|
||
|
J.L. van de Streek, senior manager bij Ernst & Young (2011)
Europese richtlijn voor vennootschapsbelastingDe Europese Commissie presenteerde op 16 maart 2011 het voorstel voor de Europese richtlijn voor vennootschapsbelasting: de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB). Jan van de Streek, senior manager bij Ernst & Young, licht toe welke ondernemingen er blij mee kunnen zijn. Wat houdt het voorstel in?'De richtlijn beoogt de heffingsgrondslag te harmoniseren, niet de tarieven. Het betekent dat de winst van een onderneming met vestigingen in verschillende lidstaten geconsolideerd in Europa wordt vastgesteld. Vervolgens wordt die winst aan de hand van een verdeelsleutel over de vestigingen verdeeld en kunnen de lidstaten hun eigen tarieven op het toebedeelde winstdeel loslaten. De verdeelsleutel is op drie factoren gebaseerd: activa, arbeidsproductiviteit en omzet. Het voorgestelde systeem is optioneel. Een onderneming valt dus alleen onder de Europese belastingregels als zij ervoor heeft gekozen.' Wat kunnen er de voordelen van zijn?'Dat hangt van veel factoren af. Grofweg kunnen er administratieve en fiscale voordelen zijn. Bedrijven hebben straks nog maar met één set regels te maken in plaats van met maximaal zevenentwintig verschillende belastingstelsels. Bovendien hoef je verrekenprijzen niet meer vast te stellen, met alle administratieve rompslomp van dien. De intragroepstransacties worden immers door de consolidatie onzichtbaar. Fiscaaltechnisch is het een groot voordeel dat de consolidatie een grensoverschrijdende verliesverrekening mogelijk maakt. Bedrijven die in sommige lidstaten verlies maken en in andere winst, kunnen fors belasting besparen door verliezen en winsten tegen elkaar af te zetten.' Waarom zou een onderneming er dan níet voor kiezen?'De richtlijn heeft ook nadelen. De Europese Commissie heeft van alle belastingstelsels als het ware één grijze brij gemaakt. Daardoor zijn bijzondere regelingen van de lidstaten vervallen. Neem de Nederlandse innovatiebox. Voor innovatieve bedrijven geldt in Nederland een tarief van 5 procent. In het Europese stelsel mag je weliswaar alle uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling aftrekken, maar de lidstaten blijven vrij om het tarief te bepalen. Nog een voorbeeld is de Nederlandse 'carry back': het met terugwerkende kracht verrekenen van verlies. In het Europese stelsel mag je verliezen alleen 'forwards' verrekenen. Zo zijn er nog veel meer nadelen.' Heeft de richtlijn nog gevolgen voor de belastingopbrengsten in Nederland?'Jazeker. Doordat in de activafactor in de verdeelsleutel alleen maar materiële activa zitten, en geen immateriële en ook geen financiële activa, telt bijvoorbeeld goodwill niet mee. De Nederlandse en Belgische hoofdkantoren, waar de goodwill zit, krijgen dus een relatief klein winstaandeel in de CCCTB. Van de totale taart in Europa krijgt Nederland nu 6,4 procent en straks maar 4,2 procent. België gaat van 5,6 procent naar 3,9 procent. Beide landen horen daarom tot de grote verliezers van het voorgestelde systeem.' Moeten ondernemingen zich er nu al op voorbereiden?'Het kan voor een bedrijf interessant zijn om nu al eens te laten berekenen wat de impact van het nieuwe systeem zal zijn. Ernst & Young kan de resultaten consolideren en vervolgens de verdeelsleutel zo goed mogelijk benaderen. Op grond daarvan kunnen we een schatting geven van de belastinglasten van het concern.' Verschenen in: Ernst & Young Magazine Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|