|
||
|
C.J. de Swart, voorzitter van de Raad van Bestuur van Stad Rotterdam (1997)
Marktordening op basis van gezond verstandMr. C.J. de Swart, voorzitter van de Raad van Bestuur van Stad Rotterdam, werd per 1 januari 1997 voorzitter van de sector schade van het Verbond van Verzekeraars. De Swart begon zijn carrière drieëndertig jaar geleden bij het schadebedrijf van Stad Rotterdam en heeft met name in de jaren zeventig en tachtig belangrijk werk verricht voor de schadebranche. Nu is hij weer terug aan het schadefront en heeft hij inmiddels kunnen constateren dat de actuele 'issues' eigenlijk nog dezelfde zijn als destijds. Nog steeds tobt de branche met de cyclus van premieverlagingen onder de druk van concurrentie- en telkens daaropvolgend een noodzakelijk herstel van het rendement. "Ik denk dat gezond verstand bij schadeverzekeraars wel nooit aanwezig zal zijn," aldus De Swart. De Swart is al enige jaren lid van het bestuur van het Verbond van Verzekeraars. Aan hem werd gevraagd voorzitter te worden van de sector schade toen Jhr. mr. J.P.E. Teding van Berkhout had aangegeven met pensioen te zullen gaan. De Swart is generalist in de verzekeringsbranche, maar zijn hart ligt nog altijd bij de schadeverzekeringen. Al in de jaren zeventig was hij lid van de commissie overleg schadeverzekeringen, later de stuurgroep platform schade. Dit overleg was tot stand gebracht - overigens pas in tweede instantie ook met de onderlinge verzekeringmaatschappijen - om het schadebedrijf opnieuw rendabel te maken. "Dat overleg is heel nuttig geweest," zo zegt De Swart nu, "omdat wij, de intermediairverzekeraars, toch met de onderlingen verder moesten in die overvolle schadeverzekeringsmarkt. In die tijd zijn collega's van mij op 'zendingsarbeid' naar onderlingen gegaan, vooral landbouwonderlingen, om hen te vragen mee te doen aan het herstel van het rendement in het schadebedrijf. Dat is heel nadrukkelijk aan de orde geweest en het heeft ook resultaat gehad, het rendement is in die jaren weer behoorlijk verbeterd. Tegelijkertijd heeft het ook de enorme opkomst betekend van direct writers en onderlingen, die toen enorm veel marktaandeel in de particuliere schadeverzekeringen hebben gewonnen. Dat is goed geweest voor het rendement, maar slecht voor het marktaandeel van de intermediairverzekeraars. Sommige collega's waren destijds zelfs bang dat ze door de onderlingen tot in de Randstad zouden worden teruggedreven!" Marktordening"Als je nu naar het krachtenveld in het schadebedrijf kijkt," zo vervolgt De Swart, "dan zijn we net weer uit een dal gekropen. Op met name autoverzekeringen hebben we allemaal ontzettend veel verloren en dat zijn geen kinderachtige bedragen geweest. Maar ook nu weer hebben we gezien dat het vrij gemakkelijk is om uit een dal te klimmen als verzekeraars maar allemaal hun schadecijfers in het diepe rood cijferen. Want dan zijn we wel bereid om gezamenlijk een herstel van het rendement te bewerkstelligen. Maar du moment dat het weer even goed gaat in het schadebedrijf, maken we elkaar allemaal weer gek en gaan we premies verlagen om leuke dingen te doen voor de consument. Ik zie dat nu gebeuren bij auto, inboedel en opstal en ik maak me daar buitengewoon zorgen om. Dat proces is niet ingezet door de onderlingen, zeker niet. Helaas moet ik bekennen dat dit proces door een aantal collega-verzekeraars is ingezet, onder het motto dat zij marktaandeel verliezen aan andere maatschappijen, welke dat dan ook mogen zijn. In een bedrijfstak met toch al een karig rendement vind ik dat buitengewoon zorgelijk. Ik vind het daarom zeker mijn taak als voorzitter van de sector schade om een zekere marktordening in stand te houden!" Gezond verstandDe Swart stelt zich hiermee een lastige opdracht, zo weet hij ook zelf. De tijd waarin branche-afspraken mogelijk waren is voorbij, zelfregulering is niet of nauwelijks meer toegestaan. In feite ontbreekt elk instrument om marktordening vanuit de branche zelf te bewerkstelligen. "Toch vind ik het een belangrijk onderwerp voor het sectorbestuur schade," zegt De Swart. "Natuurlijk realiseer ik me dat elke verzekeraar in het eigen bedrijfsbeleid vrij is om dingen te doen die men voor het eigen bedrijf noodzakelijk acht. Het enige dat je kunt doen en dat nog steeds mag in Nederland, is praten met elkaar en een beroep doen op elkaars gezonde verstand. Wil je als ondernemer in een overvolle markt toch nog iets aan schadeverzekeringen verdienen, dan telt maar één ding en dat is gezond verstand. Wie in een overvolle markt marktaandeel denkt terug te winnen ten koste van andere verzekeraars, zal alleen maar op tegenmaatregelen van die andere verzekeraars stuiten. Niemand kan zich immers permitteren om niet te reageren als er aanzienlijk lagere producties in nieuwe verzekeringen worden gemaakt. Daarom ontmoeten we elkaar op een gegeven ogenblik weer in dezelfde marktverhoudingen - want achteraf blijkt altijd dat men geen marktaandeel gewonnen heeft - alleen op een aanzienlijk lager premieniveau. Zo houden we met elkaar de cyclus in stand, doordat het gezonde verstand ons telkens een aantal jaren in de steek laat. Ik denk dat het echte gezonde verstand bij schadeverzekeraars wel nooit aanwezig zal zijn." Andere ontwikkelingenDe sector schade van het Verbond van Verzekeraars zal in de komende jaren nog tal van andere ontwikkelingen in de branche moeten bestieren. De Swart wijst op bijvoorbeeld de invoering van employee-benefit-verzekeringen en in het verlengde daarvan de benutting van het distributiekanaal werkgever-werknemer. "Prachtig allemaal," zo zegt hij, "maar ik wijs er voortdurend op dat de marges voor de verzekeraars laag zullen zijn. Dat is nu eenmaal inherent aan collectieve verzekeringen, of dat nou ziektekosten-, auto- of arbeidsongeschikt-heids-verzekeringen zijn." Nog een ontwikkeling is de trend van schuldaansprakelijkheid naar risicoaansprakelijkheid ter bescherming van de zwakkeren in de samenleving. De Swart: "Als verzekeraars kunnen we daar niets tegen inbrengen. Ik vind het ook een terechte roep vanuit de maatschappij en vanuit de politiek. Maar we moeten ons wel realiseren dat alles zijn prijs heeft en dat die prijs uiteindelijk bij de consument wordt neergelegd!" Last but not least zal de organisatie van het Verbond van Verzekeraars een boeiend discussiepunt blijven. De Swart benadrukt dat na 'Veldhoven' in de verbondsstructuur veel ten goede is veranderd en dat het Verbond prima werk aflevert. Wel wil hij streven naar meer efficiency, onder meer door ordening aan te brengen in het grote aantal commissies. Hij zegt: "Uiteindelijk gaat het erom dat elke verzekeraar - groot, middelgroot en klein, direct writer, onderlinge en intermediair-verzekeraar - zich bij het Verbond thuis voelt. Dat het een club is die voor onze belangen vecht. Daarbij moeten we zien te voorkomen dat de grote verzekeraars in alle afdelingen, commissies en sectorbesturen te dominant aanwezig zijn, want dat is nergens voor nodig." Niets mis meeStad Rotterdam was in 1720, in de tijd dat verzekeren nog uitsluitend een onderlinge aangelegenheid was, de eerste verzekeringsmaatschappij op het Europese continent in de vorm van een naamloze vennootschap. Toch voert het miljardenconcern ook nog steeds de directie over een onderlinge, te weten de Onderlinge Woudsend, "en die koesteren we nog altijd," zo zegt De Swart tot slot. "De onderlinge is nog steeds een unieke rechtspersoon-vorm. Ik denk ook dat veel onderlingen gemakkelijk zullen kunnen blijven bestaan. Natuurlijk hebben wij er soms enorm veel last van, maar daar is het concurrentie voor, daar is niets mis mee." Verschenen in: de Onderlinge, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |