R. van Klinkenberg, voorzitter van de hoofddirectie van Univé Verzekeringen (1992)

"Preventie is een kwestie van mentaliteit"

Hoe ver moet je en kun je als verzekeraar gaan in het stimuleren van schadepreventiemaatregelen? Deze vraag hebben we voorgelegd aan drs. R. van Klinkenberg, voorzitter van de hoofddirectie van Univé Verzekeringen. Van Klinkenberg, vroegere voorzitter van de beleidscommissie preventie, vindt dat preventiemaatregelen eerder vanuit het hart dan vanuit de portemonnee moeten komen.

De eerste man van een overkoepeling van onderlinge maatschappijen moet haast wel 'preventieminded' zijn. In ons gesprek met hem blijkt zijn betrokkenheid bij het onderwerp al snel. Gemakkelijk geeft Van Klinkenberg een opsomming van geslaagde acties en maatregelen op preventief gebied in de laatste jaren. Hij prijst het werk van TBBS - Bureau voor Schadepreventie en van de beleidscommissie preventie van de FOV. Hij noemt de initiatieven op het gebied van brandpreventie (bijvoorbeeld ten aanzien van brandbare isolatiematerialen) en de beperking van stormrisico's (ten aanzien van de bevestiging van golfplaten). Hij wijst verder op uiteenlopende onderzoeksitems, van risico's bij het drogen van uien tot veilige koppelingen tussen trekkers en landbouwwerktuigen. Goede initiatieven volgens Van Klinkenberg, "maar ik denk," zegt hij, "dat er in het algemeen nog steeds te weinig aan preventie wordt gedaan."

De verzekerde kan kiezen

Verzekerden kunnen dus nog wel wat 'stimuleringsmiddelen' gebruiken. Een gratis verstrekking, dat wil zeggen de verzekeraar betaalt de kosten van de maatregelen, is volgens Van Klinkenberg maar zelden mogelijk. "Daarvoor zijn de contracten tussen de verzekeraar en de verzekerde veelal veel te kort," zegt hij. "Je zou dan een hoeveelheid geld voor een individuele verzekering op tafel moeten leggen en dat geld verdien je misschien nooit meer terug." Meer praktisch dan een gratis verstrekking is een bijdrage in de kosten, bijvoorbeeld in de vorm van lagere premies als er preventieve maatregelen zijn genomen. Van Klinkenberg geeft aan, dat al tal van produkten rond die gedachte zijn opgebouwd, bijvoorbeeld brandverzekeringen inzake gecompartimenteerde gebouwen, "maar," zegt hij, "er gebeurt eigenlijk meer in de sfeer van beperkingen en uitsluitingen. Dat wil zeggen, de verzekerde kan kiezen: ňf preventieve maatregelen ňf meer beperkingen, dus meer eigen risico, meer beperkende voorwaarden in de dekking, soms een hogere premie of zelfs een absolute uitsluiting."

Elke maatregel belonen?

De klant de keuze laten tussen preventie of uitsluiting drukt ongetwijfeld het algemeen schadeniveau. Maar moet uiteindelijk niet elke risicoverkleinende maatregel op enigerlei wijze worden beloond? Van Klinkenberg: "Theoretisch gezien: ja, maar praktisch gezien ligt het anders. Er is een samenhang tussen het risico dat er schade optreedt en de mogelijkheid om risicoverkleinende maatregelen te belonen. Neem bijvoorbeeld inboedels van lage waarde. Voor een inboedel van tachtigduizend gulden betaal je iets van honderd gulden verzekeringspremie. Het meeste daarvan is nodig voor de kosten van de verzekering. Je kunt misschien nog vijf gulden korting geven als er beveiligingsmaatregelen worden genomen, maar dat telt natuurlijk niet aan. Bij dure inboedels is het weer zo, dat je de beveiliging gewoon eist, anders verzeker je hem niet. Wel kan het gebeuren, dat door goede preventie het gemiddelde schadebedrag naar beneden gaat. Dan kun je dus naar een lagere premie toe voor de verzekerden, maar dat geldt dan vanzelfsprekend wel voor álle verzekerden."

Niet in geld uit te drukken

Op dit punt rijst natuurlijk de vraag: heeft preventie het gemiddelde schadebedrag al naar beneden gebracht? "Het is heel vervelend," zegt Van Klinkenberg, "maar die vraag is niet te beantwoorden." Hij stelt dat het rendement van preventie nauwelijks is te becijferen. Er zijn weliswaar acties geweest, en Van Klinkenberg wijst daarop, die een aanwijsbaar schadeverkleinend effect hebben gehad. De toepassing van andere materialen bij de bouw van tuindersschuren is daar een goed voorbeeld van: het aantal branden nam in vijf ŕ tien jaar drastisch af. Maar in het algemeen is het volgens Van Klinkenberg moeilijk om het effect van preventie te isoleren van andere effecten op het schadeniveau. Hij zegt: "Het brandschadebeeld in de agrarische sector bijvoorbeeld vertoont de laatste jaren een daling. Maar komt dat nu doordat de bouwwijze wezenlijk veranderd is? Of komt het doordat de bedrijfsvoering anders is? Hooi kom je bijna niet meer tegen en het is nu allemaal kuilvoer. Je kunt preventie zo moeilijk isoleren van al die andere invloeden die een positieve bijdrage aan risicobeperking hebben geleverd. Preventieve maatregelen moeten we sowieso nemen, absoluut, maar omdat je het effect ervan niet in geld kunt uitdrukken is de discussie wel: hoeveel?"

Mentaliteit

"Preventie dient voor verzekerden en verzekeraars hetzelfde doel," zo besluit Van Klinkenberg, "namelijk dat de schade niet optreedt. Want bij schade is er ook altijd een immateriële kant die nauwelijks of helemaal niet is te vergoeden. Op het gebied van preventie moeten verzekerden en verzekeraars daarom hand in hand samengaan. Daarbij zou je eigenlijk een mentaliteitswijziging op gang moeten brengen. Want we constateren dat veel schades voorkomen omdat mensen op een gegeven moment gewoon wat minder alert zijn. Financiële problemen of problemen in het gezin leiden ertoe dat de kans op schade toeneemt. Een attitudeverandering is daarom veel belangrijker dan alle technische zaken die je kunt regelen. Om dit te bereiken zijn er bijvoorbeeld contacten met onderwijsinstellingen gelegd om preventie standaard in de lessen mee te nemen. Zo wordt jong geleerd wat later als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Je ziet ook, dat als je maar goede voorlichting geeft, dat dan de verzekerden preventie veel belangrijker vinden dan de verzekeraars. Want geen enkele boer heeft er belang bij als tijdens een storm z'n dak wegwaait en al z'n koeien in het noodweer komen te staan!"

Verschenen in: de Onderlinge, 1992

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl