W.N. van Daalen, directeur van WATCO Afvalverwerking Roosendaal (2001)

Wereldwijd de meest moderne afvalverbrandingsinstallaties

De elf afvalverbrandingsinstallaties in Nederland verwerken jaarlijks ongeveer vijf miljoen ton bedrijfs- en huishoudafval. Deze capaciteit is onvoldoende, want het totale aanbod bedraagt zeven à acht miljoen ton. De uitbreiding die in Roosendaal is gepland, in de vorm van een hypermoderne bedrijfsafvalverbrandingsinstallatie, is dan ook zeer welkom. De ontwikkelingen in Roosendaal kunnen na de voltooiing van de nieuwe installatie model staan voor de groei en bloei van de totale branche.

Wim van Daalen, directeur van WATCO Afvalverwerking Roosendaal bv, geeft leiding aan het bedrijf sinds de privatisering ervan in 1986. Tot dan was het een openbaar lichaam van zes gemeenten. Toen deze gemeenten de strengere regelgeving en de financiële consequenties daarvan op zich af zagen komen, besloten ze de installatie te verkopen. Zo kwam deze in bezit van het transport- en aannemersbedrijf Heeren en later van WATCO. De eerste taak van Wim van Daalen was om de medewerkers van de installatie vanuit overheidsdienst naar het bedrijfsleven mee te nemen. "Gelukkig hebben we met elkaar een vertrouwensrelatie kunnen creëren," zo zegt hij. "De mensen bleven op de winkel passen, omdat ze het vertrouwen hadden dat het bedrijf goed op hen zou passen."

Drieluik

Wim van Daalen schetst de ontwikkeling van de elf afvalverbrandingsinstallaties in Nederland als een drieluik van maatschappelijke en technische opvattingen. Het eerste luik is dat van de volumebeperking, het primaire doel van de verbrandingsinstallaties. Vóór het bestaan daarvan werd al het afval gestort. Toen in de jaren zestig en zeventig de ruimte daarvoor ging ontbreken, besloten steeds meer gemeenten om zo veel mogelijk afval te gaan verbranden. Omdat er in Noord-Brabant volop ruimte was, bleef de in 1976 in gebruik genomen verbrandingsinstallatie in Roosendaal lange tijd de enige in de provincie. Pas in 1996 werd in Moerdijk een tweede installatie in gebruik genomen. De gemeenten in Zuid-Nederland vonden de duurdere techniek eigenlijk helemaal niet zo noodzakelijk. Het tweede deel van de ontwikkeling betreft het milieu. In de jaren tachtig groeide in heel de maatschappij de zorg om milieukwesties en volksgezondheidsaspecten. Voor de afvalverbrandingsinstallaties betekende dit, dat zij op grond van de 'richtlijn verbranden' van 1985 met de strengste emissienormen in de wereld kregen te maken. De eisen voor vergunningverlening impliceerden dat er enorm in de installaties moest worden geïnvesteerd, hetgeen financieel riskant was, omdat gedwongen sluitingen niet werden uitgesloten. Ook deze milieuslag is goed afgelopen. Nederland beschikt nu over het meest modern park afvalverbrandingsinstallaties ter wereld. Het derde deel tot slot kwam in de jaren negentig tot stand en betreft de maatschappelijke opvattingen omtrent duurzaamheid. Deze kwamen voort uit de toegenomen zorg omtrent de opwarming van de aarde, de stijging van de zeespiegel, het broeikaseffect etcetera. De consequentie hiervan voor afvalverbrandingsinstallaties is, dat zij geen energie mogen kosten, maar juist energie moeten opleveren, om zo op fossiele brandstoffen te kunnen besparen en CO2-productie te vermijden.

Internationalisering

Wim van Daalen: "Terugkijkend hebben we ons in vijfentwintig jaar ontwikkeld van een bedrijf dat zich puur met volumebeperking bezighield tot een 'high tech'-bedrijf met hooggekwalificeerd personeel en met een grote dosis elektronica, automatisering, procestechniek en procesbewaking. We leveren de hoogst mogelijke milieuzorg en we willen nu in Roosendaal de slag naar duurzaamheid vervolmaken met de bouw van de meest moderne, geavanceerde bedrijfsafvalverbrandingsinstallatie. SITA investeert in het totaal circa honderdvijftig miljoen gulden in deze installatie. Voor een relatief klein bedrijf als het onze is dat een pittige investering, maar ook een erg belangrijke. We hebben immers te maken met een markt van afvalverwerking die niet meer regionaal is, maar provinciaal, landelijk en over een aantal jaren internationaal. Daardoor krijgen we met stevige concurrentie te maken en dus was een vergroting van het draagvlak binnen ons bedrijf, met het oog op onze positionering in de markt, zeer wenselijk. Daarnaast is het belangrijk dat we met de nieuwe bedrijfsafvalverbrandingsinstallatie ons personeel een nieuwe uitdaging kunnen bieden. In de krappe personeelsmarkt is het hebben van mensen één, maar het behouden van gekwalificeerd personeel, dat is twee. Omdat een volcontinu bedrijf bijna onontkoombaar een zekere eentonigheid in de bedrijfsvoering met zich meebrengt, betekent de nieuwe installatie een zeer welkom nieuw element. We zijn er trots op dat we in Roosendaal op een dergelijk hoogwaardig niveau kunnen en mogen functioneren."

Vergunningen

Voor een afvalverbrandingsinstallatie telt niet alleen de interactie tussen geïnvesteerd vermogen, beschikbare techniek en gemotiveerd personeel, maar evenzeer de wisselwerking met de directe omgeving en natuurlijk ook met tal van overheidsdiensten. Voor deze laatste heeft Wim van Daalen nog een oproep tot slot. Hij zegt: "We hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar de provincie, onze vergunningverlener, maar ook naar de gemeente Roosendaal. Overheidsbreed hebben we te maken met een heel scala strenge vergunnningen, onder meer in het kader van grondwateronttrekking, luchtverontreiniging, bodembescherming en oppervlaktewaterverontreiniging. Dat stelsel van vergunningen is bijzonder lastig. Er is onvoldoende samenspraak en afstemming tussen de vergunningverleners. Datgene wat niet in de lucht komt, zou wel eens in het water of in de bodem kunnen komen, maar 'luchtmensen' doen alsof er geen water bestaat en 'watermensen' denken weer niet aan de bodem. Je zou willen dat men zich ook eens in die grensvlakken zou gaan verdiepen, zodat vergunningen naadloos op elkaar aan zouden sluiten. Helaas is dat niet zo, maar goed, dat is ons dagelijks leven. Elke dag een nieuwe uitdaging!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl