H.J. Moraal, procureur-generaal bij het Openbaar Ministerie (2010)

Verzekeringsfraude: veel daders, veel doelen en weinig pakkans

Tijdens de Preventiedag in november 2009 in het Nederlands Spoorwegmuseum was de speech van mr. H.J. Moraal, procureur-generaal bij het Openbaar Ministerie, het slotakkoord van de dag. In het verslag over de Preventiedag in het decembernummer van 'de Onderlinge' is aangekondigd dat op deze bijdrage nog zou worden teruggekomen. Hieronder volgt de samenvatting ervan.

Han Moraal begon zijn lezing met een verwijzing naar een artikel in het NRC Handelsblad, waarin was uiteengezet hoe je met de OV-chipkaart voor een fractie van de werkelijke reissom kunt reizen. Het had hem getroffen dat slechts één lezer in een ingezonden brief zijn afkeuring hierover had uitgesproken. "Een beetje fraude is blijkbaar algemeen geaccepteerd," aldus Moraal, "vooral als het van de grote hoop gaat. Zo'n vervoersbedrijf of zo'n verzekeraar kan immers wel wat hebben."

Sociaal geaccepteerd

Moraal gaf in zijn inleiding eerst een schets van het probleem 'verzekeringsfraude'. "Een belangrijk kenmerk is dat weinig mensen, buiten de verzekeraars, het als een probleem ervaren. Het is gewoon een van die onderwerpen waarover je zonder schroom op verjaardagen praat. Je zomervakantie bekostigen door bij je reisverzekering een verloren Ray-Ban zonnebril te declareren, is blijkbaar heel gewoon in Nederland. Zo gewoon zelfs, dat er in sommige jaren bij de gezamenlijke reisverzekeraars meer Ray-Bans worden gedeclareerd dan er in totaal zijn verkocht. Als gevolg van deze flexibele moraal loopt de jaarlijkse schade voor de verzekeraars in de honderden miljoenen. Volgens het Verbond van Verzekeraars wordt er jaarlijks voor zo'n miljard euro gefraudeerd met verzekeringsclaims. Een groot probleem dus waarvoor verzekerden die te goeder trouw zijn, de rekening betalen." Volgens Moraal wordt de sociale acceptatie van het fenomeen verzekeringsfraude door drie factoren verklaard: het gevoel van 'de grote hoop', de anonimiteit bij het claimen en de mogelijkheid tot 'grijs rijden'. "Verzekeringsfraudeurs hoeven niet staalhard te liegen", aldus Moraal. "De meesten vertellen een halve waarheid. Grijs rijden heeft als psychologisch voordeel dat de fraudeurs niet keihard hoeven te kiezen voor crimineel gedrag. Ze sussen hun geweten met het idee dat ze slechts een beetje frauderen. Dat zoiets niet bestaat, weten ze eigenlijk ook wel, maar het voelt op een of andere manier beter."

Ongelijke welvaartsbeleving

Moraal kon op basis van gegevens bij het OM niet cijfermatig onderbouwen of er een trend is naar meer verzekeringsfraude. Wel is bekend dat het aantal vermogensmisdrijven, waaronder ook verzekeringsfraude valt, al jarenlang een dalende lijn vertoont. Tegelijkertijd leidt een stijging van de werkloosheid gemiddeld genomen tot een stijging van de vermogenscriminaliteit. "De economische crisis kan zich dus nog laten voelen", aldus Moraal. "Maar nog belangrijker is de mate van relatieve deprivatie. Het is de ongelijke welvaartsbeleving, meer dan gedeelde armoede, die kan leiden tot criminaliteit. In die zin heeft de financiële sector de veiligheid een slechte dienst bewezen. Want in de beeldvorming zijn het de bankiers geweest die onverantwoorde risico's namen, zich daarvoor fors lieten belonen en toen het misging de rekening presenteerden aan de belastingbetaler. De gedachte is dan al snel: als zij hun zakken op grote schaal vullen, wat maken die paar euro's van mij dan nog uit?" Vervolgens stelde Moraal aan de orde wat verzekeraars tegen fraude kunnen doen. "Je zou denken: als fraude van alle tijden is en alomtegenwoordig en als er zulke grote financiële belangen mee gemoeid zijn, dan is de bestrijding van die fraude vast goed geregeld. Toch blijkt uit een dit jaar gehouden onderzoek van het Verbond van Verzekeraars dat een kwart van de schadeverzekeraars het fraudebeleid niet op orde heeft. Ze doen te weinig aan preventie en opsporing van fraude. Daar stond ik van te kijken. Vervolgens las ik dat het een kwestie van geld is. Preventie en opsporing kosten geld, waardoor de premies stijgen. Is de klant bereid die hogere premies te betalen?"

Extra inspanning van de branche

"Dat kun je je inderdaad afvragen", vervolgde Moraal. "Maar preventie en opsporing door politie en OM kosten ook geld. Is de burger bereid daarvoor te betalen? Ook dat kun je je afvragen. Het lijkt mij toch dat de branche op dit vlak nog een extra inspanning kan en moet plegen. Uitgangspunt van het veiligheidsbeleid is dat burgers en bedrijven eerstverantwoordelijk zijn voor de bescherming van hun have en goed. In geval van overmacht kan de overheid bijspringen." Moraal betoogde dat op het vlak van preventie nog veel kan gebeuren. Door goede voorlichting kan het gevoel van 'de grote hoop' worden weggenomen, door persoonlijk contact kan de anonimiteit worden doorbroken en het 'grijze gebied' kan worden verkleind door mensen te dwingen om bewust te kiezen tussen eerlijk en crimineel gedrag. "Verhoog bijvoorbeeld collectief de drempelbedragen van reisverzekeringen. Een fraude van vijfhonderd euro voelt een stuk misdadiger dan een fraude van vijftig."

Fraudemeldpunten

Moraal ging vervolgens in op de mogelijke bijdrage van de overheid in dit verband en van het OM in het bijzonder. Hij besprak met name het investeringsprogramma van OM en politie dat op de bestrijding van financieel-economische criminaliteit is gericht. "Die investering vertaalt zich in meer mensen met meer kennis van dit specifieke veld en een betere verwerking van meldingen. Ook werken wij aan opsporing via onze kennissystemen. We steken meer energie in het bundelen en analyseren van aangiftes om daarmee achterliggende netwerken bloot te leggen. De zogeheten fraudemeldpunten spelen hierbij een belangrijke rol. Daarvan zijn er zes, verspreid over land, bemand door OM-medewerkers en bij het OM gedetacheerde politiemensen. De fraudemeldpunten garanderen dat er voor dit belangrijke onderwerp permanente aandacht is. Het fraudemeldpunt Zwolle dient als aanspreekpunt voor de verzekeringsbranche."

Laatste redmiddel

Moraal waarschuwde wel voor een overdreven voorstelling van de capaciteit van het OM. Het gaat om in totaal 65 officieren van justitie voor heel Nederland en dan niet alleen voor verzekeringsfraude, maar ook voor beursfraude, belastingfraude, acquisitiefraude, hypotheekfraude en creditcardfraude. "We zijn dus zeer selectief in de zaken die we vervolgen", aldus Moraal. "Als burgers en bedrijven averij oplopen, loopt de weg om de schade vergoed te krijgen vaak via de civiele rechter. Het strafrecht is vooral geschikt om een voorbeeld te stellen in ernstige zaken. Het vormt daarmee het sluitstuk van de handhaving, de 'ultimum remedium' ofwel het laatste redmiddel. Het gaat dan om vergrijpen die we als samenleving zo gewichtig vinden dat we bereid zijn zware dwangmiddelen in te zetten bij de bestrijding ervan. Dan praten we dus niet over ten onrechte gedeclareerde Ray-Bans. Dan praten we over opzettelijke aanrijdingen, brandstichtingen, dat soort werk."

Convenant

"Ik begrijp dat er bij verzekeraars een behoefte bestaat om duidelijker af te bakenen waarvoor zij zelf aan de lat staan en wat het OM tot zijn taak rekent. Ik ben graag bereid daarover met u in gesprek te gaan. Misschien dat wij de afspraken ook te zijner tijd zwart op wit kunnen zetten in een convenant. Als voorschot op deze gedachtewisseling geef ik u alvast mee wat in algemene zin onze criteria zijn om het strafrecht te verkiezen boven het civielrecht bij fraudebestrijding. Allereerst: is er een samenloop met andere, ernstige strafbare feiten, zoals bijvoorbeeld doodslag of brandstichting? Ook heel belangrijk: werd de fraude in georganiseerd verband gepleegd? Is er sprake van recidive? Is de dader bijvoorbeeld eerder civielrechtelijk aansprakelijk gesteld en gaat hij nu weer de fout in? Wat is de omvang van de schade? Dat is natuurlijk ook van belang. Verder: heeft de dader een voorbeeldfunctie? Het OM wordt in dit verband wel eens omgekeerde klassenjustitie verweten. Feit is dat niet het beeld mag ontstaan dat hoge omes met dit soort praktijken wegkomen. Dat zou funest zijn voor het vertrouwen in onze rechtsstaat. En tot slot: verkeerde het slachtoffer in een bijzonder kwetsbare positie?"

Niet somber

"Verzekeringsfraude wordt als alle misdaad bepaald door drie elementen", aldus Moraal tot slot. "Deze zijn: het aanbod van mogelijke daders, het aanbod van mogelijke doelen en de pakkans. De specifieke kenmerken van verzekeringsfraude - het slachtoffer is een grote organisatie, de oplichting is betrekkelijk anoniem en voltrekt zich vaak in een grijs gebied - deze kenmerken maken dat veel mensen ertoe bereid zijn. Het aanbod van mogelijke daders is dus enorm. Daarbij komt dat verzekeringsfraude relatief eenvoudig is, dus er is veel aanbod van mogelijke doelen, en dat de pakkans laag is. Spoort de mens dan als risicofactor? Ik ben daar niet zo somber over. Iedereen draagt goed en kwaad in zich. Je moet de mensen alleen niet te veel in verzoeking brengen."

Verschenen in: 'de Onderlinge' (2010)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl