A.M.G.A. de Smet, anesthesioloog-intensivist UMC Utrecht (2009)

Preventief antibiotica toedienen voorkomt sterfte van IC-patiënten

Patiënten op de intensive care hebben vaak een infectie en krijgen dus vaak antibiotica om deze infecties te behandelen. In Nederland is het preventief toedienen van antibiotica om dergelijke infecties te voorkomen, niet gebruikelijk. De vrees voor resistentieontwikkeling weegt terecht zwaar. Maar blijft dit standpunt houdbaar? Onderzoekers van het UMC Utrecht toonden aan, dat het preventief toedienen van antibiotica aan patiënten op de IC tot minder sterfte leidt. "We zullen ons infectiepreventiebeleid op de IC moeten aanpassen", stelt anesthesioloog-intensivist Anne Marie de Smet. Zij is de eerste auteur van de publicatie over het onderzoek in The New England Journal of Medicine.

Het preventief toedienen van antibiotica is al decennia lang een heikel discussiepunt in Nederland. Zo'n 80 à 85 procent van de IC-patiënten krijgt antibiotica toegediend om aangetoonde of vermeende infecties te behandelen. In het onderzoek onder supervisie van het UMC Utrecht was het de vraag of het toedienen van antibiotica om infecties te voorkomen, de overlevingskans beïnvloedt.

Drie strategieën

"We hebben het onderzoek samen met dertien ziekenhuizen uitgevoerd", licht Anne Marie de Smet toe. "Veel ziekenhuizen wilden graag meewerken, soms omdat duidelijk wel of duidelijk niet in een resultaat werd geloofd. Dat tekent de betrokkenheid bij onze onderzoeksvraag. We selecteerden patiënten die naar verwachting langer dan twee dagen zouden worden beademd of langer dan drie dagen op de IC zouden verblijven. In totaal ging het om bijna zesduizend patiënten. Op elke IC werden, na elkaar, drie strategieën bestudeerd. Tijdens zo'n periode was de infectiepreventiestrategie voor alle patiënten gelijk. Daarnaast kregen alle patiënten de antibiotica die de arts nodig vond om infecties te behandelen. De eerste groep kreeg selectieve oropharyngeale decontaminatie voorgeschreven, SOD. Deze patiënten kregen vier keer per dag een mondpasta met drie antibiotica toegediend. De tweede groep kreeg selectieve darmdecontaminatie voorgeschreven, SDD. Deze patiënten kregen dus naast de mondpasta vier keer per dag een suspensie van dezelfde drie antibiotica, die via een maagsonde in het maag-darmkanaal werd ingebracht, en gedurende de eerste vier dagen intraveneuze antibiotica. De patiënten in de derde groep, de controlegroep, kregen alleen de antibiotica die de arts nodig vond."

Opmerkelijke bevindingen

De mondpasta met de antibiotica bleek qua sterftereductie even effectief als de antibiotica in mond, maag en darmen en met vier dagen een antibioticum via het infuus. Anne Marie de Smet: "De SDD liet een absolute sterftereductie van 3,5 procent zien en de SOD een reductie van 2,9 procent, maar het verschil hiertussen was niet significant. We zagen ook, puur op basis van bloedkweken, dat zowel de SOD als de SDD tot minder bloedvergiftiging met bacteriën leidde, waarbij de SDD wel significant beter scoorde dan de SOD. Impliciet is hiermee aangetoond, dat er dus bij de patiënten met SDD of SOD ook minder infecties waren. Belangrijke ziekteverwekkers op de intensive care, zoals pseudomonas en enterobacters, kwamen in beide groepen duidelijk minder voor." Deze resultaten kunnen volgens Anne Marie de Smet tot slechts één conclusie leiden. "Go for it", zegt ze. "Wij denken dat Nederland nu iets moet doen. Een aantal van de ziekenhuizen in ons onderzoek is met SDD of SOD doorgegaan en er waren al IC's die SDD gaven, maar niet alle ziekenhuizen in Nederland zijn al zover. De vraag 'wel of niet SDD' is nu beantwoord, maar de vraag 'SDD of SOD' nog niet. Wij willen daar in een vervolgstudie antwoord op geven."

Nooit klaar

Tot slot is er nog de resistentieontwikkeling. Ondanks de betere overleving bestaat de vrees dat bacteriën die niet door de SDD of SOD worden aangepakt, vrij spel krijgen. "Wij hebben weinig resistentieontwikkeling gezien", zegt Anne Marie de Smet, "maar op grond van dit onderzoek kunnen we daar geen uitspraak over doen. In het vervolgonderzoek willen we de vraag beantwoorden of er op dit gebied verschillen zijn tussen SDD en SOD. Wat dat betreft hebben we een paar vragen beantwoord, maar ook nieuwe vragen opgeroepen. We zijn nooit klaar, toch?"

Kadertekst:

Het onderzoek werd onder supervisie van het UMC Utrecht uitgevoerd. Het werd opgezet door Anne Marie de Smet (UMC Utrecht), prof. dr. Jan Kluytmans (Amphia ziekenhuis Breda en VUmc Amsterdam) en prof. dr. Marc Bonten (UMC Utrecht). Over het onderzoek werd gepubliceerd in: Smet, A. M.G.A. de, et al., Decontamination of the Digestive Tract and Oropharynx in ICU Patients. In: The New England Journal of Medicine, volume 360, number 1. Het onderzoek maakt deel uit van het promotieonderzoek van Anne Marie de Smet.

Verschenen in: Utrecht Medical Sciences (2009)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl