|
||
|
D.J. Mommaal, directeur van Juwon (1993)
Onderlinge voor juweliers houdt de markt in toomDe onderlinge schademaatschappij voor juweliers, de Juwon, is nog jong. Het eerste lustrum is nog maar net gevierd. Welke waaghals komt nu op het idee om goud, zilver, juwelen, uurwerken en allerlei andere kostbaarheden te gaan verzekeren? Voor wie er even over nadenkt en de kranten leest, lijken de risico's ondraaglijk. D.J. Mommaal is mede-initiatiefnemer van de Juwon en hij dacht er langer over na. "De Juwon is ontstaan vanuit een onvrede over de macht van de verzekeraars op dit gebied," zo zegt Mommaal. "Je hebt een stuk of vijf makelaars die hun verzekeringen onderbrengen bij uiteindelijk enkele beurs-assuradeuren. Daar komen alle lijntjes uit. Zo'n zes jaar geleden was iedereen daar nog happy mee. Als de een omhoog ging, ging de ander mee. Ieder had zijn deel en liet de ander met rust. De branche had niets te vertellen. De premies gingen omhoog, de veiligheidseisen gingen omhoog en kortingen: ho maar. Samen met een kennis heb ik toen bedacht wat er voor de juweliers nou mogelijk was om het risico verzekerbaar te houden. Een onderlinge!" Gouden gedachteVroeger werkte Mommaal zelf ook in verzekeringen van zware risico's, waaronder die van juweliers. In de tijd dat de oprichting van de Juwon speelde, 1987, was hij echter zelfstandig ondernemer op preventiegebied. Met zijn collega werkte hij het idee van de onderlinge uit en ze beschreven het plan in een rapport. Om er in de branche een draagvlak voor te vinden, legden ze dit voor aan de Federatie Goud en Zilver. Dit is de overkoepelende organisatie van verenigingen voor de edelmetaalindustrie, de goud- en zilversmeden, de groothandel voor goud, zilver en uurwerken en de juweliers- en uurwerkenbranche. "Ons plan bleek een gouden gedachte op het juiste moment," vertelt Mommaal. "De Federatie Goud en Zilver probeerde net in die tijd de premies naar beneden te krijgen, gezien het redelijk gunstige schadebeeld in de laatste jaren. Eigenlijk hadden de betrokken assuradeuren van premies verlagen nog nooit gehoord, maar het kon volgens hen toch op één manier. Er moest een beveiligingscursus voor juweliers komen en wie voor de cursus was geslaagd, zou een premiekorting krijgen." Groen licht"Die cursus werd opgezet," zo vervolgt Mommaal, "en na afloop vroeg men natuurlijk: waar blijft nou mijn korting? Dit bleek echter in de praktijk wat moeilijker dan in theorie!" Toevallig slechts een paar dagen later diende Mommaal zich bij de Federatie Goud en Zilver aan. "Wat wil je nog meer! We legden een heel plan op tafel voor een onderlinge en men vond het natuurlijk een prima idee. Samen met de Federatie, de kapitaalverschaffer, is het plan toen verder uitgewerkt. We hebben ook een enquête onder de leden gehouden en we kregen stapels positieve reacties terug. Op een gegeven moment heeft het bestuur van de Federatie groen licht gegeven en in januari 1988 zijn we daadwerkelijk gestart. Toen is de onderlinge opgericht en opgetuigd." Te overzienDe Juwon verzekert uitsluitend juweliers, uurwerkherstellers en goud- en zilversmeden die lid zijn van een bij de Federatie aangesloten vereniging. "De groothandel doen we nog niet," zo zegt Mommaal. "Juweliers en goud- en zilversmeden zijn te overzien, die kun je beter afschermen." De Juwon voert één produkt: een zogenoemde blockpolis met een all-risk dekking van risico's op het gebied van brand, inbraak, overval en winkeldiefstal en ook van risico's buiten het pand, bijvoorbeeld bij thuiswerkers of klanten. De onderlinge wordt geleid door een tweehoofdige directie: Mommaal is operationeel directeur en namens de Federatie Goud en Zilver is drs. Th. Vermeulen financieel directeur. De Juwon is statutair gevestigd in Den Haag; de administratie wordt in opdracht van de Federatie uitgevoerd door Mommaal Beheer BV te Bergambacht. Twintig procent"Als je met iets nieuws komt, dan moet je de mensen natuurlijk iets bieden, want anders werkt het niet," vervolgt Mommaal. "Wij boden de mensen het eerste jaar twintig procent korting op de premie. Die korting konden we gewoon geven, daar hoefden we niet over na te denken. Want wij zijn een maatschappij en dus valt de tussenpersoon er tussenuit. Dat scheelt twintig procent. Voor het tweede jaar deden we de mensen een offerte volgens onze eigen premieberekening. Vaak kregen ze dan nog meer dan twintig procent korting! Anderen kregen bijvoorbeeld zeventien procent, dus altijd nog heel behoorlijk. Er waren er ook die een premie betaalden, waar wij niet aan konden komen. Dat waren mensen die elk jaar hun polis hadden opgezegd en over de premie waren gaan onderhandelen - zo zie je maar weer." De actie had succes. In het eerste jaar groeide het aantal leden tot bijna driehonderd. Nu telt de onderlinge zo'n zeshonderdvijftig leden en verzekert ze daarmee zo'n vijftig procent van de juweliers en goud- en zilversmeden die bij de verenigingen van de Federatie zijn aangesloten. Klappen gehadHoe is sinds de oprichting het schadebeeld geweest? Mommaal: "We wisten dat we het eerste jaar sowieso met verlies zouden werken. Dat is logisch, want in het begin heb je door de noodzakelijke premiereserve eigenlijk niks, behalve kosten en schade. Het technisch resultaat over de eerste drie jaar was echter positief, met een schadepercentage van minder dan zestig procent. Het vierde jaar, 1991, was een rampjaar met een exposie van overvallen en rouwdouwwerk - verschrikkelijk. Het schadepercentage steeg naar bijna honderd procent van de geboekte premie. Een naheffing bij de leden is bij ons niet mogelijk, zodat we een beroep hebben moeten doen op onze herverzekeraars. Het afgelopen jaar is ook een slecht schadejaar geweest, maar minder ernstig dan het jaar daarvoor. Dus we hebben klappen gehad, maar onze concurrenten ook." Om moeilijke gesprekken met de herverzekeraars te voorkomen, heeft de Juwon per april 1992 de premies verhoogd, met twintig procent. "Daardoor zijn er tot nu toe zo'n tien leden vertrokken," zegt Mommaal tot slot. "Dat noem ik niet dramatisch. Er zijn er in die tijd ook weer veertig bijgekomen, dus waar praten we over. De mensen weten gewoon dat de premie weer omhoog zou schieten, als er geen onderlinge meer zou zijn." kadertekstDe Juwon kende in 1991 een moeilijk jaar. Het schadebedrag voor de onderlinge bedroeg 2,3 miljoen gulden en dat was bijna evenveel als het premie-inkomen dat jaar (2,4 miljoen). In 1992 groeide het aantal leden naar 650 en de geboekte premie steeg daardoor met 18,5% tot bijna 2,9 miljoen gulden. De schadelast stabiliseerde zich, waardoor het technisch resultaat in 1992 beter was dan het jaar ervoor. Het is de verwachting dat het premie-inkomen in 1993 de grens van 3 miljoen gulden zal passeren. Het verzekerd kapitaal van Juwon bedraagt op het moment ruim 350 miljoen gulden. Verschenen in: de Onderlinge, 1993 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |