar de grootte van de schepen neemt toe. Wij zullen daar zeker in gaan meedraaien." Volgens Jansma is er in de branche altijd wat marktreactie op de premies van de Londense assurantiebeurs. Deze zijn soms lager dan van de Schepen Onderlinge Nederland, maar moeten dan na een periode van verlies weer worden opgeschroefd. Iets soortgelijks deed zich een aantal jaren geleden voor, toen een Franse verzekeraar met lage premies en lage eigen risico's op de Nederlandse markt kwam. Na amper drie jaar raakte de portemonnee leeg en nu nog wachten sommige verzekerden op hun geld. Landlust tot slot: "Ik denk dat op het ogenblik de Nederlandse onderlingen een grotere bedreiging zijn voor de verzekeraars in het buitenland, dan andersom. Wij zijn heel duidelijk ook op het buitenland gericht en een aantal van onze collega's evenzeer. Maar de Belgische en ook de Duitse onderlingen zijn totaal niet bezig met de Nederlandse markt - die uiteraard de grootste scheepvaartmarkt is. Wij merken niet dat zij ook maar één blik in onze richting werpen."

Schadebeeld in de scheepvaart

Elke deeltak in de scheepvaartverzekering kent zijn eigen schadebeeld. In het algemeen neemt de schade door aanvaringen af, doordat de schippers over betere communicatie- en navigatieapparatuur beschikken dan vroeger. Absoluut gezien zijn de schades in de kustvaart het grootst. Wanneer een schip bij eb in een getijdehaven op een oneffen zaat komt te rusten, kan de schade door inzettingen van de bodem al gauw een miljoen bedragen. Een vergelijkbare schade aan een binnenvaartschip kan vaak al met anderhalve ton worden afgedaan. Schades in de pleziervaart komen het meest frequent voor, veelal door onkunde van de schippers of onvoorzichtigheid van de opvarenden. Veel preventieactiviteit van de Schepen Onderlinge Nederland is dan ook op deze groep gericht, bijvoorbeeld in de vorm van mailings over gasaansluitingen, ijsgang en winterberging. De beroepsvaart wordt preventief geïnformeerd via 'Logboek', het eigen blad van de maatschappij, en door middel van lezingen tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering in mei. De maatschappij wil daarnaast in de toekomst actief overleggen met de Scheepvaartinspectie, onder andere om gedaan te krijgen dat ankers tijdens de vaart in veilige kluizen worden opgehangen. Nu nog kan een anker bij een aanvaring een schip in de lengte openrijten, waarna zinken niet zelden onvermijdelijk is.

Verschenen in: de Onderlinge, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl