|
||
|
G.K. van Hof, directeur van basisschool De Ridderhof in Utrecht (2004)
Nieuwe scholen ideaal voor invulling van managementstructuur en competentiesProtestants-christelijke basisschool De Ridderhof in Leidsche Rijn ging op 18 augustus 2003 met drie kinderen van start, twee in groep 3 en een in groep 2. Op het Jeugdjournaal werd de school 'de kleinste school van Nederland' genoemd. Géke van Hof-Schouwerwou is directeur van De Ridderhof. Hiervoor was zij de eerste leerkracht op De Boomgaard, ook een nieuwe school in Leidsche Rijn. De Ridderhof heeft inmiddels vijftien leerlingen. Daarnaast is er een lijst aanmeldingen, maar die kinderen zullen pas na hun verhuizing naar de school komen. Helaas is er wat dat betreft enige vertraging in de oplevering van de woningen. De school zit nu nog in een noodlocatie, buiten de wijk waar de kinderen wonen. Ze worden daarom elke dag met een busje heen en weer gebracht. Volgend jaar verhuist de school tijdelijk naar Kindercluster Waterwin in Leidsche Rijn. In 2006 moet het eigen schoolgebouw in de wijk Terwijde klaar zijn. Structuur en competentiesEen nieuwe school is vanzelfsprekend een ideale omgeving om een adequate managementstructuur te ontwikkelen en om effectief invulling aan competentiemanagement te geven. Directeur Géke van Hof, Martha Broersma vanuit het bestuur en, vanuit het SAC, Loes van Wessum, hebben daar met z'n drieën werk van gemaakt. Géke van Hof zegt: "Je begint natuurlijk met een visie en met je ideeën over wat je nu precies met de school wilt. We willen een christelijke school zijn, met veel aandacht voor muziek, dans en drama. Omdat we graag bij de ontwikkeling van het kind aansluiten, vinden wij dat leerkrachten veel aandacht moeten besteden aan het begeleiden van het zelfstandig werken. Daardoor komt er tijd vrij om kinderen die meer zorg nodig hebben, die zorg ook te kunnen geven. Vervolgens hebben we een managementstructuur ontwikkeld en vastgesteld welke competenties we van de leerkrachten verwachten. Daarbij hebben we natuurlijk vooral ook naar de toekomst gekeken. Als we ervan uitgaan dat we straks een school met zestien klassen en twintig leerkrachten zijn, hoe is dat dan nog te behappen? Waar ga jij je als directeur mee bezighouden en wat besteed je uit aan anderen? Het is natuurlijk heel belangrijk om dat duidelijk op papier te zetten. Ook nieuwe leerkrachten kunnen dan van tevoren weten hoe wij hier werken. Voelen zij zich daar niet in thuis, dan kunnen ze beter iets anders zoeken." Pedagogisch klimaat"Voor een groeischool is dat heel belangrijk," vervolgt Géke van Hof, "maar vooral ook omdat wij met onze school die kant van de kunst uit willen. Met muziek, dans en drama heb je gewoon heel veel anderen nodig, die ook willen leren om zo met elkaar om te gaan. Je hebt daarvoor mensen nodig die daar ook voor voelen. Samen hebben we in een aantal brainstormsessies vastgesteld wat je dan verwacht van de leerkrachten die bij jou op school komen werken. Dat hoeven natuurlijk geen volleerde violisten te zijn, maar wel mensen die het ook belangrijk vinden dat kinderen zich op die gebieden ontwikkelen. Hoog in het vaandel op onze school staat niet alleen de cognitieve, maar vooral ook de emotionele vorming van de kinderen, het pedagogisch klimaat. Ze moeten zich op school ontzettend thuis voelen. Kinderen die zich prettig voelen en goed in hun vel zitten, leren ook makkelijker rekenen, taal en lezen. Dat is op onze school tenminste een uitgangspunt." Integraal personeelsbeleidOnderwijskundig adviseur van het SAC Loes van Wessum: "Alle scholen zullen in de toekomst veel duidelijker moeten kunnen aangeven welke competenties zij van de medewerkers verwachten. Het IPB, Integraal Personeelsbeleid, dat door het ministerie verplicht zal gaan worden, veronderstelt in feite ook een vorm van competentiemanagement. Het ministerie noemt het niet zo, maar daar komt het eigenlijk wel op neer. Het IPB houdt in dat de school in ieder geval een duidelijke visie moet formuleren, op basis daarvan moet vaststellen welke doelstellingen de school moet realiseren en tot slot moet beoordelen wat dat vraagt van het kennen en kunnen van de medewerkers. Bij dit laatste ben je dan bij een vorm van competentiemanagement aanbeland. De school moet zicht hebben op de vaardigheden, de attitude en de kennis die mensen in huis moeten hebben, om de doelstellingen en zo de visie te kunnen realiseren." Verschenen in: SAC Krant (2004) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |