P. Jongedijk, directeur van de Brabant Groep (2001)

Een bedrijf zo degelijk als goed geconserveerd staal

Pieter Jongedijk, vijfentwintig jaar geleden oprichter van Brabant Mobiel en nu directeur van de Brabant Groep, is een gedreven ondernemer. Hij pakt de kansen die zich voordoen, maar koestert geen irreële ambities. "Zaken doen is heel 'basic'," zegt Jongedijk. "Als het in je zit, kun je niet anders." Een gesprek met hem over schaalvergroting, de marktpositie van de verschillende bedrijven in de groep, de concurrentie, buitenlandse avonturen en over zijn plannen met het bedrijf in de komende jaren.

Op 1 januari 1977 richtte Pieter Jongedijk zijn constructieschildersbedrijf Brabant Mobiel op. Hij deed dat met medefinanciering door de familie Luypen, destijds eigenaar van Staalstraal Brabant in Oosterhout. Meteen na de start boekte Brabant Mobiel flinke successen. Het bedrijf sloot miljoenencontracten af met onder meer de raffinaderijen van Esso en BP. Later werden de activiteiten naar de scheepsnieuwbouw uitgebreid. Al na vier jaar kon Jongedijk zijn medefinanciers uitkopen. In de jaren tachtig kende Brabant Mobiel een sterke autonome groei, in de jaren negentig aangevuld door een groei door overnames. Het eerste bedrijf dat Jongedijk overnam, in 1992, was Staalstraal Brabant. De Brabant Groep omvat nu, naast Brabant Mobiel en Staalstraal Brabant, de straalbedrijven Straco Waspik en Venko Arnhem, het schildersbedrijf Brabant Mobiel Europoort in Rotterdam-Europoort en de afdeling voor bijzondere projecten Brabant Mobiel Special Protection. De Brabant Groep heeft daarnaast een deelneming van vijftig procent in Venko, een vergelijkbare holding van onder meer straal- en constructieschildersbedrijven in Hoogeveen, evenals, zeer recent, een deelneming van vijftig procent in NiAl, een metaliseringsbedrijf in Rijssen. "Het was niet mijn bedoeling om een grote onderneming op te bouwen," zegt Pieter Jongedijk. "Mijn bedoeling was de krenten uit de pap te pikken. Ik wilde een klein bedrijf hebben, met zo'n veertig, vijftig man in dienst, waarmee ik een goede boterham zou kunnen verdienen door selectief werk aan te nemen. Alleen doen zich dan allerlei mogelijkheden voor en - dat ontdekte ik wel in mezelf - dan ben ik snel geneigd om daarop in te springen. Later kwam daar nog de noodzaak van schaalvergroting bij. Het werd voor mij immers steeds duidelijker dat de toekomst voor slechts een klein aantal grote partijen is weggelegd."

Sterke partij

De Brabant Groep is een sterke partij in de staalconserveringsmarkt. Wat nieuwbouw betreft is de orderporteuille in de loop der jaren iets afgenomen - veel van het werk dat vroeger op locatie in de buitenlucht gebeurde, wordt nu in de beschutte werkplaatsen van de constructiebedrijven zelf verricht - maar dat neemt niet weg dat Brabant Mobiel op de markt van petrochemische nieuwbouwwerken, in grote projecten maar ook in de vorm van uitbreidingen en aanpassingen, onveranderd een sterke positie heeft. De kracht van het bedrijf zit in de beschikking over enerzijds grote 'shops' en anderzijds grote mobiele mogelijkheden, waardoor werken in totaal en onder één garantie kunnen worden aangenomen. Wat het onderhoud betreft blijft de orderportefeuille toenemen. Staal heeft immers de neiging om te roesten en alle constructies die in het verleden zijn opgebouwd en niet worden gesloopt, blijven onderhoud nodig hebben. Weliswaar hebben ook de bedrijven Staalstraal Brabant, Straco Waspik en Venko Arnhem met een enigszins krimpende markt te maken - veel staalconstructiewerk, bijvoorbeeld scheepsbouw, is naar goedkope-lonenlanden verplaatst - maar doordat deze bedrijven de juiste machines en logistieke mogelijkheden hebben, zullen ook zij nog eerder marktpositie winnen dan verliezen. In de markten waarop de Brabant Groep actief is, werkt zij bij voorkeur voor private opdrachtgevers (terwijl partner Venko in Hoogeveen zich juist meer richt op bijvoorbeeld de infrastructurele werken die door de overheid worden beheerd). Jongedijk zegt over deze keuze: "Vroeger was het zo dat de inschrijving voor die publieke werken eigenlijk voor iedereen open lag. En wie de laagste prijs bood, kreeg het werk. Ook al was het een werk van tien miljoen, als de ander maar honderd gulden goedkoper was, moest hij volgens de inschrijvingsvoorwaarden het werk krijgen. Op die manier kun je nooit in een voorsprongpositie komen door kwaliteit te leveren, goede afspraken te maken en die natuurlijk ook na te komen. In de private sector ben je misschien niet altijd helemaal de goedkoopste, maar kun je daar in overleg op een of andere manier uit zien te komen. Opdrachtgevers weten ook dat zij, door de manier waarop je bijvoorbeeld met meerwerk omgaat, aan het einde van de rit misschien wel goedkoper uit zijn. De overheid heeft nooit zulke afwegingen kunnen maken. Gelukkig is dat nu, door de preselecties voor inschrijvingen, iets aan het veranderen. In die preselecties telt natuurlijk ook een stukje historie mee en kun je scoren op basis van wat je hebt gepresteerd. Daarom overwegen we nu toch wel naar die publieke markt te gaan, hoewel we op dit moment nog genoeg werk in de private markt hebben."

Buitenlandse avonturen

Juist omdat de Brabant Groep zo'n sterke positie op de Nederlandse markt heeft, is er voor Jongedijk weinig noodzaak om de scope op het buitenland te richten. Over Europese schaalvergroting zegt hij: "In de aannemerij zijn de avonturen in het buitenland veelal niet goed afgelopen. Er zijn maar hele kleine uitzonderingen. Om in het buitenland te slagen, moet je een hele grote organisatie hebben. Die maat hebben wij gewoon niet en dus is er de interesse niet. We zouden natuurlijk een bedrijf in het buitenland kunnen kopen, maar gezien alle cultuurverschillen etcetera is het erg moeilijk om dat van hier uit goed te begeleiden." Deze opstelling houdt overigens niet in dat de Brabant Groep zich geheel van buitenlandse activiteiten onthoudt. Elders in deze editie wordt bijvoorbeeld verslag gedaan van een succesvol project in Suriname, waar drie stalen bruggen volledig werden gestraald en geschilderd. Maar dat de Brabant Groep nu in Zuid-Amerika haar vleugels verder zou willen uitslaan, is te veel gezegd. Jongedijk: "We zijn weleens bezig geweest met bijvoorbeeld het onderhoud van boortorens in die regio en in het verleden werd dat ook wel door Nederlandse bedrijven gedaan. Dat had er natuurlijk mee te maken dat de 'know how' op het gebied van stralen en schilderen in de industriegebieden zat en niet zo zeer in de landen waar destijds olie werd gevonden. Nu is die kennis wel wereldwijd verspreid en hoeven wij daar helemaal niet meer naar toe." Wel is het zo dat de Brabant Groep in toenemende mate weliswaar in Nederland, maar in opdracht van grote buitenlandse, met name Italiaanse constructiebedrijven werkt. "Over het algemeen hebben we daar goed zaken mee gedaan," zegt Jongedijk, "maar soms zijn er toch wel wat problemen wat de kredietwaardigheid en dus het innen van vorderingen betreft." Concurrentie vanuit het buitenland doet zich wel geregeld voor, maar toch niet echt structureel. Jongedijk: "Het komt voor dat een buitenlands bedrijf voor een groot project in Nederland wordt uitgenodigd, omdat het met Engelse of Portugese werknemers of hoe dan ook met een lage prijs hier op de markt komt. Maar voor een volgend project moet het dan toch acquisitie doen, moet het zich op de markt bekendmaken en daar veel energie in steken. We zien die buitenlandse bedrijven het daarom nooit lang volhouden en na één of twee projecten toch maar weer vertrekken. Overigens zouden wij natuurlijk ook best Engelsen of Portugezen naar hier kunnen halen, maar zo lang dat niet nodig is, doen we dat ook niet."

Poedercoating

De sterke marktpositie is voor de Brabant Groep geen reden om de verdere ontwikkelingen in de markt gelaten af te wachten. Het bedrijf bereidt zich bijvoorbeeld voor, in samenwerking met Spruyt Coatings Hoogeveen, op de toepassing van poedercoating in het shop-werk. Dit bedrijf was jaren geleden het eerste in Nederland dat zich volledig op poedercoating richtte. "We willen ons op die markt absoluut sterker profileren," zegt Jongedijk. "Poedercoating heeft milieutechnisch en productietechnisch grote voordelen boven nat lakken. Bij nat lakken heb je droogtijden nodig en kunnen in het algemeen milieuschadelijke oplosmiddelen verdampen en bij poeder heb je dat niet." Poedercoating vraagt een behoorlijke investering in een complete productielijn en Jongedijk wacht daarom nog even het huidige gestunt met lage prijzen af. "Bovendien is het wachten in ons voordeel," zegt hij, "want de techniek van poedercoating ontwikkelt zich nog heel snel. Nu is er nog heel veel warmte bij nodig - om een balk ijzer heet te krijgen, moet je er heel veel energie in stoppen - en dat is natuurlijk schadelijk voor het milieu. Daarom zal die techniek zich zo ontwikkelen dat er veel minder warmte bij nodig zal zijn. Een probleempje is nog wel het onderhoud, de antwoorden op dat gebied zijn nog niet geweldig. Poedercoating blijft wel lang goed, maar op een gegeven moment is er toch weer onderhoud nodig. En poeder buiten, dat gaat niet."

Metalisering

Een ontwikkeling naast poedercoating is metalisering. Hierbij wordt metaal op staal gespoten, hetgeen een zeer langdurige bescherming geeft. Metalisering wordt vooral op staal toegepast dat in agressieve milieus wordt gebruikt en waar het kostbaar is om onderhoud te plegen, zoals off-shore en aan sluizen en bruggen. Kort voor het ter perse gaan van deze editie van Business HighLights nam de Brabant Groep, met het oog op deze nieuwe ontwikkeling in Nederland, een participatie van vijftig procent in de onderneming NiAl (nikkel aluminium) in Rijssen (Overijssel). "Zo blijft de Brabant Groep natuurlijk altijd in beweging," zegt Pieter Jongedijk tot slot, heel 'basic', over deze nieuwe uitbreiding van zijn onderneming.

Verschenen in: Business HighLights van Revue Arts, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl